Column: was de Rottumerplaatpikfoto van Jan Wolkers eigenlijk ook een selfie?

Het Letterkundig Museum maakte deze week bekend in mei een tentoonstelling te wijden aan de selfies van schrijfster Heleen van Royen. ‘Eindelijk is de selfie uit het literaire verdomhoekje gehaald’, schrijft boekenredacteur Arjen Fortuin vandaag in zijn wekelijkse column. De korte versie: ‘Amazon will eat us all’. En dat met Oostenrijkse accent. Onderzoeker Rüdiger Wischenbart

Een van de 'selfies' van schrijfster Heleen van Royen die het Letterkundig Museum vanaf mei 2014 tentoon zal stellen. Foto Letterkundig Museum/ Heleen van Royen

Het Letterkundig Museum maakte deze week bekend in mei een tentoonstelling te wijden aan de selfies van schrijfster Heleen van Royen. ‘Eindelijk is de selfie uit het literaire verdomhoekje gehaald’, schrijft boekenredacteur Arjen Fortuin vandaag in zijn wekelijkse column.

De korte versie: ‘Amazon will eat us all’. En dat met Oostenrijkse accent. Onderzoeker Rüdiger Wischenbart had niet alleen maar goed nieuws, toen hij twee weken geleden op bezoek was in Amsterdam om over de eboekmarkt te praten. Want als de Amerikaanse alleswinkel naar Nederland komt met zijn Kindles en spotgoedkope digitale boeken dreigt er weinig over te blijven van de wat amechtige opzet van de Nederlandse ebookmarkt, waarvan de korte versie luidt: weinig aanbod, dure boeken.

Spotify voor boeken? De hele wereld is het aan het uitvinden. Het schijnt dat men er overal ter wereld mee aan de slag is, maar dat niemand nog een manier heeft gevonden om het te laten werken. Overigens legde Wischenbart ook nog uit waarom er weinig zinnigs te zeggen valt over de groei van eboeken: cijfers worden op zo veel verschillende manieren berekend, dat het beeld altijd vertekend is – we weten alleen dat de Nederlander braafjes in de digitale middenmoot hangt.

Voor zolang het duurt, want met de tientallen ondernemers die op de puinhopen van Polare een nieuwe winkel willen stichten, zal het papieren boek wel aan een glorieuze comeback beginnen. Soms leef je in een overgangstijd zonder dat je precies weet in welke overgang je beland bent.

Vandaar dat het Letterkundig Museum niet alleen ‘het literair-historisch geweten van Nederland’ wil zijn, maar ook ‘de thermometer van de tijdgeest’. Dat stond in het persbericht waarin het museum aankondigde 200 ‘fotografische zelfportretten’ van Heleen van Royen tentoon te stellen. Een werkelijke thermometer van de tijdgeest weet dat een ‘fotografisch zelfportret’ inmiddels een selfie heet, maar laten we niet mokken. Ook niet over de zin waarin Van Royen bruusk wordt weggezet als ‘niet zelden zonder zelfspot’, terwijl het aardige van Van Royen juist is dat ze zo vaak wél van zelfspot blijk geeft.

Volgens het museum is Van Royen een soort Jan Cremer. Waarmee blijkt hoeveel we er in de vijftig jaar sinds Ik, Jan Cremer op vooruit gegaan zijn. Tweehonderd selfies van Jan Cremer, je doet het je ergste vijand niet aan – was de Rottumerplaatpikfoto van Jan Wolkers eigenlijk een selfie?

Hoe dan ook is het goed dat het Letterkundig Museum dit laatste grote taboe van het elitaire wereldje slecht: eindelijk is de selfie uit het literaire verdomhoekje gehaald. Ik verheug me ook al op het vervolg: de verzamelde selfies van Nelleke Noordervliet – of die van Midas Dekkers. Misschien kan die in één moeite door de poepselfie uitvinden.

En de rest van de telefooninhoud van de Nederlandse schrijvers wil ik ook wel eens zien: heeft Robbert Ammerlaan zijn verzamelde sms-berichten eigenlijk wel ingeleverd? De Whatsapp-gesprekken van Jamal Ouariachi? Al kunnen we die natuurlijk gewoon bij de NSA opvragen, dat ook een soort geweten is en een thermometer van de tijdgeest. Daarna peuteren we de laatste resten literaire cultuur uit de ingewanden van Amazon.

    • Arjen Fortuin