24 uur componeren in een kooi, ver weg van huiselijk geneuzel

Calliope Tsoupaki

Componiste betrok een glazen kooi in het Muziekgebouw aan ’t IJ, om er in 24 uur een stuk te maken voor het Nederlands Kamerkoor.

Calliope Tsoupaki componeert in Amsterdam in een glazen kooi: „Hier kan ik lekker doorwerken.” Foto Bram Budel

Waarom trekt u zich terug in een glazen kooi?

Calliope Tsoupaki: „Het idee is van de pr-manager. Omdat ik avontuurlijk ben ingesteld, had ik er wel oren naar. Het Nederlands Kamerkoor zingt een programma – Far from home – dat gaat over isolement. Voor mij, als componist, is isolement een dagelijkse realiteit. Maar het publiek heeft daar geen idee van. Toen er zo werd bezuinigd op de kunstsector, heb ik ook al eens gedacht: eigenlijk zou je levende componisten in een dierentuin moeten zetten, om te laten zien wat we maken en wat voor moois de maatschappij straks mist. Nu gaat dat dan echt gebeuren. Ik hoop maar dat ik een beetje met rust word gelaten. Dat er bijvoorbeeld geen schreeuwende collega’s langskomen die me proberen van mij werk te houden, haha. Want dan grom ik hard terug.”

Ziet u op tegen komend etmaal?

„De voorbereidingen zijn wel vrij ingewikkeld. Wat ik al niet mee moet nemen: lakens, iets warms voor de nacht, stapels muziekpapier, potloden, mijn metronoom, computer, keyboard, instrumentatieboek. Ik wil echt daar alles kunnen doen. Het is niet even een minivakantie; mijn stuk muziek moet ook echt afkomen. Maar ik vind het ook spannend. En ik zie ernaar uit 24 uur ongestoord te kunnen werken. Thuis ben ik in wezen ook fulltime moeder en ‘huisvrouw’ – er zijn dus voortdurende dagelijkse dingen die mijn werkproces onderbreken. Nu kan ik lekker doorwerken. Mijn enige zorg is of dat ook goed lukt. Niets ergerlijkers dan wanneer je flow wordt gebroken door onzin, zoals muziekpapier dat net niet lekker blijft staan op het keyboard. De gedachten die uit mijn hoofd stromen, moeten zonder interruptie op papier kunnen komen.”

Is dit voor een serieus componiste geen tikje ordinaire stunt?

„Misschien, maar dat risico neem ik graag. Daar komt bij: we leven nou eenmaal in een exhibitionistische tijd, iedereen moet laten zien wat hij doet. Als dat is wat mensen willen, wil ik daar wel 24 uur aan meedoen. Maar camera’s zijn niet welkom. Ik ga wel echt proberen me voor mijn omgeving af te sluiten.”