De Koude Oorlog: wat was het en komt-ie terug?

De Koude Oorlog herleeft, zegt men na de Russische inval op de Krim. Onzin, vindt Jaap Cohen. Op het eerste gezicht dan.

Voormalige onderzeebootbasis van de Sovjet-marine op de Krim. Foto Martin Roemers

‘Beste landgenoten, ik kom van de Krim met de sterke overtuiging dat we een start hebben gemaakt op de weg naar een vreedzame wereld.’ Deze woorden sprak de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt uit op 1 maart 1945. Vlak daarvoor had hij in de badplaats Jalta op de Krim met zijn collega-wereldleiders Churchill (Groot-Brittannië) en Stalin (Sovjet-Unie) besproken hoe het met de wereld verder moest als nazi-Duitsland definitief verslagen zou zijn. Roosevelt en Churchill hadden voor elkaar gekregen dat Stalin de oorlog tegen Japan zou steunen en zou deelnemen aan de op te richten Verenigde Naties. In ruil daarvoor zou de Russische leider invloed krijgen in de op de nazi’s veroverde landen in Oost-Europa, onder voorwaarde dat hij daar vrije verkiezingen zou laten uitschrijven. Stalin ondertekende de in vage termen gestelde verklaring lachend.

Al snel na de conferentie bleek dat Roosevelt en Churchill een hoge prijs aan Stalin hadden betaald. De autoritaire leider zorgde ervoor dat in vrijwel alle Oost-Europese landen communistische machthebbers kwamen die precies deden wat Moskou hen opdroeg. En als een Oost-Europees land zich naar smaak van de Sovjet-Unie toch teveel vrijheden permitteerde, dan schroomden de Russen niet om met zware militaire middelen in te grijpen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Hongarije in 1956, toen honderdduizenden burgers hadden gedemonstreerd voor nationale onafhankelijkheid en democratie. Ook de Praagse Lente van 1968, waarbij de communistische leider Alexander Dubcek hervormingen doorvoerde, kende geen gelukkig einde: 400.000 Sovjettroepen vielen het land binnen, herstelden de orde en namen Dubcek gevangen.

Achteraf gezien vormde de Conferentie van Jalta het begin van de Koude Oorlog, waarin de wereld decennialang was verdeeld in oosterse en westerse blokken die elkaar niet vertrouwden en elkaar op alle mogelijke manieren probeerden af te troeven. Op het gebied van wapens, bijvoorbeeld: de VS en de Sovjet-Unie investeerden enorme bedragen in uitgebreide atoomprogramma’s en wapenschilden. De angst voor een allesverwoestende Derde Wereldoorlog was algemeen voelbaar en allerminst irreëel; op sommige momenten – bijvoorbeeld tijdens de Cubacrisis van 1962 – scheelde het een haar of die oorlog was inderdaad uitgebroken. De Koude Oorlog had een enorme impact op het dagelijks leven – ook in Nederland. Mensen zorgden voor uitgebreide noodrantsoenen en goede schuilkelders, scholieren deden ontruimingsoefeningen in de klas voor ‘als de Russen komen’ en een liedje als ‘De bom’ van Doe Maar werd een grote hit.

Het lijkt wel de Koude Oorlog

Sinds afgelopen weekeinde staat de Koude Oorlog weer in het middelpunt van de belangstelling. ‘Koude Oorlog herleeft door Russische actie op de Krim’ kopte de Volkskrant nadat president Poetin Russische troepen naar Oekraïne stuurde.

Voor een herleving van de Koude Oorlog valt op het eerste gezicht inderdaad wel iets te zeggen. Poetins ingrijpen op de Krim doet denken aan de manier waarop Russische leiders in het verleden hun marionettenstaten ‘beschermden’. Ze deden het voorkomen dat de bewuste landen en hun leiders autonoom waren, maar de rapen waren gaar als die leiders zich ook echt autonoom opstelden. Dat werd dan overigens niet met zoveel woorden gezegd. Na de Russische inval in Hongarije verkondigde de Russische ambassadeur ‘dat de troepenbewegingen slechts dienen om de evacuatie van gewonde Russische militairen te verzekeren’. Poetins verzekering dat de Russische soldaten in de Krim ‘slechts lokale zelfverdedigingstroepen’ zijn, past in dezelfde lijn van verbloemingsretoriek.

