Interview Je kunt het zo gek niet bedenken, of de gemeente gaat erover

Kun je blowen op straat? Krijgen de kinderen straks nog zwemles? En oma, heeft die recht op een traplift als ze thuis moet blijven wonen?

Je kunt het zo gek niet bedenken, of de gemeente gaat erover. Eigenlijk over alles behalve buitenlands beleid. „Al denken sommige gemeenten dat ze daar óók over gaan, met hun stedenbanden”, zegt André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. En toch: twee weken voor de verkiezingen op 19 maart kun je niet echt spreken van een levendige campagne. Je wordt er hooguit aan herinnerd als je op het station een vrijwilliger ziet die probeert snoepjes of ballonnetjes te slijten aan voorbijgangers – niet zelden vergeefs. En dat terwijl gemeenten er de komende jaren nog meer taken bij krijgen.

Dat gaat je niet lukken, kreeg André Krouwel te horen toen hij voor het eerst een lokale versie maakte van zijn Kieskompas. Voor landelijke verkiezingen maakte hij al langer zo’n stemhulp, in 2010 deed hij dat voor het eerst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Critici zeiden: over die gemeentepolitiek is te weinig interessants te vertellen. „Maar binnen tien minuten hadden we 200 stellingen verzameld waar mensen rood van aanliepen”, zegt hij.

Hoe komt het dan dat er toch zo weinig belangstelling is?

„Het zijn tweede-ordeverkiezingen. Zo noemen we dat in de politicologische literatuur. De eerste-ordeverkiezingen zijn die voor de Tweede Kamer. En in de VS die voor het presidentschap. Dat is jullie schuld! De media. In de media wordt alleen gepraat over landelijke politici. Dat heeft tot gevolg dat de lokale democratie dramatisch is verzwakt.

„Het komt natuurlijk ook doordat lokale media verdwijnen. In veel gemeenten moet de griffie bijna betalen om ervoor te zorgen dat er nog iemand komt kijken naar raadsvergaderingen. Daardoor hebben mensen geen idee wie er in het college zitten, waar het over gaat in de gemeenteraad. Daarom vinden mensen het moeilijk om een oordeel te vellen. Het gevolg is dat veel van hen dan maar wegblijven.

„Als mensen wel zouden weten waar hun gemeente over gaat, dan zouden ze zich rotschrikken. Ken je die posters nog, waarmee mensen jaren geleden werden gewaarschuwd voor vuurwerk? Dat was een harde campagne. Je zag bijvoorbeeld iemand die een arm miste. Ik denk weleens dat je net zoiets zou moeten doen voor gemeenten. Mensen zonder huis. Een straat waar het vuil niet is opgehaald.”

Gemeenten krijgen nu nog meer taken. Is dat een probleem?

„Ja, steeds meer taken gaan dus naar een bestuursniveau waar mensen geen zicht op hebben.”

Is dat gevaarlijk?

„Ja, er worden namelijk wél besluiten genomen. Die besluiten komen volstrekt democratisch tot stand, maar het gevaar is dat er totaal geen draagvlak voor is.”

En dan. Je krijgt toch geen revolutie op lokaal niveau?

„Nou, stel dat een zorgvoorziening wordt uitbesteed aan een of andere organisatie die in een andere gemeente zit. En dat dat wordt vastgelegd voor tien jaar. Als mensen dat ontdekken zijn ze tien jaar boos.”

Is er iets aan te doen?

„Ja, en dat zal u en uw collega’s vast als muziek in de oren klinken. Wat je eigenlijk zou moeten doen, is de lokale pers herstellen. Gemeenten zouden wettelijk moeten worden verplicht om ervoor te zorgen dat er goed verslag wordt gedaan van wat er gebeurt in de gemeenteraad. Hoe je dat regelt, daar kun je het over hebben. Maar ik heb het dan over een kritische pers, niet over een of ander gemeentelijk websiteje. Je kunt niet eindeloos besluiten nemen onder de radar van burgers door.”

Hebben die burgers zelf ook niet een verantwoordelijkheid?

„Ja hoor, ik zou zeggen: laat mensen een aantal uren of dagen per jaar werken voor de gemeente, zodat ze zien wat die doet. Een soort maatschappelijke dienstplicht. De militaire dienstplicht is afgeschaft. Waarom zou je mensen in plaats daarvan niet een paar dagen per jaar bij de gemeente detacheren. Burgerschap moet je ook aanleren.”

Als mensen niet gaan stemmen, betekent dat dan ook niet dat het best goed gaat met veel Nederlanders?

„Nee, dan heb je niet goed opgelet wat er aan onderzoeksdata is verschenen. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek waaruit blijkt dat Nederlanders het gelukkigst zijn, na een aantal Scandinavische landen. Inderdaad, ze zijn tevreden over hun persoonlijke leven, maar zeer ontevreden over de overheid. Dat speelt de politieke stroming in de kaart die zegt: schaf maar grotendeels af die overheid. Als je ziet wat er nu in gemeenten rondloopt aan leefbaren en de trots-op-partijen: dat is stuitend. Veel ervan doen aan fact free politics.”

Door de nieuwe taken van gemeenten, hoor je, nemen de verschillen tussen gemeenten toe. Vindt u dat ook een slechte zaak?

„Nee, dat lijkt me juist heel goed. Als een gemeente nu failliet gaat, dan wordt het een artikel-12-gemeente. De Rijksoverheid betaalt dan. Totaal wanbeleid wordt dus gedekt door alle burgers. Laat de burgers die de bestuurders hebben gekozen de rekening maar voldoen. Ik ben er ook voor om een groter deel van de belastingen lokaal te heffen.”

Zoals ze in België doen?

„Ja! Daar heb je wel weer andere problemen. Maar in België zie je dat landelijke kopstukken zich meer bemoeien met de lokale politiek. En dat die daardoor veel meer leeft.”

    • Jeroen van der Kris