Mondriaans brieven compleet

Al jaren wordt er gesproken over een complete uitgave van Mondriaans brieven. Nu lijkt het er eindelijk van te komen. Morgen wordt begonnen met het ontsluiten van alle correspondentie van de kunstenaar.

Piet Mondriaan (rechts) en Harry Holtzman in Holtzmans atelier, 1940 Foto Rkd

‘Ik verlang al lang naar een brief van jou”, schrijft Piet Mondriaan op 6 mei 1940 vanuit Londen aan zijn Amerikaanse vriend, de kunstenaar Harry Holtzman. „Maar ik begrijp dat het moeilijk is om aan schrijven toe te komen in deze tijd, nu de wereld zo overstuur is. Ik heb ook veel onderbrekingen gehad en heb veel last gehad van mijn gezondheid. Ik voelde me vaak moe.”

Mondriaans handschrift is maar moeilijk leesbaar, en zijn Engels gebrekkig. Maar wie de moeite neemt om zijn hanenpoten te ontcijferen, ontdekt een gevoelige, sympathieke en soms ook humoristische man. Heel iemand anders dan de strenge kunstenaar die hij wilde zijn.

Piet Mondriaan (1872-1944) schreef veel brieven. Van zijn jonge jaren in Winterswijk tot zijn laatste periode in New York zijn zo’n 1.500 brieven, telegrammen en briefkaarten bewaard gebleven. Ze zijn gericht aan kunstenaars als Theo van Doesburg en Ben Nicholson, aan verzamelaars als Sal Slijper en aan vrienden als de violiste Aletta de Iongh en de theosofische onderwijzeres Willy Wentholt. De originelen zijn verspreid over tientallen collecties in Europa en de Verenigde Staten. Meer dan driekwart is nooit gepubliceerd. En dat mag gerust een groot gemis genoemd worden. Want deze brieven bieden niet alleen een intieme blik in de belevingswereld van Mondriaan, ze zeggen ook iets over een halve eeuw cultuurgeschiedenis.

De wens om de correspondentie te bundelen in een publicatie, zoals dat ook met Van Goghs brieven is gebeurd, bestaat al tientallen jaren. In 1978 werd in het Haags Gemeentemuseum de ‘Werkgroep Mondriaancorrespondentie’ opgericht (zie kader), maar de 900 brieven die zij transcribeerden bleven jarenlang opgeborgen in hun multomappen. Met de uitgave van de Mondriaan-brieven zou „haast een nationaal belang gediend zijn”, schreef kunsthistoricus Jan de Vries in een rapport in 1996. Twee jaar later bracht NRC-redacteur Lien Heyting het onderwerp opnieuw onder de aandacht in een stuk in het Cultureel Supplement. „Waar blijft de complete uitgave van Mondriaans brieven?”, vroeg zij zich af. Waarna ze beschreef hoe alle initiatieven in de soep waren gelopen, doordat sommige briefeigenaren weigerden de inhoud van hun bezit prijs te geven. En doordat veel van de door de werkgroep uitgetikte brieven alweer zoekgeraakt waren.

Mondriaans verjaardag

Maar nu lijkt het er toch echt van te komen. Morgen, op Mondriaans geboortedag, begint het RKD – Nederlands Instituut voor kunstgeschiedenis – met een pilotproject dat moet leiden tot de uitgave van alle Mondriaan-brieven, zowel digitaal als in boekvorm. Het RKD heeft voor deze ‘verkenning’ subsidie gekregen van SNS Reaal Fonds en gaat samenwerken met het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW), dat samen met het Van Gogh Museum ook de editie van de Van Gogh-brieven maakte. In de pilotfase, die een jaar duurt, wordt eerst de correspondentie tussen Mondriaan en Holtzman onder de loep genomen, 54 brieven in totaal. Als dat project voorspoedig verloopt, wordt er verder gegaan met de andere brieven, die in fases gepubliceerd worden. In 2020 moet de klus zijn geklaard.

„We komen nu veel beter beslagen ten ijs”, antwoordt Anita Hopmans, Hoofd Collecties & Onderzoek bij het RKD, op de vraag waarom het project dit keer wel gaat lukken. „Er is nu een goed voorbeeld, de Van Gogh-brieven, en een goede partner, Huygens ING. In de afgelopen tien jaar heeft het RKD bijna alle Mondriaan-brieven kunnen verzamelen. Ook hebben we de archieven kunnen verwerven van Joop Joosten en Robert Welsh, de auteurs van Mondriaans oeuvrecatalogus. Dat waren de laatste grote bouwstenen.” Bijkomstig voordeel is dat op 1 januari 2015 het auteursrecht op het oeuvre en de geschriften van Mondriaan verloopt, waardoor er vanaf dan vrij uit geciteerd mag worden.

Hopmans heeft in de afgelopen tien jaar veel energie gestoken in het aanhalen van de banden met briefeigenaren. Zo zijn er nu „goede contacten” met Cis Heijdenrijk, oprichtster van het Amersfoortse Mondriaanhuis, die een aantal boeiende brieven van Mondriaan aan Willy Wentholt beheert. Heijdenrijk was altijd van plan die zelf te publiceren, maar „staat nu positief tegenover de plannen van het RKD”. Op veilingen duikt ook af en toe nog een losse Mondriaan-brief op – de waarde daarvan ligt zeker rond de 1.000 euro. Ook die eigenaren probeert Hopmans te overtuigen van het belang van het Mondriaan-project. „Want de kunsthistorische waarde is veel groter”, zegt Hopmans. „Wat heb je aan één brief? Voor het algemene belang telt alleen de volledige correspondentie.”

