Pornografisch goudmijntje

Morgen lanceert De Bezige Bij een jubileumuitgave van ‘Ik Jan Cremer’. Een halve eeuw geleden profiteerden twee scholieren van de Cremerkoorts.

Jan Cremer krijgt een Gouden Boek voor 100.000 verkochte exemplaren vanIk, Jan Cremer op 27 november 1964. Foto ANP

‘Heb je het gehoord?” De leerlingen van de middelbare school in Hengelo staan schuw fluisterend in groepjes bijeen. „Die viespeuk, die Jan Cremer, komt nota bene uit Enschede.”

„Het schijnt een heel smerig boek te zijn”, weet een meisje gekleed in een modieuze plooirok met Schotse ruit. „Echt schaamteloos.”

Het is 1964. De anticonceptiepil is zojuist op de markt gelanceerd, The Beatles breken internationaal door met I want to hold your hand en in Amsterdam staat Provo in de startblokken. In Hengelo, de bekrompen, in zichzelf gekeerde metaalstad in het oosten van Nederland, blijft ogenschijnlijk alles bij het oude. Maar bij de jeugd borrelt en gist het onderhuids. In de fietsenkelder wordt stiekem gerookt. En tijdens het kerstbal stimuleert de aanwezigheid van de mistletoe leerlingen tot ongegeneerde vrijpartijen.

In die constellatie verschijnt eind februari Ik Jan Cremer. Op het schoolplein piekt de Cremerkoorts. In de schelmenroman, weten ingewijden, wordt aan de lopende band ruig geneukt. De lezer krijgt een spoedcursus schuttingtaal voorgeschoteld. En al die vunzige seks, opgetekend door een 23-jarige lefgozer met kille, waakzame ogen, is ook nog eens grotendeels autobiografisch. Daar moeten wij het fijne van weten, maar hoe? In de bibliotheek is het boek onvindbaar. Bij de boekhandel liggen weliswaar hoge stapels, maar voor ons – veertienjarigen met naoorlogs karig zakgeld – is de aanschaf problematisch.

Wie het plan heeft bedacht weet ik niet meer, maar samen met een gewiekste vriendin besluit ik de bestseller te kopen. Het idee lijkt briljant: eerst besnuffelen we het egodocument zelf om het vervolgens per dag te verhuren aan hongerige medeleerlingen.

Ik herinner me de nerveuze gang naar de boekwinkel en de argwanende blik van de verkoper, die we moedig trotseren. Die avond ga ik vroeg naar bed. Met een zaklamp onder de deken begin ik aan mijn nachtelijke karwei. Windt de lectuur me op? Nauwelijks, voor zover ik me herinner. De in gespierde mannentaal verpakte seksscènes ondermijnen de potentieel erotische lading. En de stuitende manier waarop de hoofdpersoon met „lekkere wijven” en „hete meiden” omgaat, maakt me kwaad. Het is vooral de drang naar vrijheid die ik herken en waardeer. Die intrinsieke behoefte om te ontsnappen uit die benauwde Twentse kooi.

De volgende dag mag mijn vriendin zich laven aan het rauwe proza. Daarna is het zover: wij betreden het schoolplein met ons pornografische goudmijntje, dat uiteraard onschuldig is gekaft. We maken wachtlijsten en innen het geld. Ik meen dat de dagprijs één gulden bedroeg, goed voor vier zakken patat. In een mum van tijd hebben we ook genoeg in kas om een tweede exemplaar aan te schaffen. Al met al hebben wij leuk verdiend met onze handel. En, niet onbelangrijk voor het broze puber-ego, wij zijn tot de zomervakantie van 1964 dé helden van de school.

    • Annet Muijen