Explosieve getuigenis over Demmink, nog geen hard bewijs

Een voormalig rechercheur zei gisteren dat justitie onderzoek deed naar oud-topambtenaar Demmink vanwege kindermisbruik Tot nu toe waren er vooral geruchten Als het waar is, heeft ook minister Opstelten veel uit te leggen

,,We zijn verlinkt’’, zei hoofdinspecteur Jaap Hoek (73) die in de jaren negentig het hoofd was van de zedenpolitie in Amsterdam gisteren voor de rechtbank in Utrecht. Het uiterst vertrouwelijke onderzoek dat in 1997 onder leiding van officier van justitie Fred Teeven op een speciale geheime locatie bij Utrecht begon naar het seksueel misbruiken van minderjarige jongens door hooggeplaatste magistraten – codenaam Rolodex – was al ,,stuk’’ voordat het goed en wel begonnen was. De verdachten bleken ervan op de hoogte dat de politie ze in de gaten hield. ,,Het was een heel naar besluit van mijn carrière’’, zei Hoek die in 1999 gefrustreerd met functioneel leeftijdsontslag ging.

Al jarenlang doen in kringen van justitie en politie verhalen over pedofiele contacten van justitiële topfunctionarissen fluisterend de ronde. Maar gisteren hebben twee voormalige agenten van de Amsterdamse politie voor het eerst in het openbaar en onder ede verteld over de betrokkenheid van voorname gezagsdragers bij seksfeestjes in Amsterdam waarbij minderjarige jongens werden misbruikt. Het waren ongekend explosieve getuigenissen.

De roestige spijker

Dat de zweer nu publiekelijk op tafel komt, is te danken aan een civiele procedure die op verzoek van stichting De Roestige Spijker wordt gehouden. De stichting hoort deze maand voor de rechter-commissaris in Utrecht negen getuigen in het openbaar die mogelijk iets weten over seksuele escapades van de man die van 2002 tot 2012 secretaris-generaal was op het Ministerie van Veiligheid en Justitie: Joris Demmink. Dinsdag vertelde een getraumatiseerde man dat hij als tiener in kinderbordelen in de hoofdstad had gewerkt. Hij zei Demmink een keer oraal te hebben bevredigd in de dienstauto.

Gisteren nam Leen de Koter, sinds vijf jaar directeur van zijn eigen recherchebureau, plaats in de getuigenbank. Hij heeft dertig jaar bij de Amsterdamse politie gewerkt en was in het Rolodexteam als criminele inlichtingenofficier (CIE) belast met het vergaren van informatie. Ook hij was gefrustreerd. Onderzoeken naar kinderporno en kinderprostitutie waren in Amsterdam „altijd een ondergeschoven kindje” geweest.

Het Rolodex-onderzoek begon toen er CIE- informatie kwam over de rol van voorname magistraten bij misbruik van jongens. De politie had bovendien een verdachte van seksueel misbruik gearresteerd die zich beklaagde: ,,De hooggeplaatste heren alles mogen maar ik word wel gepakt.” Hij wilde wel praten in ruil voor strafvermindering.

Hoogleraar aan de VU

De aandacht richtte zich op een hoogleraar aan de VU die in samenwerking met een Amsterdamse pooier in zijn woning in Amsterdam-Noord seksfeestjes met jongens organiseerde voor gezagsdragers. De recherche kreeg toestemming printgegevens te vragen van de nummers die de hoogleraar belde. Daaruit bleek dat de man veelvuldig de nummers draaide van „homofiel getinte sekslijnen” waarin seks met minderjarigen werd gesuggereerd. Er kwamen ook namen in beeld van justitiële autoriteiten die aan de feestjes zouden deelnemen. De Koter noemde de namen van de toenmalige hoofdofficieren van justitie van Haarlem, Breda en het landelijk parket. De vierde naam was die van topambtenaar Joris Demmink.

Na vijf maanden kreeg het team, waarin ook de Rijksrecherche en Bureau Interne Zaken van de Amsterdamse politie deelnamen, toestemming voor huiszoekingen en telefoontaps. Maar meteen na deze vervolgingsbeslissing bleek dat de verdachte telefoonlijnen stilvielen. „We hebben sterke vermoedens dat de betrokkenen wisten dat er een onderzoek liep”, zei De Koter.

In opdracht van de toenmalige officier van justitie en huidig staatssecretaris van justitie Fred Teeven werd er besloten tot huiszoekingen bij de hoogleraar en de pooier. „Er moest iemand bevorderd worden in Den Haag en de minister wilde weten of er iets was”, zei agent Hoek over dat besluit tot het doorzoeken van woningen. Het werd een grote mislukking. „Het leek wel of er in de woningen van de verdachten net een schoonmaakbedrijf was langs- geweest. We vonden niets, zelfs geen vingerafdrukken”, zei Hoek.

De koffie stond klaar

In de woning van de hoogleraar kon alleen nog aan de hand van randen van stof worden vastgesteld waar de videorecorder had gestaan. Het apparaat, videobanden en de computer waren verdwenen. De politie werd door de verdachte met open armen ontvangen. „De koffie stond klaar bij wijze van spreken”, aldus De Koter. Verzoeken die bij Pieter-Jaap Aalbersberg van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) – nu korpschef in Amsterdam – werden gedaan om observatieteams in te zetten werden door hem afgewezen met de mededeling: „Het gaat om onze baas”, aldus De Koter.

Het onderzoek werd toen maar gestaakt. „Ik heb mijn auto ingeleverd en klaar”, zei Hoek. De dossiers zijn toen naar de Rijksrecherche gegaan. De agenten moesten een verklaring ondertekenen waarin ze zwijgplicht beloofden. Hoek vertelde dat hij de rijksrecherche begin dit jaar vroeg of hij de dossiers nog eens mocht inzien. Dat werd geweigerd. In tegenstelling tot De Koter zei Hoek zich nu geen namen meer te kunnen herinneren van de verdachte magistraten. Hij kon zich ook niet herinneren dat de naam van Demmink – die de getuigenverhoren niet zelf bijwoont – was gevallen.

Uiteindelijk is na het Rolodex-onderzoek alleen de pooier die minderjarige jongens exploiteerde vervolgd en veroordeeld. Na het uitzitten van zijn straf werd de man „als onderdeel van de resocialisatie” volgens De Koter te werk gesteld op een kinderboerderij in de Amsterdamse Bijlmer.