Column

Juliana wilde vijand naar de keel grijpen

Eleanor Roosevelt en prinses Juliana.

Aan de biografie van koningin Juliana door Jolande Withuis gaan we nog veel plezier beleven. De auteur,socioloog en medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), kondigde haar rehabilitatie van een vorstin al in 2012 aan in Zomergasten (VPRO) en deze maand, tien jaar na het overlijden van Juliana, verschijnt vast een voorproefje over de Canadese ballingschap (1940-1945): Juliana's vergeten oorlog.

In een programma van de NOS, Juliana in de oorlog, lichtte Withuis gisteren haar bevindingen toe en werd het onderzoek rijkelijk geïllustreerd met verhelderend beeldmateriaal. Dat bepaalde immers tot nu toe de indruk die wij hadden van de prinses in Ottawa, die zich daar wijdde aan de opvoeding van haar twee dochters (vanaf 1943 drie), terwijl moeder Wilhelmina en echtgenoot Bernhard zich in Londen met de oorlog bezig hielden.

Die plaatjes van het in veiligheid gestelde koninklijke gezin circuleerden ook in bezet Nederland, als hart onder de riem. Withuis toonde zelfs een guitig portret van de tweejarige prinses Beatrix, met de tekst „Ik kom heusch terug, hoor!”

Maar het beeld werd ook in ons collectieve geheugen gegrift door voormalig NIOD-directeur Loe de Jong. In zijn tv-serie De Bezetting en wetenschappelijke geschiedschrijving kwam het niet van pas om te melden dat Juliana hooguit de helft van de tijd in Ottawa doorbracht. Ze hield radiotoespraken, bezocht de Nederlandse Antillen en Suriname en zat vaak in New York en Washington. Withuis: „Ze heeft het over ‘de vijand naar de keel grijpen’, dus weg pacifistische Juliana.”

In het bijzonder trad de prinses op als liaison tussen haar moeder en het Witte Huis, dankzij een innige vriendschap met presidentsvrouw Eleanor Roosevelt. Volgens Withuis had Juliana „van d'r leven niet zo iemand ontmoet”: intelligent, onafhankelijk, strijdbaar, vermoedelijk biseksueel. In het archief vond Withuis een brief aan de First Lady: „Het is prachtig dat er mensen zijn als jij, dat het mogelijk is te zijn zoals jij”.

Bernhard vond het allemaal maar niets en stelde Juliana ook teleur door kribbig te reageren op haar vrijheidsdrang. Maar hij was er in die vijf jaar maar zes keer.

Zelfs een historicus die je niet van feminisme kunt verdenken, Cees Fasseur, zegt voor de NOS-camera: „Juliana is eindelijk ontkomen aan de dwingelandij, aan het dominante gedrag van haar moeder en haar man”.

Schrijvend aan een bureau in het NIOD lijkt Withuis (64) ook wel iets op Beatrix of Juliana. De achtergrond van het statige interieur van het NIOD is een kleine hommage aan het pand dat binnenkort moeten worden verlaten. Dit beeld verscherpt ook Withuis' harde kritiek op de beroemdste gebruiker van het pand, Loe de Jong: „Hij was bevooroordeeld, een heel ernstige zaak.”

„Maar ben jij dat als feministe ook niet?” wil de onzichtbare en anonieme interviewer weten. Ze bevestigt met een feministische blik te kijken, maar alle uitspraken zijn controleerbaar. Net als de foto’s en filmbeelden overigens, die iets heel anders laten zien dan een volgzame moeder in ballingschap.