Na tien jaar kregen alle profeten gelijk

Een goede profeet weet niet alleen dat een bepaalde gebeurtenis in de toekomst ligt verscholen, maar ook het exacte moment daarvan. Om zo in het algemeen een storm of moord te voorspellen is veel te algemeen, maar als daaraan de juiste datum wordt gekoppeld, gaan we serieus geloven in profetische gaven. Zo zijn er in

Jorien ter Mors, Ireen Wust en Marrit Leenstra tijdens de finale van de ploegenachtervolging in de Adler Arena tijdens de Olympische Winterspelen Foto ANP / Robin Utrecht

Een goede profeet weet niet alleen dat een bepaalde gebeurtenis in de toekomst ligt verscholen, maar ook het exacte moment daarvan. Om zo in het algemeen een storm of moord te voorspellen is veel te algemeen, maar als daaraan de juiste datum wordt gekoppeld, gaan we serieus geloven in profetische gaven.

Zo zijn er in de afgelopen tien jaar de nodige voorspellingen gedaan over het schaatsen, die allemaal tegen de waarheid schuurden. Vooral Ådne Søndrål komt in aanspraak voor de eretitel van Grote Sportprofeet sinds hij de volgende woorden sprak over het olympische schaatsen: “Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar ik denk inderdaad dat er alleen Nederlanders op het podium zullen staan. Ik denk dat het de Nederlanders ook zal spijten. Als het zo doorgaat, komt de sport in gevaar.”

Daarna sprak de Noorse schaatser over de inbreng van zijn landgenoten op de Winterspelen, alsof zijn eerste inzicht niet profetisch genoeg was: “Van de Noren zal het niet komen. Er is veel veranderd. In de jaren zestig was schaatsen bij ons de grootste sport. Nu kunnen ze kiezen uit allerlei sporten die populairder zijn: skien, langlaufen, skispringen en biatlon.”

In minder dan tachtig woorden vatte Søndrål samen wat de Winterspelen van 2014 zouden brengen. Zijn voorspellingen waren hiermee helemaal juist, maar toch niet profetisch. Bovenstaande woorden stonden namelijk tien jaar geleden in De Volkskrant in een vooruitblik op de Winterspelen van 2006 in Turijn. Søndrål had de gebeurtenis goed voorspeld, maar verkeerd gedateerd.

Olympische permafrost

Een jaar eerder deed Het Parool een andere opvallende voorspelling over de schaatssport. In een lyrisch betoog werd de 100 meter sprint op het ijs neergezet als het nieuwe schaatsen, als het koningsnummer van de toekomst dat binnen afzienbare tijd zijn olympische debuut zou maken. Een revolutionaire gedachte, want in het olympische schaatsprogramma zit minder beweging dan in permafrost. De laatste uitbreiding van het programma was in 1988 geweest met de 5000 meter voor de vrouwen.

Van die honderd meter hebben we daarna nooit meer iets gehoord, maar toch kwam er een nieuw onderdeel op het programma van de Winterspelen: in 2006 was voor de eerste keer de ploegenachtervolging. Het Parool had de gebeurtenis verkeerd voorspeld, maar goed gedateerd.

Finales rijden

Er worden ook voorspellingen gedaan vanwege een goed inzicht, zoals die van Peter Schep in 2003 toen hij zich bemoeide met de discussie over de ploegenachtervolging bij het schaatsen: “Als ze het toch doen, moeten ze werken met een knock-out-systeem. Toewerken naar een finale dus. Dat slaat meer aan dan alleen op een tijd rijden.” Als baanrenner is hij gespecialiseerd in dezelfde discipline en weet daarom waarover hij praat. En hij kreeg gelijk, want uiteindelijk wordt in een finalerit beslist wie de gouden medaille krijgt bij de ploegenachtervolging, in tegenstelling tot de andere disciplines op de lange baan.

De Nederlandse achtervolgingsploeg

De Nederlandse achtervolgingsploeg in actie tijdens kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta. Vlnr: Jarich Bakker, Robbert Slippens, Richard Rozendaal en Peter Schep Foto Stone Mountain

Al dan niet bewust voorspelde Schep zo in 2003 de algemene richting, die de schaatssport de komende jaren op lijkt te gaan: meer nadruk op finaleritten en minder op tijd. De wereldschaatsbond ISU bespreekt in juni of er vanaf het volgende seizoen finaleritten worden ingevoerd op de 500, 1000 en 1500 meter. De snelste twee rijders rijden aan het eind een finale voor de eindzege, net zoals bij de ploegenachtervolging. Lekker overzichtelijk voor de tv-kijker, die geen rondetijden en oplopende schema’s meer hoeft bij te houden: wie deze pot wint, is kampioen.

Wen er alvast maar aan, want die finaleritten in het schaatsen worden wellicht al het komende seizoen geïntroduceerd, waarna we er bij de volgende Winterspelen helemaal aan gewend zijn.

Die unieke opzet van de ploegenachtervolging neemt daarmee langzaam het hele langebaanschaatsen over. Heel knap van Schep: zijn voorspelling van 2003 komt nog meer uit dan hij toen zelf had gezien.

Alle voorspellingen komen uit

Sinds 2006 wordt de ploegenachtervolging op de Winterspelen gereden, waarover natuurlijk de nodige voorspellingen werden gedaan. Het Nederlandse ISU-bestuurslid Jan Dijkema bijvoorbeeld suggereerde in 2004 dat zijn land deze discipline zou overheersen: “Er zijn zes medailles te vergeven, waarvan Nederland er dus maar twee kan winnen.” De gebeurtenis was goed voorspeld, maar de datering niet, want zowel in 2006 als in 2010 werden de heren derde en de vrouwen zesde. Pas in 2014 wonnen de Nederlanders die twee medailles, die Dijkema in het koffiedik reeds had aanschouwd.

De ploegenachtervolging was de afsluiter van het olympische schaatsprogramma van 2014 nadat alle afstanden waren afgewerkt. De vrouwen, met de oppermachtige Ireen Wüst als kopvrouw, reden de kwartfinale in Sotjsi op 21 februari, de halve finale en de eindstrijd een dag later.

In de eerste rit, inclusief de gelegenheidslangebaanschaatser Jorien ter Mors, werd de Verenigde Staten verslagen. Ter Mors meldde zich meteen erna bij het shorttrack, om een dag later klaar te staan voor de halve finale tegen Japan. Ondanks haar enorme inspanningen werd Japan op een achterstand van twaalf seconden gereden, waarna Polen het slachtoffer werd in de finale. Met extreme overmacht wonnen de Nederlandse vrouwen zo de gouden medaille na de twee eerdere tegenvallers in Turijn en Vancouver.

Zo werd Wüst de meest succesvolle Nederlandse olympiër aller tijden én de tiende sporter ter wereld, die vijf medailles won op één editie van de Winterspelen. Dat had tien jaar geleden dan weer niemand voorspeld - zowel de gebeurtenis als het tijdstip niet.

“Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar ik denk dat er alleen Nederlanders op het podium zullen staan. Ik denk dat het de Nederlanders ook zal spijten. Als het zo doorgaat, komt de sport in gevaar.” (Ådne Søndrål)

    • Jurryt van de Vooren