Artikel 27e regelt piekfijn onafhankelijke Raad van State

De adviseurs bij de Raad van State die op enige wijze een persoonlijke betrokkenheid hebben of hadden bij loterijorganisaties, staat één ding te doen. Zij moeten zich niet bemoeien met het voorliggende kabinetsbesluit om de Wet op de kansspelen en aanverwante wetten te wijzigen. Dit voorstel reguleert het aanbod van kansspelen op internet. Bestaande loterijen, veelal subsidiegevers van ‘goede doelen’, vrezen de concurrentie van internet – en de goede doelen de financiële gevolgen.

Alvorens het parlement al dan niet met het kabinetsbesluit instemt, moet de Raad van State als onafhankelijk adviseur van de regering zijn oordeel geven. En om die onafhankelijkheid gaat het nu.

Uit een artikel in deze krant bleek gisteren dat twee staatsraden een nevenfunctie bij een loterij vervullen en dat één staatsraad en één lid eerder betrokken waren bij maatschappelijke organisaties waarvoor loterijen een belangrijke inkomstenbron vormen. Van dit kwartet maken er twee deel uit van de sectie bij de Raad die het advies aan het kabinet voorbereidt.

Deze mogelijke belangenverstrengeling is simpel te voorkomen: door artikel 27e van de Wet op de Raad van State van toepassing te verklaren. Dit zegt dat leden van de Raad van State en staatsraden niet aan de beraadslagingen meedoen en evenmin meestemmen „indien daardoor hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden”.

Het roept de vraag op of nevenfuncties voor hen wenselijk zijn. Alleen al de negen leden van deze sectie hebben er samen 73. Het merendeel oogt ‘onschuldig’; ze zullen zelden tot een botsing van belangen leiden. Maar tot de nevenfuncties bij de in totaal circa zeventig staatsraden en leden behoren ook activiteiten voor VNO-NCW, een vastgoedbedrijf, de bioscoopexploitanten, een arbodienst, een ziekenhuis en het onderwijs. Dan is het niet denkbeeldig dat de bijbaan invloed heeft op hun functioneren.

Zolang artikel 27e dan maar strikt wordt toegepast, is dat bezwaar te ondervangen. Van de leden en de staatsraden mag worden verwacht dat zij behalve met het politieke bestuur ook affiniteit hebben met maatschappelijke organen die hun inzicht verschaffen in de uitwerking van politieke besluitvorming. In november vorig jaar schreef de Raad van State nog eens op welke vereisten aan een staatsraad worden gesteld. Herkenbaar ‘Nederlands’ is de noodzakelijke „flexibiliteit bij het streven naar consensus”. Ook wordt van hen maatschappelijke ervaring en brede belangstelling verwacht. Dat maakt van de nevenfunctie eerder een aanbeveling dan een bezwaar. Zolang zij niet in de weg staat aan het belangrijkste waarover de Raad van State beschikt: zijn onafhankelijkheid.