Drie jaar na Arabische Lente geen noodtoestand meer in Tunesië

President Moncef Marzouki ondertekent een nieuwe grondwet, begin dit jaar. Vandaag werd bekend dat hij ook de noodtoestand in Tunesië heeft opgeheven. Foto ANP / EPA / Mohamed Messara

President Moncef Marzouki heeft vandaag de noodtoestand in Tunesië opgeheven. Die was uitgeroepen tijdens de revolutie van 2011, waardoor toenmalig president Zine El Abidine Ben Ali werd verdreven. Het luidde het begin in van de Arabische lente.

Dat meldt persbureau AP vandaag. Marzouki heeft vandaag een decreet tot het opheffen van de noodtoestand ondertekend. In november vorig jaar werd die juist nog verlengd met acht maanden. In eerste instantie zou de noodtoestand pas in juni dit jaar aflopen, maar de situatie in het land zou sterk zijn verbeterd. President Marzouki in een verklaring:

“Het opheffen van de noodtoestand betekent niet dat de mogelijkheden worden beperkt van de veiligheidsdiensten om militaire steun in te roepen, mocht dat nodig zijn. Dat geldt ook voor de gebieden waar het leger actief is en bij de grenzen.”

Politieke moorden dreigden Tunesië te destabiliseren

De noodtoestand kon drie jaar lang verlengd worden omdat er sprake was van aanhoudende bedreigingen van de openbare veiligheid. Zo werd het land vorig jaar opgeschrikt door de moorden op Mohammed Brahmi en Chokri Belaïd.

Beide politici hadden veel kritiek op de postrevolutionaire regering die werd gedomineerd door de fundamentalistische Ennahdapartij. Er werd gevreesd voor chaos, zoals dat ook al het geval was bij andere landen in het Midden-Oosten die tijdens de Arabische Lente een machtsomwenteling kenden. In oktober kwamen seculiere en religieuze partijen echter tot een routekaart om verdere escalatie tegen te gaan.

Zo nam Ennahda begin dit jaar vrijwillig afstand van het premierschap en werd er in januari een zwaarbevochten grondwet aangenomen die als één van de meest seculiere in de Arabische wereld geldt.

    • Philippus Zandstra