Toch niet naar de galg

Dankzij duizenden kleine donaties werd een executie voorkomen De middenklasse denkt steeds negatiever over de doodstraf Een nieuwe wet moet zorgen voor minder executies van minderjarigen

Het oordeel was duidelijk. Binnen twee weken zou de Iraanse vuilnisman worden opgehangen. Als 17-jarige had hij een buurjongen vermoord bij een gevecht om een meisje. Nu wachtte hem de galg.

De afgelopen zeven jaar werd Safar drie keer ’s ochtends wakker gemaakt om naar de galg te lopen, midden op de luchtplaats van de Rajai Shahr-gevangenis in de stad Karaj. Maar evenzoveel keren werd de executie op het laatste moment uitgesteld vanwege verder gerechtelijk onderzoek. Maar begin dit jaar was er geen uitstel mogelijk. De executie was gepland voor 20 januari.

Er was één manier de nu 24-jarige Safar Anghouti van de dood te redden – voor het equivalent van 36.000 euro compensatie was de familie van het slachtoffer bereid de dader te vergeven. Volgens Irans islamitische wetgeving wordt de dader dan niet alleen gespaard, maar zelfs vrijgelaten. Maar zoveel geld had Safars familie niet. Wanhopig zaten ze in hun kleine appartement in een arme buitenwijk van de stad Karaj, waar ze in stilte al afscheid van Safar hadden genomen.

Maar plotseling kwamen er giften van vreemden binnen, met duizenden tegelijk. De kleine donaties, soms van minder dan een euro, waren verzameld tijdens bijeenkomsten bij mensen thuis en op Facebook – wat illegaal is in Iran. Op deze manier werd het bedrag om Safar te redden in zes dagen bij elkaar gesprokkeld.

De meeste executies na China

Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 worden veel executies uitgevaardigd. Na China is Iran het land dat de meeste gevangenen executeert. Vorig jaar werden tussen de 500 en 625 mensen omgebracht, becijferden de Verenigde Naties onlangs.

Maar de afgelopen jaren zijn veel mensen in Iran anders over de doodstraf gaan denken. Er komen nog steeds honderden mensen kijken naar publieke executies, maar Irans invloedrijke middenklasse is steeds negatiever over de doodstraf. Vooral de executies van daders die een misdaad begingen toen ze minderjarig waren, wekken weerzin op.

„Al deze mensen zijn tegen de executie van iemand die een fout heeft gemaakt terwijl hij nog niet oud genoeg was voor een rijbewijs”, zegt Zahra Anghouti, de zus van Safar, over de financiële steun die haar familie heeft ontvangen. „Ze juichen wraak niet toe, maar betalen geld om het leven van mijn broer te redden.”

Er waren maar weinig verzachtende omstandigheden in de zaak van Safar, een goedlachse, atletisch gebouwde jongen. Hij was verliefd op een meisje in de buurt, met wie de 20-jarige Mehdi Rezai vaak sprak. Na hem eerst te hebben bedreigd, wierp Safar een mes in Mehdi’s nek. Die bloedde vervolgens dood, op straat in de arme wijk Nazarabad.

Het Iraanse islamitische recht is vaag over de leeftijd waarop iemand als volwassene wordt beschouwd. Volgens de islam wordt een meisje een vrouw als ze negen jaar is. Een jongen wordt een man op zijn vijftiende. Maar de leeftijd voor het verkrijgen van een rijbewijs, het bezitten van onroerend goed en de verplichte militaire dienst is achttien jaar.

Onder een nieuwe wet, ingesteld om het aantal executies van minderjarigen te verminderen, mogen rechters nu zelf bepalen of een dader onder de achttien zich bewust was van de gevolgen van zijn of haar daad.

De familie van Safar werd geholpen door een van de weinige burgergroepen in Iran die zich inzetten voor het voorkomen van executies van minderjarige daders. De ‘Imam Ali stichting’ heeft geen vergunning, maar de Iraanse overheid tolereert desondanks haar activiteiten. De organisatie heeft in het hele land afdelingen, die zich ook bezighouden met kinderrechten en het helpen van straatkinderen. Volgens het principe ‘oog om oog, tand om tand’ in de islamitische wetgeving hebben slachtoffers of hun familie het recht daders datgene aan te doen wat hunzelf is overkomen.

Vergeven mag

De keerzijde van dit principe is dat ze ook mogen vergeven, wat alle straffen ongedaan maakt. Vaak gaat vergeving gepaard met financiële compensatie. Via deze weg probeert de ‘Imam Ali stichting’ executies te verkomen.

„We leggen de slachtoffers uit dat kinderen onschuldig zijn”, zegt Zahra Rahimi, één van de oprichtsters van de organisatie. In het geval van Safar nam ze beroemde acteurs en andere slachtoffers mee naar de familie van Mehdi om ze te overtuigen dat het tonen van genade en barmhartigheid hen tot betere mensen maakt.

Gerechtelijke organisaties in Iran zijn tegen de inmenging, maar onder president Hassan Rohani wordt de organisatie getolereerd. Vertegenwoordigers van de rechtsprekende macht wilden niet reageren op de zaak van Safar.

Het succes van de inzamelingsactie voor Safar verbaasde Rahimi niet. „Mensen zijn het niet eens met de straf en willen met een klein bedrag een leven redden”, zegt ze. Uiteindelijk werd bijna 10.000 euro meer opgehaald dan nodig was om de familie van Mehdi te betalen.

Safar, die snel wordt vrijgelaten, schreef een dankbrief aan de familie Mehdi. „Ik hou van jullie allemaal. Ik beloof mijn daden te compenseren en een goed leven te leiden.”

Zijn zus zegt dat de zware straffen in Safars voordeel hebben gewerkt. „Had hij levenslang gekregen, dan zou niemand zich om hem hebben bekommerd. Dit is een nieuw begin voor ons.”