Ook een gerecht wil niet bleek op de foto

Drie Nederlandse chefkoks bespreken het Franse idee om het fotograferen van maaltijden voor sociale media te verbieden.

Publicist Tina Kanagaratnam plaatste op Twitter alle gangen van het menu bij restaurant L'Arpège in Parijs.Foto Tina Kanagaratnam

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit restaurants. Fotootje hier, tweetje daar, als we eens goed uit eten gaan zal de wereld het weten ook. Dat niet iedereen daar blij mee is, bleek afgelopen maand, toen twee Franse chef-koks een pictogram voor ‘verboden te fotograferen’ op hun menukaart zetten (zie inzet).

Nederlandse chefs vinden de ophef complete onzin. Ron Blaauw, chef van sterrenrestaurant Ron Gastrobar in Amsterdam: „Ik heb er geen begrip voor en vind de reactie van mijn Franse collega’s zwaar overtrokken. Zeker omdat La Grenouillère, een restaurant dat ergens in the middle of nowhere ligt, haar bekendheid grotendeels te danken heeft aan bloggers en sociale media. Als je dan moeilijk gaat doen over het maken of posten van foto’s, heb je het niet begrepen.”

Zelf is Blaauw juist een groot voorstander van sociale media; het fotograferen van gerechten moedigt hij zelfs aan. „Mensen willen betrokken worden bij wat je aan het doen bent. Ze willen video’s, nieuwe recepten, een kijkje in de keuken. Sociale media zijn de ideale manier om dit te doen. Maar toch zijn er nog steeds restaurateurs die maar niet begrijpen wat de kracht van een netwerk als Facebook is. Nog steeds krijg ik van restaurants ansichtkaarten met een asperge erop en de boodschap ‘kom bij ons eten.’ Dat wil ik dus niet meer.”

Ook Jacob Jan Boerma, chef-kok in driesterrenrestaurant De Leest in Vaassen, vindt sociale media een zegen, geen vloek. Wel ergert hij zich wel eens aan de ongefundeerde kritieken die hij op Twitter of Facebook voorbij ziet komen. „Topgastronomie is een soort voetbal geworden. We hebben er allemaal verstand van, en vinden allemaal dat onze mening ertoe doet. Dat is wel eens vervelend. Maar misschien is dat meer een nadeel van internet in het algemeen. Iedereen die vijf keer uit eten is geweest heeft een culinair blog en noemt zichzelf meesterproever.”

Ook begrijpt Boerma de kritiek dat de snapshots die gasten maken niet altijd even appetijtelijk zijn. „Foto’s die je met een telefoon maakt, zijn vaak overbelicht of onscherp, en doen daarom afbreuk aan een gerecht. Professionele foto’s zijn simpelweg een stuk mooier.” Blaauw is het hier niet mee eens. „Ik heb prachtige plaatjes gezien die met een iPhone waren gemaakt. En ook wel eens professionele foto’s waarbij ik dacht: jezus, zat de dop er nog op?”

Mario Ridder, chef bij tweesterrenrestaurant De Zwethheul in Schipluiden, vindt juist het flitsen een probleem. „Dat stoort de andere gasten, net als telefoneren. Gelukkig valt het in mijn restaurant wel mee, dus wij hoeven mensen er nooit op aan te spreken. Als dat wel zo was, zou ik misschien ook wel zo’n pictogram op de kaart zetten, of in ieder geval het verzoek om niet te flitsen.”

Boerma ziet niets in een dergelijk verbod. „Natuurlijk merk ik dat mensen nu veel meer bezig zijn met hun telefoons dan vroeger. Zodra ze binnen zijn, komt die mobiel op tafel. Persoonlijk stoort mij dat wel eens, maar ik denk dat zulke dingen zichzelf uiteindelijk oplossen. Net als dat mensen nu altijd naar buiten lopen om te bellen – dat hoef je ze ook niet meer te vragen.”

Dat sociale media zouden afleiden van de eetervaring, is volgens Mario Ridder een kwestie waarmee een kok niets te maken heeft. Het is niet aan de chef om te bepalen hoe een gast zijn diner beleeft, maar aan de gast. „Natuurlijk hoop ik, als ik een paar uur heb staan zwoegen in de keuken, dat mijn gasten hun gerechten niet koud laten worden. Maar als ze dat wel doen, is dat hun keuze. Zij betalen ervoor, tenslotte.” Ook Boerma vindt dit argument onzin. „Mensen gaan ook wel eens roken, of naar het toilet. Je kan ze moeilijk aan hun stoel vastbinden.”

En het bezwaar dat anderen je recepten kopiëren? Daar zijn alle drie de chefs het over eens: als je daar als kok niet tegen kunt, heb je een verkeerd vak gekozen. Boerma: „Toen ik Ferran Adrià, de chef van El Bulli, voor het eerst ontmoette, vroeg ik hem of hij het niet vervelend vond dat de hele wereld hem kopieert. ‘Welnee’, zei hij toen. ‘Dat is juist het grootste compliment dat je kunt krijgen.’ Sindsdien maak ik me nergens meer zorgen om.” Natuurlijk gaan bistro’s en eetcafés je gerechten namaken, aldus Ridder. „Maar daar moet je boven staan. Ze bereiken toch nooit dezelfde kwaliteit als jij. En het feit dat je weet hoe een gerecht eruit ziet op de foto, betekent nog niet dat je ook weet hoe het smaakt.”

Zowel Blaauw als Boerma posten zelf ook een foto op Twitter als ze ergens uit eten gaan. Hoe belachelijk Blaauw een fotoverbod in een restaurant ook vindt, hij zou het wel respecteren als hij zelf te gast is. Boerma denkt daar anders over. „Binnenkort moet ik toevallig in Noord-Frankrijk zijn, en ik ben nu geneigd om bij La Grenouillère te gaan eten en een foto te maken. Puur omdat ik wil weten wat er dan gebeurt.”

    • Anouk Vleugels