iPad op wielen

Een van de verborgen geneugten van motorrijden, naast frisse lucht, voorkruipen bij het stoplicht en parkeren op de stoep: naar binnen gluren in rijdende auto’s. Zo kom je erachter dat de 15 kilometer lange trajectcontrole op de A2 goed is voor het milieu, maar slecht voor het rijgedrag.

Wat doen automobilisten op een vijfbaansweg met de cruise control op 100? Ze pulken aan hun navigatiesysteem. Checken de Facebook-updates. Sommigen leggen de tablet pc op schoot en nemen de ochtendmail door. Knietje aan het stuur, zwabberend over de rijbanen.

Dat mag niet, weten we sinds de campagne Aandacht op de weg (die van: ‘Whatsappen en twitteren doe je op een P’). Maar ja, de pakkans is klein en auto rijden in Nederland is te saai voor woorden. Zelfs de meest avontuurlijke SUV strandt uiteindelijk in woonwerkverkeer dat op brede wegen, traag door oneindig laagland gaat.

Autofabrikanten proberen de verveling te verdrijven door grote aanraakschermen in het dashboard te schroeven. Met multimedia, navigatie en internetdiensten valt er onderweg tenminste nog iets te beleven. In veel elektrische auto’s is ook de klokkenwinkel achter het stuur in een beeldscherm veranderd – dat oogt lekker modern. Net zoals je Opel Manta vroeger nog sneller leek met een extra oliedrukmeter of voltmeter op het dashboard.

De techindustrie ziet de auto als een interessante afzetmarkt – een rijdend verlengstuk van de smartphone. Afgelopen week introduceerde Apple CarPlay, dat iPhone-apps op een groter scherm toont. Google richtte in januari de Open Automotive Alliance op, voor Android in de auto, en Microsoft heeft Sync, onder meer voor Ford.

Komt er straks ook een campagne die YouTube, Netflix en Uitzending Gemist achter het stuur verbiedt? Nu auto’s transformeren tot iPads op wielen is de verkeerswet wel aan een update toe. Artikel 61a verbiedt het ‘gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur’. Dat zou niet alleen moeten gelden voor telefoons maar voor alle apparaten die je aandacht afleiden.

We rijden nog lang niet in robotauto’s, maar we gedragen ons al wel zo. Bijvoorbeeld bij de absolute schermkampioen, Tesla. Deze Amerikaanse fabrikant van elektrische auto’s monteert een 17 inch beeldscherm in de middenconsole. Een aanraakscherm dat bijvoorbeeld de vering, de airco en de stoelverwarming voor alle passagiers regelt.

De gadgetfreak in me juicht, alsmede de liefhebber van warme billen. Maar als medeweggebruiker houd ik mijn hart vast. Pixels op een beeldscherm vergen meer aandacht dan een fysieke schakelaar waar je blindelings naar grijpt. En scrollen door menu’s is not done achter het stuur.

TomTom hield zijn navigatieweergave bewust summier omdat minder visuele poespas veiliger is. Maar in de Tesla navigeer je via Google Maps dat, uitgestrekt over 17 inch en in satellietweergave, meer details toont dan je ogen kunnen verwerken. Je vergeet bijna dat je niet thuis achter de pc zit, maar in 2.100 kilo auto met een topsnelheid van 200 kilometer per uur.

De dame die de Tesla S op een elektronicabeurs demonstreert, zegt trots dat je ook al rijdend kunt internetten met de ingebouwde webbrowser. „Ik zou het niet aanraden, maar het kan wel.” Tesla geeft klanten een simkaart met 3G-verbinding cadeau, inclusief vier jaar dataverbruik.

Kleine kanttekening: volgens kritische Teslarijders wordt dit gratis mobiel internet ‘met een factor 10’ afgeknepen. Door deze snelheidsbegrenzer valt de navigatie soms uit. En, veel erger, je slaat een slecht figuur bij je vrienden. Een gebruiker op het Tesla-forum: „Laat je trots je auto zien om te surfen naar een pagina en zit je tijden te wachten… kan echt niet, afgang...”

Voor het geval u dacht dat het om het milieu ging.

    • Marc Hijink