Soms had ze geluk, vertelt Hopmans. Zoals bij de Holtzman-brieven, waaruit lange tijd niets gepubliceerd mocht worden omdat de eigenaar, de Holtzman Trust, bang was dat ze dan minder waard zouden worden. Nadat Hopmans ontdekt had dat de brieven verkocht waren, zocht ze contact met de nieuwe eigenaar, een New Yorkse privéverzamelaar. „Tegen betaling van een vergoeding voor het copyright mochten we alle brieven digitaliseren. Net op het moment dat de originele brieven in Nederland waren, stroomde bij haar bovenburen de wasmachine over. Haar hele appartement stond blank. Dat deed haar beseffen dat de brieven professioneel beheerd dienden te worden. Met steun van verschillende fondsen hebben we de 54 brieven twee jaar geleden kunnen aankopen.”

Bij die aankoop zaten ook andere bijzondere documenten, zoals foto’s van Mondriaans ouders, enkele artikelen uit zijn Parijse periode en de horoscoop die de kunstenaar rond 1911 had laten trekken. Ze behoren tot de handvol documenten die Mondriaan zijn hele leven heeft bewaard, en die hij uiteindelijk aan Holtzman naliet. „Dit materiaal heeft drie schiftingen doorstaan”, vertelt assistent-conservator Wietse Coppes, die als Mondriaan-expert bij het project is betrokken. „Mondriaan heeft ze met zich meegedragen toen hij naar Parijs en Londen verhuisde, en zelfs tijdens zijn overtocht naar New York. Dat geeft wel aan hoe belangrijk ze voor hem waren.”

Onverwacht bezoek

Coppes vertelt over de bijzondere vriendschap tussen Mondriaan en de veertig jaar jongere Amerikaan. „Holtzman was een abstracte kunstenaar die in 1934 voor het eerst werk van Mondriaan had gezien en door hem geobsedeerd was geraakt. Hij wilde hem per se in Parijs opzoeken. Nadat hij 50 dollar had gespaard voor de overtocht, kwam hij in december 1934 onverwacht aankloppen bij Mondriaans studio in Parijs. Mondriaan sprak toen nog nauwelijks Engels, toch werden ze goede vrienden.” Later zou Holtzman Mondriaans overtocht naar Amerika betalen en regelde hij een atelier voor hem in New York. „Als dank liet Mondriaan alles wat hij had meegenomen aan Holtzman na.”

Uit Mondriaans brieven aan Holtzman, die het RKD openbaar heeft gemaakt op de site Mondriaan.nl, blijkt tot in detail hoe groot de rol van de Amerikaan was bij het verkrijgen van de juiste papieren. Op 5 juli 1940 schrijft Mondriaan aan zijn vriend dat hij bij het Amerikaans consulaat is geweest en dat alles is geregeld. „Later hoop ik je voor alles te kunnen bedanken”, heeft de kunstenaar er in de kantlijn bij gekrabbeld. Op 22 augustus stuurt Mondriaan een telegram met de mededeling dat hij het visum op zak heeft en op de boot wacht die hem naar Amerika zal brengen. En, op 19 oktober 1940, als hij in New York is gearriveerd: „Langzaam kom ik weer aan mijn ‘inner life’ toe, iets waar ik in Europa maandenlang geen tijd voor heb gehad.”

Zo sappig en doorleefd als Van Goghs brieven zijn de Mondriaan-brieven niet. Coppes: „Van Gogh was veel monomaner. Bij Mondriaan hebben alle brieven een eigen karakter, afhankelijk van degene aan wie hij schreef. Soms was hij zakelijk, andere keren juist heel persoonlijk. Maar als je alle brieven leest, moet dat beeld van die strenge figuur wel worden bijgesteld. Dat imago wilde hij zelf naar buiten brengen, in zijn geschriften en op foto’s. Je ziet hem bijvoorbeeld nooit lachen. Maar uit zijn brieven blijkt wel degelijk zijn frivole kant. Mondriaan was een goede kok en hield van vegetarisch eten, hij was een begenadigd danser en een groot muziekliefhebber.” Uit een mapje haalt Coppes een foto uit 1909 tevoorschijn, waarop Mondriaan is uitgedost als Spanjaard. „Dit was het jaarlijkse gekostumeerde feest van kunstenaarsvereniging St. Lucas, een evenement dat Mondriaan voor geen goud wilde missen. Hij moest dat jaar een stierengevecht opvoeren, en deed dat met verve.”

Het is de bedoeling dat in de databank alle kunstwerken van Mondriaan zullen worden gekoppeld aan de brieven. Ook al het referentiemateriaal, zoals foto’s en artikelen, wordt erin opgenomen. Die koppeling van verschillende archieven en deelcorrespondenties levert talloze nieuwe inzichten op, zegt Coppes. Hij pakt nog een foto uit een map, een portret van Mondriaan met een woeste baard. „Deze foto komt uit de nalatenschap van Harry Holtzman en is in 1909 gemaakt door Alfred Waldenburg, een nogal zonderlinge figuur uit het Gooi die het leuk vond om schedels van mensen op te meten. In een brief uit 1910 van Mondriaan aan Aletta de Iongh is te lezen dat hij de ‘schedelmeter’ heeft ontmoet. Iets later schrijft hij: ‘Mijn baard is eraf.’ De transformatie van bohémien naar keurige heer met middenscheiding vond dus al in 1910 plaats, in Nederland. En niet in Parijs in 1911 zoals we altijd dachten.”

Zo wordt het beeld van Mondriaan nog iedere dag bijgesteld.