Veel vrouwtjesvogels zingen ook

Zie hier, van linksboven met de klok mee, het ornaatelfje, de witoogvireo, de grijsrugorgelvogel en de Amerikaanse klapekster. Het zijn allemaal vrouwtjes en ze doen wat je misschien niet zou verwachten: ze zingen. Vogelzang wordt al meer dan honderd jaar gezien wordt als het domein van de man. Onterecht: vrouwtjesvogels zingen vaker wel dan niet, schreven biologen gisteren in Nature Communications. Van de 323 zangvogelsoorten die zij onderzochten, bleek bij 71 procent het vrouwtje (ook) te zingen.

Het klassieke idee is dat mannetjesvogels tsjilpen om hun territorium te verdedigen en vrouwtjes in te palmen. Zingende vrouwtjes werden afgedaan als zeldzaam of ziek: ze zouden aan een hormonale stoornis lijden. Volgens de Leidse gedragsbioloog Katharina Riebel, mede-auteur, ontstond dat beeld omdat het meeste vogelonderzoek in Europa en Noord-Amerika is gedaan. Maar de meeste soorten zangvogels leven in de tropen, in Australië en Zuidoost-Azië. En hier kwetteren vrouwtjes veel vaker dan in gematigde streken. Riebel denkt dat ze zingen om hun territorium te verdedigen. Voor Europese trekvogels met hun drukke schema – partner vinden, ei leggen, jong grootbrengen – heeft dat niet veel zin.

Bij de gemeenschappelijke voorouder van alle zangvogels zong het vrouwtje ook al, bleek uit stamboomonderzoek. „Het raadsel is niet”, zegt Riebel, „waarom sommige vrouwtjes zingen, maar waarom sommige ermee zijn gestopt.”