Zonderling verdwaald in modernistische wereld

Het oeuvre van komiek Jacques Tati (1907-1982) is digitaal gerestaureerd en verzameld in een dvd-box. De vijf speelfilms van Tati.

Jour de fête (1949)

Tati’s debuut uit 1949 gaat over een dorpspostbode die na het zien van een reportage over de snelle en efficiënte Amerikaanse postbezorging ook moderniseert. Mooi moment: op zijn oude, zware postbodefiets haalt hij op zijn gemak een peloton zwoegende wielrenners in.

Les vacances de monsieur Hulot (1953)

Eerste film waarin Tati’s creatie monsieur Hulot opduikt, een wat zonderlinge figuur in verfomfaaide regenjas en met net iets te korte broekspijpen. Hij gaat op vakantie naar een plaatsje aan de zee en zet zonder het door te hebben de boel daar op stelten.

Mon oncle (1959)

Wat nog impliciet was in zijn debuut komt hier tot wasdom: Tati’s nostalgie naar het verleden. In Mon oncle bezoekt monsieur Hulot zijn zus, die in een ultramodernistisch huis woont. Daar bindt hij de strijd aan met allerlei ongehoorzame volautomatische apparaten.

Playtime (1967)

Voor zijn meest ambitieuze film bouwde Tati een hele stad na. Zo kon hij zijn kritiek op moderne architectuur kwijt. Ook vervolmaakte hij zijn kunst om door kadrering visuele grappen te creëren. Let op de ober die de bloemetjes op de hoeden van twee dames water lijkt te geven.

Trafic (1971)

In Tati’s laatste bioscoopfilm reist monsieur Hulot in een kampeerauto vol gadgets naar de AutoRai. Niet zijn beste, wel eentje met weer typische Tati-momenten, zoals het idee dat ruitenwissers zich net zo gedragen als de eigenaar van de auto: agressief, pompeus of nerveus.

    • André Waardenburg