Politici zijn ook mensen, dat moet je onthouden

Over twee weken mogen we stemmen, maar waarover eigenlijk? Tijdens een cursus leren gemeenteraadsleden niet cynisch te worden Ze gaan over meer onderwerpen dan je zou denken

Viltstiften piepen en krassen op papier. Drie gemeenteraadsleden en negen aspiranten, zitten geconcentreerd over hun vellen gebogen. Ze tekenen. Hoe zij zichzelf zien als raadslid, dat is de opdracht, mooi hoeft het niet te zijn. Eén voor één houden ze hun blad omhoog. De oogst: een poppetje dat andere poppetjes omhelst („Ik ben een mensenmens”).

Poppetjes tussen bruggen („Verbinden”).

Poppetjes voor een horizon („Toekomst”).

En heel veel poppetjes met oren („Luisteren”).

Dit is de cursus De raad op kracht, bedoeld voor raadsleden uit heel Nederland om te ‘leernetwerken’: elkaar ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en, volgens organisator Jean Eigeman (60), „eraan herinnerd worden waarom ze ook alweer raadslid willen zijn”. Want dat kan best een zware taak zijn.

Eigenman, die zelf lang raadslid was, verzorgt het programma samen met zijn broer Bart (48), wiens carrière zich „angstig parallel” aan de zijne voltrok: beiden waren wethouder, Jean in Culemborg, Bart in Den Bosch, en besloten hun ervaring te delen.

Waarom de deelnemers hierheen zijn gekomen? „Netwerken”, zegt Olaf Buitelaar (34) bij de ontvangst met koffie en stroopwafels. Hij staat op de lijst voor de PVV in Almere. „Dat, en om te zien hoe het er in andere gemeenten aan toegaat.” De rest zegt hetzelfde: ze willen elkaars trucs weleens afkijken. De meesten vandaag hebben nog geen ervaring.

„Raadslid zijn is onveilig”, trapt organisator Bart de middag af. „Als je zegt dat je goed bezig bent, ben je arrogant. Weet je iets niet, dan ben je zwak.” Zijn broer knikt. Maar hier, zegt hij, kan iedereen eerlijk zijn. „Dit is een veilige setting.”

De bakermat van de democratie

De deelnemers zijn ver uit elkaar gaan zitten, verspreid over de halvemaanbanken van de raadszaal van Gouda. Op het beeldscherm prijkt een foto van de Akropolis, de bakermat van de democratie in Athene. Jean draagt een gedicht voor over politiek, en weidt uit over de taken die een raadslid voor zijn kiezen krijgt aan de hand van een powerpointpresentatie. Er wordt stilletjes geluisterd. Na twintig minuten is nog niemand anders aan het woord gekomen dan de organisatoren. „Zijn er geen vragen?”

„O, mag dat?” Marian, veertiger en voor het eerst verkiesbaar voor D66 in Barendrecht, wil in dat geval wel meer over ‘vertrouwen’ weten. „Hoe win je dat eigenlijk?” De overkant van de zaal kan haar niet verstaan. „Microfoon!”, wordt er geroepen.

„Wat?”

„Microfóón.”

„O.” Ze drukt op een knopje. Een rode gloed licht op in de kop van haar bureaumicrofoon. „Wat spannend dit. Net echt. Nu moet ik zeker zachter praten?”

Vertrouwen dus. Bart schrijft het woord op een flip-over. De adviezen vliegen over en weer: „Politiek bedrijf je in de supermarkt, door mensen aan te spreken.” (Alphen aan de Rijn) „Je moet respect hebben voor elkaar.” (Duiven) „Vertrouwen krijg je niet door het te vragen, maar door het te geven.” (Culemborg)

Er wordt gesproken over de omgang met de pers, over bezuinigingen, lokale versus landsbelangen, decentralisatie. Hoe ga je daarmee om als raadslid? Vooral de strijd tussen partijen is een hot issue. „Bij ons is het altijd haat en nijd tussen coalitie en oppositie”, zegt raadslid Marjolijn van Gouda Positief. „Hoe hervind je het vertrouwen?” Er klinkt instemmig gebrom. Ook in Almere is dat een pijnpunt, en in Alphen, Arnhem, Duiven.

„Politici zijn ook mensen”, zegt iemand, „dat moet je onthouden. Die verhoudingen doorbreek je niet in de raadszaal.” Een ander: „Drink na afloop een pint. Praat met elkaar als gewone mensen.” Wouter (59), kandidaat in Duiven: „Precies! Heel wat moties worden in het café getekend of gewijzigd.” Organisator Jean knikt. „Ga borrelen!” Iedereen lijkt het met elkaar eens. Maar niet PVV’er Buitelaar.

„Ik ben sceptisch.”

Stil.

„Zo zit de menselijke aard niet in elkaar.”

Stil.

„Iedereen zit er om zijn eigen visie te realiseren. Politiek is strijd.”

Hoe kun je nu al zo cynisch zijn?

Dan slaat de sfeer om. „Hoe kun je nu al zo cynisch zijn?” „Jij bént de politiek, dan moet je dat zelf aanpakken.” „Kom op!” Langzaam, zonder dat de deelnemers het doorhebben, begint de bijeenkomst te lijken op een echte, verhitte raadsvergadering. De lampjes van de microfoons lichten één voor één op, ook die van de meer verlegen types. Er wordt een front gevormd tegen de PVV’er. Die laat zich niet van de wijs brengen.

„Ik ben gewoon realistisch”, zegt hij. „De politiek verandert niet. De mens verandert niet.”

„Jij wílt niet veranderen.”

„Olaf”, zegt Marjolijn uit Gouda kalmpjes, „mag ik jouw tekening nog eens even zien?”

Buitelaar zucht, en houdt zijn vel omhoog: poppetjes tussen gebouwen, een ‘veilige wijk’.

„Ja, dat dacht ik al. Geen oren.”

Voor Claire Vaessen, raadslid voor GroenLinks in Culemborg en de meest ervarene van het stel, is de maat vol. „Als ik voorzitter was, had ik dit nu afgekapt.”

Na afloop wordt het advies ‘een pintje’ te drinken gevolgd. Buiten de zaal wordt de discussie wat bijgelegd. „Soms zeggen we wat anders, maar bedoelen we hetzelfde.” Buitelaar krijgt advies van Vaessen: „Ik bewonder je passie, maar je moet leren compromissen te sluiten.”

Langzaam loopt de ruimte leeg. Hebben de deelnemers iets opgestoken vandaag? „Jawel”, zegt Richard Middelraad (43) uit Alphen aan de Rijn. „Ik zit er al twee jaar in, maar ik voel me nog steeds een beginner. De raad is een lekendemocratie, je moet van elkaar leren.”

En Vaessen, heeft zij met al haar ervaring nog iets geleerd? „Nah.” Ze haalt haar schouders op. „Ik had gehoopt dat het inhoudelijker zou zijn.” Maar als ze haar jas heeft gepakt, snelt ze terug. „Jazeker, ik heb wél wat geleerd.” Ze lacht. „Ik had nog nooit eerder met een PVV’er in de raad gezeten!”

    • Thomas Rueb