SPARTAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA ! AAAAAAAAAA

Wie 300 heeft gezien, weet waar dit vervolg op uitdraait // Rondspattend bloed, klievende zwaarden en opgezwollen oorlogsspeeches // Ook deze keer pakt dat niet al te best uit

Fans van zwaard- en sandalenfilm 300 (2006) weten wat ze kunnen verwachten in het vervolg Rise of an Empire: in slowmotion rondspattend bloed, klievende zwaarden, gezwollen oorlogsspeeches, bloed dat van ijzeren helmen drupt en strijders die nogal terloops afscheid nemen van armen en benen. En dat alles voorzien van een anachronistische rockscore van Junkie XL, met oorverdovende percussie en etnische melodieën als Perzen in beeld komen.

Maar wat echt boeit, is een verwarde seksuele spanning. 300: Rise of an Empire, opnieuw naar een strip van Frank Miller, gaat door waar 300 eindigde. Daar hielden 300 Spartanen in 480 voor Christus lang stand in de nauwe pas van Thermopylae tegen het seksueel deviante massaleger – veel piercings en orgieën – van de Perzische keizer Xerxes. Met een opvallende en historisch niet eens misplaatste homo-erotische onderstroom: de Spartanen met hun geoliede sportschooltorso’s en leren broekjes zouden een heel populaire boot kunnen bevolken bij de Gay Pride.

In deel twee is het woord aan de Atheners, die na Thermopylae vertrouwden op hun vloot. Leider Themistocles moet in deze Hollywoodversie Xerxes bestrijden, maar vooral de vrouwelijke admiraal Artemisia van de Perzische vloot. Deze Artemisia was ooit een gevangene van de Grieken, die haar misbruikten en voor dood achterlieten. Ze is opgelapt, getraind door de Perzen en zweert nu meedogenloos wraak op de Griekse verkrachters. Daarbij heeft ze de leukste oneliner: held Themistocles, met wie ze eerder een potje stevige vechtseks had, voegt ze toe: „You fight better than you fuck.”

Stoere Amazones zijn de spaarzame lichtpuntjes in Rise of an Empire, die de unieke stijl van 300 op de spits drijft, met bloed dat op de lens spat en een lucht vol gloeiende asdeeltjes en stof om het 3D extra diepte te geven. De viriele Themistocles met zijn wasbordje heeft het moeilijk: ook de Spartaanse koningin Gorgo verwijt hem met zijn pik te spelen.

Op den duur wordt al het traag rondspattende bloed vooral afstompend en lachwekkend, net zoals de serieus bedoelde, opzwepende speech van held Themistocles waarin hij zijn manschappen, die steeds vochtiger ogen krijgen, voorhoudt dat het gaat om de vrijheid van Griekenland: bloedvergieten moet natuurlijk wel een reden hebben. Daarna is het weer lachen als hij met zijn paard van een hoge klif afspringt en via allerlei half gezonken oorlogsschepen op zoek gaat naar zijn kwelgeest Artemisia. Politiek is immers altijd persoonlijk.