Ook Poetins autoritaire leiderschapsstijl doet, met name in de laatste jaren, sterk denken aan die van de Russische machthebbers tijdens de Koude Oorlog. Allereerst heeft hij, net als zijn Sovjet-voorgangers, weinig op met democratie en vrije meningsuiting. Een serieuze politieke tegenstander als oliemagnaat Chodorkovski werd na een showproces acht jaar gevangengezet in Siberië, maatschappijkritische leden van Pussy Riot kregen eenzelfde soort straf opgelegd. Het lot van beroemde dissidenten uit de Sovjettijd als Alexander Solzjenitsyn en Andrej Sacharov was niet veel anders.

Bovendien wordt de laatste jaren het individualisme in Rusland steeds verder ingeperkt. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de vorig jaar aangenomen antihomowet die ‘propaganda van niet-traditionele relaties’ verbiedt. Vrijheden die met de val van de Sovjet-Unie gemeengoed werden, blijken onder Poetin weinig meer waard. En wie daar iets van zegt, wordt met oude KGB-tactieken de maat genomen. De voormalige Nederlandse (en homoseksuele) plaatsvervangend ambassadeur Elderenbosch, die eind vorig jaar in zijn appartement in Moskou door onbekenden werd mishandeld, kan erover meepraten. Het is natuurlijk niet gezegd dat Poetin hier persoonlijk achter zat, maar met zijn acties laat hij wel keer op keer blijken dat er met hem niet te spotten valt – en dat hij niet bang is de westerse wereld tegen de haren in te strijken.

Onzinnige vergelijking, maar ...

Dit alles wil natuurlijk niet meteen zeggen dat er een nieuwe Koude Oorlog op komst is. De situatie is op belangrijke punten heel anders dan die van de jaren 1945-1991. De economieën van Rusland, Europa en de Verenigde Staten zijn inmiddels volledig met elkaar verweven: zo is een kwart van het Europese gas afkomstig uit Rusland. Een nieuwe oorlog zou voor alle partijen desastreus zijn, en dan maakt het niet uit of die oorlog warm of koud is.

Een ander verschilpunt met de tweede helft van de twintigste eeuw is dat er nu enkele machtscentra zijn bijgekomen: China, India en Brazilië zijn economische grootmachten geworden – niet alles wordt meer in Washington of Moskou bepaald. En het conflict in Oekraïne is niet de enige brandhaard in de wereld: de VS moeten ook de situatie in landen als Syrië en Venezuela scherp in de gaten houden.

Ten slotte is het niet zo dat er nu nog twee duidelijk waarneembare ideologieën – het kapitalisme versus het communisme – tegenover elkaar staan. Poetins Rusland is in veel opzichten even kapitalistisch als Obama’s Verenigde Staten. Niet voor niets zijn de beste voetbalclubs van Europa in handen van Russische oligarchen.

De Koude Oorlog-analogie is dus behoorlijk onzinnig, zou je op grond van bovenstaande verschillen kunnen stellen. Toch is dat iets te makkelijk gezegd, en dat heeft te maken met de werking van historische vergelijkingen. Of ze nu volledig opgaan of niet, alleen al door hun bestaan spelen ze onderhuids een rol bij het maken van politieke beslissingen, en hebben ze invloed op de actualiteit.

... het verleden speelt wel een rol

Ga maar na: toen president Obama in 2009 voor de keuze stond of hij meer troepen naar Afghanistan moest sturen of dat hij zich beter kon terugtrekken, was hij zich welbewust van het Amerikaanse fiasco in Vietnam. Zonder enig resultaat bleven de VS destijds nieuwe troepen sturen, met uiteindelijk een smadelijke nederlaag tot gevolg. Obama was als de dood dat Afghanistan zijn ‘Vietnam’ zou worden. Hij besloot – met succes – om één keer een grote troepenuitbreiding toe te wijzen, om zich vervolgens terug te trekken.

Op eenzelfde manier speelt de Koude Oorlogsvergelijking op dit moment een rol. Obama wil later natuurlijk niet worden verweten dat hij, net als Roosevelt destijds, de dreiging van het Russische, autoritaire leiderschap niet goed heeft ingeschat. Hij probeert nu zo daadkrachtig mogelijk over te komen door met strenge sancties te dreigen en Rusland te isoleren in het internationale diplomatieke verkeer. In tegenstelling tot zijn voorganger Roosevelt zal Obama er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hij zich niet op de Krim door de Russen laat ringeloren.