Is deze fabriek nog voor Italië te behouden?

Electrolux dreigt zijn belangrijkste fabriek in Italië te sluiten – veel te hoge loonkosten. De fabriek behouden wordt de eerste vuurproef voor de net aangetreden premier Matteo Renzi.

Foto's EPA

Op zijn eerste officiële werkbezoek als premier ging Matteo Renzi vorige week naar Treviso. In deze stad in het noorden bezocht hij een school. Maar er wachtten hem niet alleen kinderen, leraren, lokale politici en enkele boze betogers op. Ook een delegatie vakbondsleiders wilde de nieuwe premier subiet spreken. Wat, wilden ze weten, heeft zijn regering Electrolux te bieden?

De Zweedse witgoedfabrikant meldde begin dit jaar dat het zijn belangrijkste fabriek in Italië dreigt te moeten sluiten. De loonkosten zijn door de almaar groeiende belastingdruk zo hoog, dat het niet langer rendabel is om er wasmachines te laten maken. In Polen is het dat wel. Alleen als de loonkosten dalen, willen de Zweden de fabriek in Porcia openhouden.

De kwestie symboliseert Renzi’s belangrijkste uitdaging. De 39-jarige premier belooft Italië ingrijpend te hervormen zodat buitenlandse investeerders het land niet langer ontvluchten maar juist weer aantrekkelijk gaan vinden. De Europese Commissie maande zijn regering om daarmee echt vaart te maken – op straffe van boetes. Belastingen moeten omlaag, de arbeidsmarkt flexibeler, de bureaucratie verminderd. „We moeten een serieus land worden”, in de woorden van Renzi.

Of Electrolux gaat of blijft, wordt een eerste test. De multinational wil volgende maand een besluit nemen. „De regering moet nu interveniëren”, zegt Robert Zaami van de metaalarbeidersvakbond. „Niet alleen om de ruim duizend banen in deze fabriek te behouden, maar ook bij alle toeleveranciers in de regio. Voor de hele streek zijn zeker vijfduizend banen in gevaar.”

Aantrekkelijk lagelonenland

Zaami houdt dezer dagen kantoor in een partytent die is opgezet voor de fabriekspoort van Electrolux in Porcia. Met achter zich besneeuwde Alpentoppen warmen arbeiders hun handen aan de vlammen die oplaaien uit een olievat. Aan de hekken van het terrein hangen spandoeken. Iedereen draagt buttons met de tekst ‘Zanussi sluit je niet’ – Electrolux nam deze Italiaanse maker van huishoudelijke apparatuur in 1984 over.

Destijds was Italië aantrekkelijk als lagelonenland. Maar dertig jaar later behoort het tot de duurste landen van Europa. Terwijl Poolse werknemers het bedrijf gemiddeld 6 euro per uur kosten, kosten Italiaanse werknemers 24 euro. De laatsten zijn weliswaar efficiënter en maken ook hoogwaardiger modellen. „Maar produceren in Italië wordt echt te duur”, stellen bronnen binnen het bedrijf. „We raken zo nog verder achterop bij de concurrentie uit vooral Azië. We moeten ingrijpen om onze toekomst zeker te stellen.”

Electrolux stelde aanvankelijk voor de salarissen met enkele tientallen procenten te verlagen – dat, of de fabriek moest dicht. De bonden begonnen stakingacties. Lokale en regionale politici gingen lobbyen in Rome.

Na weken van protesten en politiek spoedberaad is een tijdelijke noodoplossing in de maak. Die richt zich meer op de kern van het probleem, namelijk dat de loonkosten in Italië bovenal zo hoog liggen door de talrijke hoge belastingen op arbeid. De overheid heft 32 procent aan sociale premies. Het verschil tussen het nettosalaris (dat een werknemer uiteindelijk ontvangt) en het brutoloon (dat de werkgever betaalt) behoort hierdoor tot de hoogste in de geïndustrialiseerde wereld.

Volgens het compromis zouden de werknemers de komende jaren zes uur per dag blijven werken, in plaats van acht uur. Op zulke zogenoemde solidariteitscontracten draait de fabriek al sinds 2010. Maar tot nu toe bleef Electrolux voor een volle werkweek sociale premies afdragen. Het idee is nu dat deze straks deels door de overheid worden betaald. De loonkosten voor Electrolux dalen zo met 3 euro per uur. Genoeg om voorlopig in Italië te blijven, wordt op het hoofdkantoor in Porcia verzekerd.

‘Oorlog tussen de armen’

Het is een oplossing die allesbehalve optimaal is, zeggen politici, bonden en bedrijf. Want het risico bestaat dat de premieverlaging wordt betaald door andere belastingen te verhogen. De toch al onverzadigbare Italiaanse staat zou van burgers en bedrijven nog meer belasting vragen. Voor de zoveelste keer zou staatssteun als excuus dienen om niet werkelijk aan concurrentiekracht te winnen.

„Dat Electrolux een waarschuwing heeft afgegeven over de hoge loonkosten creëert een noodsituatie. Die moet worden opgelost, maar dit kan nooit de norm worden”, zegt vakbondsman Gianni Piccinin. „Staatssteun is nooit oneindig. En als Electrolux straks gered is, dient zich wel een ander bedrijf in problemen aan.”

