Kenau was helemaal geen onaangenaam manwijf

Kenau stond haar mannetje. De zestiende-eeuwse Haarlemse werd beroemd door tijdens het Beleg van Haarlem aan het hoofd van een legertje vrouwen de stad te verdedigen. Maar het valt nog te bezien of het terecht is dat haar naam later synoniem is geworden met bazigheid en lomp gedrag. Met een handvol schilderijen en een vijftiental prenten, boeken en documenten, toont het Frans Hals Museum iets van de beeldvorming over de oorlogsheldin in de zestiende en zeventiende eeuw.

Kenau Simonsdochter Hasselaar (1526-1588) nam na het overlijden van haar man, een Haarlemse scheepsbouwer, zijn bedrijf over. Tijdens de zeven maanden durende belegering van de stad door Spaanse troepen (1572-1573) bestond de hongerende bevolking voor driekwart uit kinderen en vrouwen. Die klommen op de barricaden. Kenau groeide uit tot een symbool van deze burgermoed.

Tot over de landsgrenzen reikte haar roem: hoewel ze, voor zover bekend, nooit een tegenstander heeft onthoofd, toont een Duitse prent haar, bijvoorbeeld, met het afgehakte hoofd van een Spaanse soldaat in de hand. Ze houdt het zegevierend in de lucht. Het bijschrift verklaart hoe ze daarmee wordt gepresenteerd als een Hollandse Judith, naar de Bijbelse heldin die de aanvoerder van de vijand overmeesterde en met diens eigen zwaard onthoofdde.

De presentatie hangt samen met onder meer de publicatie van een studie van historica Els Kloek naar de rol van vrouwen in de Tachtigjarige oorlog (bij uitgeverij Vantilt), een roman van schrijfster Tessa de Loo (uitgeverij Arbeiderspers) en een film met Monic Hendrickx als Kenau. Ook het Historisch Museum Haarlem haakt aan bij het thema met een bescheiden presentatie over Haarlemse ‘vrouwen met lef’: van Kenau tot Birgitte Kaandorp.

Er zijn vooral foto’s en enkele memorabilia te zien. Zoals de zender die de verzetsgroep van Hannie Schaft in de Tweede Wereldoorlog gebruikte en een toilettafel die de Haarlemse architect Margaret Kropholler (1891-1966) ontwierp. Tekenend voor de legendarische status van Kenau is dat de jurk die wordt getoond, gemaakt is voor de film, en de hellebaard uit de achttiende eeuw stamt.

Uit de bronnen komt Kenau Hasselaar naar voren als een eigenzinnige, doortastende vrouw, maar niet per se als een onaangenaam manwijf. Weliswaar noemt een prentbijschrift haar ‘bolle Truy’ (dikke trien) en spreekt een rechtbankverslag niet erg lovend over een „tovenaarster”.

Maar op de achtergrond van een Haarlems gildebord – dat haar eert als heldhaftige strijdster – is ze een tweede keer op een typische manier afgebeeld. Als Kenau, in de betekenis die wij nu kennen. Kennelijk huldigde men destijds ook al het vooroordeel dat vrouwen vooral vechten met nagels en tanden: in het geval van Kenau is het een bezem waarmee ze een bisschop te lijf gaat.

    • Bram de Klerck