Milaan, vrouwenmode najaar 2014: fast-fashion en uitbundigheid

Een ceintuur met de tekst ‘Waist of money’ erop geborduurd, een jasje met goudkleurig bestek in plaats van knopen, grappige variaties op het Chanelpakje. Weinig ontwerpers hebben zo liefdevol de draak gestoken met mode als de Italiaan Franco Moschino, die twintig jaar geleden overleed aan aids. Zijn merk is zonder hem doorgegaan, maar een hit waren de collecties allang niet meer.

Dit najaar werd een nieuwe creative director benoemd: de Amerikaan Jeremy Scott. Afgelopen week, tijdens de damesmodeshows voor het najaar van 2014, presenteerde hij in Milaan zijn eerste Moschino-collectie, en die zat vol verwijzingen naar popcultuur en fastfood: hiphop, Spongebob, verpakkingen van snacks, en vooral McDonald’s: het felle rood en geel en de golden arches – meer in een hartje gebogen dan een M – kwamen terug op truien, riemen, maar ook voor Chanelpakjes en -tasjes.

Behalve als een ode aan Franco Moschino zou je de referenties aan Chanel en de fastfoodketen kunnen interpreteren als een commentaar op de goedkope, snelle fast fashion van de grote ketens, ware het niet dat Scotts ontwerpen ook supersnel zijn. Normaal duurt het minstens vier maanden voor een catwalkcollectie in de winkel ligt, maar Scotts McDonald’s-stukken waren de ochtend na de show al te vinden bij de Milanese boetiek 10 Corso Como. Binnen een paar uur waren tachtig tasjes, truien en jurken verkocht. Zo is de grap er waarschijnlijk snel af. Maar wat geeft het? Moschino staat weer op de kaart.

Ook bij andere labels waren vrolijke en opvallende kleren te zien, zij het doorgaans geraffineerder dan bij Moschino. Na jaren van ingetogen en androgyne mode lijkt de tijd rijp voor uitbundige, creatieve en opvallend vrouwelijke mode; broeken waren in de shows in Milaan nauwelijks te vinden, bont en interessante stofcombinaties des te meer. Karl Lagerfelds collectie voor Fendi was een goed voorbeeld: luxe bontjassen en -tops, nethemdjes, wijde rokken, jassen met verfspattenprints, luxe patchworks en witte ‘verpleegsterslaarsjes’ waren samengebracht tot spannende, stijlvolle outfits.

Miuccia Prada had zich laten inspireren door de Duitse avant-garde, wat direct duidelijk werd door de muziek: Fassbinder-actrice Barbara Sukowa zong live liederen van Kurt Weill. De collectie was klassiek Prada: vol contrasten en gedurfde voorstellen, steeds balancerend op de grens tussen mooi en lelijk. Grote jassen die deden denken aan lammycoats; transparante overgooiers over kinderlijk gedessineerd ondergoed en oversized truien; laarzen en schoenen met rubber sleehakken die geheel van plastic leken; een jurk van rood geitenhaar; ruime effen overhemdjurken en sluike jurken met een jarendertigdessin.

Ook Dolce & Gabbana kwamen met een inspirerende en opgewekte collectie. Net als alle shows van de afgelopen jaren had ook deze Sicilië als uitgangspunt, maar dit keer was het thema vrijer geïnterpreteerd. De show was letterlijk en figuurlijk een modesprookje. Naast op ‘middeleeuwse’ tunieken en laarzen (een verwijzing naar de Normandiërs die in de elfde eeuw het eiland binnenvielen) waren er jassen en jurken met afbeeldingen van bekende sprookjesfiguren. En, uiteraard, echte prinsessenjurken: sluike, lange, zijden gewaden met een breed korset erover.

Ontwerper Tomas Maier van Bottega Veneta hield het simpel voor komend najaar: een jurk met een uitlopende rok of een trui met rok en een paar elegante schoenen. Niets te veel. Hoewel de jurken en rokken zelf verre van eenvoudig waren. Patroondelen waren bijvoorbeeld zo geplaatst dat de streepdessins een interessant grafisch patroon vormden, of er waren met verschillende stoffen grafische spannende grafische motieven op gemaakt, op rokken zaten ‘gespoten’ dessins.

Er is een nieuw silhouet in de mode aan het raken: een wijde, enkellange rok, gedragen met een ruime top en platte schoenen. Bij Marni was een groot deel van de outfits zo samengesteld. Soms waren de kledingstukken gemaakt van vilt, vaak van duikpakmateriaal of sweatstof. Daarnaast waren er enorme bontjassen en prachtige jassen die uitbundig bezet waren met veren en kralen; goed voor de show, maar verder dan de modebladen zullen ze waarschijnlijk niet komen.

Het beste bewijs dat de tijd van de superhoge hak en de plateauzool voor bij is, was misschien wel de show van Gucci. Vorig seizoen, toen de meeste huizen al overgegaan waren op comfortabeler schoeisel, hield dat nog vast aan zeer hooggehakte sandalen, maar dit keer liepen de meeste modellen er op platte laarsjes, die waren gebaseerd op de klassieke Gucci-loafer. De werden gedragen onder strakke, korte jurkjes in een A-lijn of met smalle broeken en broekpakken, allemaal in smaakvolle poederpastels.

Een zeer groot deel van de modecollecties wordt natuurlijk niet gemaakt door de creative directors zelf, maar door het ontwerpteam. Als een creative director weggaat, kan zo’n team vaak best nog even door, maar heel lang gaat dat meestal niet goed. Jil Sander stapte een paar maanden geleden op bij haar modehuis om voor haar zieke vriendin te zorgen. De mannencollectie die in januari werd getoond was sterk genoeg, maar bij haar vrouwencollectie is het team duidelijk gaan zwabberen. De stevige schoenen waren prachtig, de grote wollen jassen oké, maar de jurkjes met scheef geplaatste plooien zaten niet altijd goed en deden daardoor wat armoedig aan. Bovendien miste het geheel een duidelijke uitspraak. Het is hopen dat er snel een sterke ontwerper bij het huis wordt binnengehaald.

Fotografie: Peter Stigter (teampeterstigter.com). Gedeeltelijk eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad.

Fendi

Prada

Dolce & Gabbana

Bottega Veneta

Marni

Gucci

Jil Sander

    • Milou van Rossum