Volgens Maurizio Marcon, een meer militante vakbondscollega, speelt veel meer dan alleen de hoge loonkosten. „Ook de corruptie, bureaucratie, hoge energieprijzen, juridische onzekerheid, politieke instabiliteit jaagt bedrijven weg.” Overigens allemaal problemen die Italië ook al kende toen Electrolux begin jaren 80 Zanussi opkocht, merkt Marcon cynisch op. „Maar zolang de lonen laag waren, namen ze die voor lief.”

Volgens hem wordt in Europa een „oorlog tussen armen” ontketend. Elk land probeert met wetten, belastingregelingen en andere voorwaarden bedrijven te trekken. „Bedrijven spelen landen tegen elkaar uit.” Italië wordt gedwongen meer op Polen te gaan lijken. Maar in dat laatste land, zegt hij, hebben werknemers veel minder rechten en worden zij onderbetaald. „Eigenlijk zou Polen meer op Italië moeten gaan lijken.”

Meer kansen voor jongeren

Vergeleken met andere werelddelen zijn verworven rechten in heel Europa relatief onaantastbaar. Maar dat geldt zeker voor Italië en zeker in deze crisistijd. Werknemer Gabriel Santarossa (51) legt uit dat hij en zijn vrouw, die ook bij Electrolux werkt, ieder 1.200 euro verdienen. Voor de opgelegde arbeidstijdverkorting was dat 1.350. Ze kunnen nog hun huur betalen en de hoge stookkosten van hun slecht geïsoleerde huis. „Maar we hadden er nooit samen 800 euro op achteruit kunnen gaan.” Hij hoopt dat het compromis rondkomt, omdat hij dan zijn baan en zijn huidige inkomen behoudt. Maar hij vreest Renzi’s aangekondigde arbeidsmarkthervorming. ,,Dat gaat doorgaans ten koste van de mensen met een vaste baan.”

De flexibilisering is bedoeld om vooral jongeren, van wie nu ruim 40 procent geen baan heeft, meer kans te geven op werk. „Maar ik moet ook aan mijn gezin denken”, zegt Satarossa. Mijn dertigjarige dochter heeft nu eventjes werk, maar zit volgende maand weer zonder. En als ik, met mijn leeftijd, op straat kom te staan, vind ik zelfs buiten Italië nog niets anders. En dan?”

Nieuw bewustzijn ontstaan

Politieke en maatschappelijke weerstand tegen hervormingen brak de twee premiers vóór Renzi op: Mario Monti (eind 2011 tot begin 2013) en zijn partijgenoot Enrico Letta (de afgelopen tien maanden). Zij wisten maar een klein deel van het al jaren bekende takenlijstje af te werken. De ongeduldige Renzi schoof Letta na een interne coup opzij. Toch zal Renzi nu moeten regeren op basis van hetzelfde parlement, in een land met dezelfde gevestigde belangen.

Deborah Serracchani erkent dat de uitdaging enorm is. Ze is gouverneur van Friuli (1,5 miljoen inwoners), de noordoostelijke regio waar de wasmachinefabriek staat. Zij hielp intensief mee het reddingsplan in elkaar zetten. Binnen de centrumlinkse Partito Democratico geldt zij als een ‘renziana’, een loyale bondgenoot van de premier die weinig opheeft met de conservatief-linkse idealen van veel oude PD’ers.

Het reddingsplan voor Electrolux bestempelt ze als „een eerste, inefficiënte stap”. „We willen hiermee bovenal tijd kopen. Een nieuwe situatie scheppen om echte structurele hervormingen te treffen”, zegt ze in haar werkkamer in regiohoofdstad Triëste. „De belastingen op arbeid moeten structureel omlaag. En het geld daarvoor moet komen van bezuinigingen, niet van nog meer lastenverzwaringen. Als er al belastingen omhoog moeten, dan alleen die op kapitaal, bijvoorbeeld via de vermogensrendementsheffing of een taks op financiële transacties.”

Volgens Serracchani kunnen in de overheidsbegroting met gemak miljarden gevonden worden. Door belastingvlucht aan te pakken, te snijden in het overheidsapparaat en de kosten van het politieke systeem terug te dringen. „Na zes jaar crisis is een nieuw bewustzijn in het land ontstaan dat de dingen echt anders moeten. En we hebben nu iemand met de dapperheid en politieke wil dit te doen.”

Dat echter nog moet blijken of Renzi zijn plannen ook door het parlement krijgt, wil ook zij best beamen. Niet alleen moet hij regeren in een ongemakkelijke coalitie met centrum-rechts. Ook binnen zijn eigen partij is verzet tegen zijn dadendrang. Daags voor zijn machtsgreep waarschuwde Serracchani hem daar openlijk voor. De oude partijgarde zou Renzi zijn coup slechts toestaan in de hoop dat hij als premier zal falen, zei ze.

En dat denkt ze nog steeds. „Een deel ziet Matteo het liefst vallen. Dit is niet alleen een machtswisseling geweest, ook een generatiewisseling. De inzet is zeer hoog, maar nu is het moment.”

    • Merijn de Waal