Voedingscentrum waarschuwt: geloof niet in ‘superfoods’

Gojibessen, chiazaad, hennepzaad, algenextracten, chiazaad, tarwegras en kokosvet. Het zijn een paar producten die vaak worden aangeprezen als superfoods: door het hoge gehalte aan voedingsstoffen zouden ze uiteenlopende ziekten en ongemakken voorkomen. Het Voedingscentrum waarschuwt nu dat ‘zulke wondermiddelen niet bestaan’.

Een burger gemaakt van hennepzaad, met als garnering een hennepblad. Foto ANP

Gojibessen, chiazaad, hennepzaad, algenextracten, tarwegras en kokosvet. Het zijn een paar producten die vaak worden aangeprezen als superfoods: door het hoge gehalte aan voedingsstoffen zouden ze uiteenlopende ziekten en ongemakken voorkomen. Het Voedingscentrum waarschuwt nu dat ‘zulke wondermiddelen niet bestaan’.

Dat vindt het instituut van de ministeries van Economische Zaken en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport al langer, maar uit een onderzoek blijkt dat 1 op de 10 Nederlanders het noodzakelijk vindt om superfoods te eten naast de gewone voeding. Patricia Schutte van het Voedingscentrum:

“Er bestaan namelijk geen superfoods. De geclaimde gezondheidseffecten van superfoods zijn onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Bovendien kan niet één voedingsmiddel alle belangrijke voedingstoffen leveren die het lichaam nodig heeft. Als je gezond wilt eten is variatie het toverwoord. De beste manier om alle verschillende voedingsstoffen binnen te krijgen die je nodig hebt, is om te eten volgens de Schijf van Vijf en volop te variëren met groente en fruit.”

De term superfood mag door iedereen worden gebruikt. Ongeveer een op de zes Nederlanders zou het woord kennen. Bijna een kwart geeft aan weleens superfood te kopen, bijvoorbeeld om de weerstand of hun energieniveau te verhogen.

Het Voedingscentrum benadrukt dat het ‘in principe’ geen probleem is om superfoods te kopen, maar maakt zich druk over de marketingstrategie. “Mensen kunnen namelijk onterecht gaan geloven dat zij een bepaald product in grote hoeveelheden moeten eten of drinken. En dan lopen ze het risico op een onvolwaardig, eenzijdig eetpatroon.”