Ondertussen op kantoor

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor. Deze week: de ‘mededelingen’ van collega’s.

In mijn bedrijf hangen ze natuurlijk niet – of eigenlijk wel om eerlijk te zijn maar daar gaat het nu niet om. Waar het om gaat is dat iedereen ze kent: de passief-agressieve ‘mededelingen’ die collega’s voor elkaar ophangen in de vorm van memootjes, briefjes en bordjes in de categorie ‘DIE TOILETBORSTEL STAAT ER NIET VOOR NIETS SVP!’ of ‘DE KOPJES AFWASSEN DOET GEEN PIJN AUB!!!’. Of: ‘VERWISSEL DE TONER IN GODSNAAM NIET ZELF BVD!’ Er staan altijd afkortingen in en kapitalen en uitroeptekens. Daardoor lezen ze als mitrailleurvuur. De ergste zijn die met smileys. Ik word altijd heel nerveus van die dingen. Iedereen natuurlijk.

Dat komt doordat de opgekropte frustratie van uren, dagen, maanden, lichtjaren eruit naar boven braakt. Pure onmacht, in zijn meest rauwe vorm. En mensen worden nerveus van onmacht. Het is ook zielig, zeker als het ook nog geplastificeerde postertjes zijn, keurig recht opgehangen. Dat die slag er ook nog overheen gemaakt is, zeg maar.

Ik wil er daarom kort over zijn, lieve mensen van de briefjes: ze werken niet. De jungle beteugel je niet met papier. Sterker nog, het wordt er alleen maar erger van. Ik ken een collega die juist als een ‘incontinente kleuter’ gaat plassen, van zo’n aanplakbiljetje. Of ze gaan er juist met ópzet van over de rand poepen. Of de toner leeggieten in de planten. Of ze gaan bordjes terug ophangen met teksten als ‘niet lopen op het plafond’ en ‘niet kotsen in de wasbakken’. En voor je het weet ontspoort het weer.

Daarom zou ik een heel andere aanpak willen voorstellen. We gaan op kantoor geen corrigerende briefjes meer ophangen, maar mensen op heterdaad betrappen. We maken SWAT-teams die bij toerbeurt op wacht gaan staan bij de gemeenschappelijke koelkast en we nailen de bastard die altijd je kaas opvreet. We gaan achter de toiletdeur of bij het kopieerapparaat staan en we flikkeren een emmer water over de zak die altijd de klep open laat staan en we halen die gasten die strepen in de pot laten zitten zélf met hun kop door de pot. Even een frisse neus halen. Of we drukken er een slagroomtaart op for all I care. Dat soort dingen werkt.

Wat overigens niet betekent dat we stoppen met de briefjes op kantoor. Integendeel. Ik zou juist méér briefjes willen zien. Maar dan niet meer de passief-agressieve, maar die van liefde. Anonieme liefdesbriefjes. In zijn tas, of op haar scherm als ze terugkomt van de lunch. Of briefjes met opzwepende levensmotto’s op het toilet als YES WE CAN. Ik dacht verder aan postertjes met handige tips als ‘goed kauwen dat het gelijkmatig in je bloed komp’ in de kantine. Levenswijsheden als ‘een dag niet ten volle geleefd is ook weleens lekker’ in de vergaderzaal en ‘een grap is een gat waar de waarheid doorheen fluit’ in het trapgat. Verder vind ik grote, zeilen doeken mooi, op de gevel of binnen, als in een voetbalstadion, die collega’s over hun hoofden aan elkaar doorgeven met IK HOU VAN KANTOOR erop. Kom op nou mensen. We zetten de schouders eronder en rotten al het cynisme de kantoortuin uit deze lente.