Voor het ideale scenario is helaas geen tijd meer

Gisteren bleek uit een nieuw rapport dat het gemeenten niet lukt de nieuwe jeugdzorg uit te voeren. Het is alarmfase rood.

De overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten doet steeds meer denken aan een treinongeluk in slow motion. Langzaam zie je de ontsporing naderen – rood sein na rood sein. En hoe verder de trein doordendert, des te groter de kans op slachtoffers. Slachtoffers onder kwetsbare kinderen en gezinnen. Plus materiaalschade: ontslagen en dreigend faillissement bij jeugdzorginstellingen.

Leonard Geluk, voorzitter van de ‘transitiecommissie’ die de overheveling van jeugdzorg naar gemeenten overziet, overhandigde dinsdagmiddag zijn derde rapportage aan de staatssecretarissen Van Rijn (VWS, PvdA) en Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD). Rapportages één en twee waren al verontrustend, maar nummer drie spant de kroon. Krap tien maanden voor 1 januari 2015 – als álle Nederlandse jeugdzorgtaken een lokale verantwoordelijkheid worden – zijn er in de meerderheid van gemeenten nog steeds geen afspraken met instellingen over de inkoop van jeugdzorg. Evenmin hebben gemeenten helder voor ogen hoe zij de toegang tot de jeugdzorg willen regelen.

De boodschap van Geluk is ontnuchterend. Gemeenten, richt u niet langer op de ideale overheveling. Daar is geen tijd meer voor, dit is alarmfase rood. Richt u op het hoogst noodzakelijke. Het op tijd startklaar krijgen van het meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Het regelen van de toegang tot de zorg. En het garanderen dat geen enkel kind in de jeugdzorg in 2015 aan zijn lot wordt overgelaten.

Dit is ontnuchterend, want het idee achter de overheveling naar gemeenten was juist dat de jeugdzorg per 2015 zou transformeren. In alle gemeenten zou er een systeem ontstaan puur gericht op het indammen van de almaar stijgende vraag naar jeugdzorg. Een systeem van preventie: samenwerkende hulpverleners die bij kwetsbare burgers zouden aankloppen, om zorgelijke situaties voor kinderen in de kiem te smoren. Maar die tijd is er niet. „Juist via die preventie is het mogelijk om te besparen op de jeugdzorg”, zegt Leonard Geluk. „Die mogelijkheid valt nu weg.”

Het Rijk hevelt de jeugdzorg over naar gemeenten met een bezuiniging van 15 procent tot en met 2017. Dat is 450 miljoen euro op een budget van 3 miljard. Op zich al een beproeving. Maar hoe gemeenten die besparing moeten opvangen zonder de jeugdzorg te transformeren, is volstrekt onduidelijk.

Wat betekent dit alles nu voor een probleemgezin anno 2015? Geluk: „Het risico bestaat dat zo’n gezin langer op behandeling moet wachten.” Neem een alleenstaande moeder met een alcoholverslaving en een autistische stoornis, zegt hij. Ze is niet goed in staat voor haar baby te zorgen. De moeder moet opgenomen worden, om af te kicken en voor therapie. „Nu al zijn er wachtlijsten van vijf weken bij instellingen in sommige delen van het land. Laat staan als jeugdzorginstellingen omvallen. Dan wordt het aanbod van zorg kleiner, en de wachttijden dus langer.”

Het omvallen van jeugdzorginstellingen is een ‘reëel gevaar’, zegt Geluk. Nog steeds weten honderden jeugdzorgaanbieders niet hoeveel werk zij krijgen, tien maanden na vandaag. De meeste gemeenten durven namelijk geen harde afspraken met ze te maken voordat ze volledige zekerheid krijgen over hun jeugdzorggeld in 2015. Zo is er nog steeds onduidelijkheid over de precieze bezuiniging op het persoonsgebonden budget: mogelijk bedraagt die 25 procent, mogelijk niet.

Gemeenten zijn bovendien zo gespitst op zekerheid, zegt Geluk, omdat ze óók niet precies weten hoeveel er op ze gekort wordt in die andere megadecentralisaties, de langdurige zorg en de werkbemiddeling. De afwachtende houding van gemeenten is dus begrijpelijk.

En tegelijkertijd schadelijk. Want de precieze jeugdzorgbudgetten over 2015 komen pas over dik twee maanden, als het Rijk zijn ‘meicirculaire’ publiceert. Gevolg: driekwart van alle gemeenten denkt uiterlijk pas op 1 juli afspraken met aanbieders te hebben gemaakt, meldt Geluk. En dat is te laat voor die instellingen. Hun accountants zijn namelijk verplicht om al vóór die tijd een oordeel te vellen over hun jaarrekening van 2013. De goedkeuring van die jaarrekening is mede afhankelijk van het vooruitzicht voor 2015. Omdat dat vooruitzicht tot in de zomer troebel blijft, is de kans aanzienlijk dat accountants geen stempel van goedkeuring geven, staat in Geluks rapportage. Zo’n instelling verliest dan zijn ‘triple A’-status, als het ware. De kans bestaat dan dat banken de rente verhogen op de miljoenenlening die ze bij jeugdzorginstellingen hebben uitstaan. Meer kosten dus, voor die instelling. En minder inkomsten vanaf 2015, gezien de nakende bezuinigingen. Ergo: een groter kans op failliete instellingen. En dus op een langere wachttijd voor die alcoholverslaafde moeder van die baby. Zoals Geluk het zegt: „In zo’n wachtperiode kunnen vervelende dingen gebeuren.”

    • Ingmar Vriesema