Bescheiden zijn wordt grootste deugd in aanloop WK

Het Nederlands elftal kreeg gisteren weinig kans tegen Frankrijk. In Parijs wreekte zich vooral dat Oranje veel afwezigen kende.

Links: Debutant Quincy Promes enFranck Ribéry. Midden:Karim Benzema wordt belaagd doorStijn Schaars (l) enJordy Clasie. Rechts:Mathieu Debuchy trekt aan het shirt van debutantJean-Paul Boëtius. Foto’s AFP. Reuters

Daar stonden ze gebroederlijk naast elkaar na de wedstrijd, gedoucht en op het veld al geschoren. Met het ‘haasje’ in de tas, het presentje dat elke debutant ontvangt – ongeacht de kwaliteit van zijn debuut. „We hebben het zo goed mogelijk proberen in te vullen”, zei Jean-Paul Boëtius. En Quincy Promes: „Ik wist dondersgoed dat dit een test was. Je probeert te laten zien wat je kan, in dienst van het team. Hoe het verder loopt, is aan de bondscoach.”

Promes en Boëtius en zijn al vrienden sinds de jeugdteams van Oranje. Een soortgelijk karakter, zeggen ze zelf. Rustig, maar wel altijd in voor een dolletje. Ze begonnen nog zo fris aan de oefeninterland tegen Frankrijk in het uitverkochte Stade de France, toen „de adrenaline nog door het lijf gierde”, aldus Boëtius. Hij poortte zijn directe tegenstander, waar Promes er aan de andere kant een schaar uitgooide.

Daarna werd van het tweetal weinig meer vernomen. De nederlaag tegen Frankrijk (2-0) van gisteravond lag niet aan hen. Of eigenlijk ook wel, maar dan kan er van schuld weinig sprake zijn. Ze komen pas net kijken. „Op een goede dag kan ik elke back hebben”, zei Boëtius. „Maar andersom geldt dat ook als een back een goede dag heeft.” Wat hij mist? „Meer inhoud. Het vermogen om de hele wedstrijd op en neer te gaan.” Hij concentreerde zich van de weeromstuit op zijn verdedigende taken. „Zodat ze me daar in ieder geval niet op konden pakken.”

Niemand, inclusief Louis van Gaal, zal werkelijk verbaasd zijn dat het gisteren liep zoals het liep in een vleugellam elftal. Zonder Arjen Robben, die bij Bayern München grensverleggend voetbal meemaakt, en de geschorste Jeremain Lens hebben backs tegenover Oranje een lekkere avond. Dat was al bekend. Dat Jordy Clasie vermogen mist in duel met Franse topspelers, hadden we ook kunnen weten, maar Van Gaal wilde dat nog één keer bevestigd zien. Van Nigel de Jong wist de bondscoach al hoe die zich in die rol van defensieve middenvelder manifesteert, en daarom was de krachtpatser van AC Milan niet meegenomen naar Parijs. De Jong zette, in afwezigheid, gisteravond misschien nog wel de belangrijkste stap in de richting van de selectie voor het WK in Brazilië.

Nieuw was misschien dat keeper Jasper Cillessen ongelukkig was in de spelhervatting en mistastte bij het openingsdoelpunt van Karim Benzema, hoewel hij een bepaalde mate van onzekerheid ook al liet zien in het oefenduel tegen Japan (2-2) in november vorig jaar.

Na het uitvallen van Kevin Strootman in de eerste helft ontbrak een handvol potentiële basisspelers en dat laat zich bij Nederland meteen bikkelhard voelen. Het is de bezweringsformule die gisteravond best van toeppassing was: dit was niet het echte Oranje. Het echte Oranje kan wel iets meer.

Er zijn acht landen die meer kans maken op de wereldtitel, zei Van Gaal vorig jaar. Sinds gisteren mag daar een negende bij: Frankrijk. „In Nederland zijn we vaak opportunistisch”, zei Robben maandag in het Noordwijkse hotel Huis ter Duin. „Ik wil het ook wel van de daken schreeuwen dat we wereldkampioen worden. Willen we wel hoor.” Maar in de groepsfase wachten al twee „wereldploegen”, Chili en Spanje. En dan moet Brazilië nog komen in een eventuele achtste finale. Robben: „Het wordt gewoon heel pittig daar, echt heel lastig. Maar er zit echt wel potentie in, we kunnen echt wel wat.”

Bescheidenheid is nu de grootste deugd in aanloop naar het WK, en dat is weleens anders geweest. Met laaggespannen verwachtingen kan vanaf mei in Hoenderloo, Portugal en later Rio de Janeiro worden gebouwd aan een collectief dat het niet moet hebben van de brede selectie, grote namen, gelouterde spelers, fysieke dominantie, atletische superioriteit of onbetwiste centrale verdedigers.

Oranje moet ervoor waken dat het het wandelvoetbal van de eredivisie niet importeert naar de nationale ploeg. Met een teveel aan Stijn Schaars, Bruno Martins Indi en Clasie is ook het klokwerk Oranje gedoemd tot een stroperige gang in de richting van vroege uitschakeling, net als onze clubs in Europa al meemaakten. De vrijwel vlekkeloze kwalificatiereeks was geruststellend, maar in confrontaties met toplanden Duitsland, Frankrijk, Portugal, Italië bekruipt je toch altijd het gevoel dat zij nog een versnelling hoger kunnen. Soms doen ze dat en dan is Oranje weg.

Frankrijk zette dus even aan, in het tweede kwart van de wedstrijd. Eén verloren duel op het middenveld en Benzema kon vrij aanleggen, vanuit een lastige hoek. Van Gaal zei dat zijn ploeg „het hoofd verloor” na het openingsdoelpunt, maar evenzogoed kan gesteld worden dat de goal van Benzema juist tot stand kwam doordat Nederland de kluts al was kwijtgeraakt. Dat is een kip-ei-discussie, maar feit is dat Oranje vlak daarvoor al met een kopkans van Benzema en een intuïtieve redding van Ron Vlaar op de doellijn goed weg was gekomen.

Oranje kreeg de hele wedstrijd vier schoten, één op doel. Frankrijk had zestien doelpogingen, vier schoten op doel. De 2-0 vlak voor rust, een aanval waar Oranje slechts van kan dromen, bracht bij backs Gregory van der Wiel en Daley Blind herinneringen boven aan een counter van Real Madrid tegen Ajax, tweeënhalf jaar geleden in Bernabeu. Het niveauverschil was gisteravond ook van die orde van grootte.

Frankrijk doet, op basis van het spel van gisteren, gewoon weer serieus mee in Brazilië. Mits het de eenheid kan bewaren. Oranje kan slechts hopen op een fitte selectie en dat er in de woorden van Robben „in mei iets gaat groeien in de groep”. Maar dan nog.

    • Bart Hinke