Gas is macht, daarom moet Europa energiebeleid kiezen

De crisis in Oekraïne heeft Europa opnieuw geconfronteerd met zijn afhankelijkheid van Russische gasleveranties. De zogeheten gaskraan is een machtig politiek wapen. Hoe dichter een Europees land bij Rusland is gesitueerd, hoe groter de afhankelijkheid. Gemiddeld is een kwart van het gas dat Europese landen gebruiken afkomstig uit Rusland.

De Russen zijn natuurlijk niet de eerste die hun grondstoffenrijkdom met een boycot of prijskortingen gebruiken als politiek pressiemiddel. De olie-exporterende landen in het Midden-Oosten deden dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw ook. Libië heeft een paar jaar geleden de gasleveranties aan Italië gestaakt toen dictator Gaddafi een punt wilde maken.

De Europese afhankelijkheid dwingt tot nuchterheid én tot eenstemmigheid. De afhankelijkheid van Europa is óók de afhankelijkheid van Rusland. Onze gasinvoer is ook hún exportopbrengst en hún staatsinkomsten. Staat, gas en export zijn met elkaar verweven in Gazprom, een multinational met een beursnotering, waarin de Russische overheid 51 procent van de aandelen bezit. Gazprom wil groeien in Europa en sponsort onder meer de Champions League.

Europa moet zijn afhankelijkheid op verschillende manieren reduceren. De kwetsbaarheid voor plotselinge schokken, zoals het dichtdraaien van de gaskraan, vraagt om grotere buffervoorraden. Daar is nog een wereld te winnen.

Maar het is nu ook hoog tijd dat Europese landen een concreet gezamenlijk energiebeleid voeren. Het pijnlijke is dat het, ondanks goede bedoelingen en initiatieven van de Europese Commissie, juist de andere kant opgaat. Ieder volgt zijn nationale belangen. Frankrijk is een kernenergieland. Duitsland heeft de kerncentrales juist in de ban gedaan en zet alles op wind- en zonne-energie. Nederland is als gasland zelf exporteur, maar heeft zich vrij plotseling gerealiseerd dat de voorraden eindig zijn. Ons land wil zijn infrastructuur van pijpleidingen blijven exploiteren. Daarom heeft Nederland nauwe economische banden met Rusland aangeknoopt, onder meer als aandeelhouder van de pijplijn die onder Russische regie Russisch gas rechtstreeks naar Duitsland transporteert.

Europees energiebeleid moet beginnen bij het erkennen van de noodzaak van spreiding. Spreiding van bronnen en een open houding tegenover nieuwe kansen (schaliegas) en bestaande mogelijkheden (kernenergie). Spreiding van leveranciers en van landen. Gezamenlijk energiebeleid is in zichzelf al een machtsmiddel. Het voorkomt dat individuele landen tegen elkaar worden uitgespeeld. Alleen een eenstemmig Europa wordt serieus genomen.