Goed begrotingsnieuws mag de discipline niet verzwakken

Het zat er al een beetje in: de aantrekkende economische groei in het vierde kwartaal van vorig jaar heeft de begrotingscijfers van Nederland aanmerkelijk verbeterd. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht volgens zijn jongste raming dat het begrotingstekort over 2013 is uitgekomen op 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp), dat het tekort ook in 2014 uitkomt op 2,9 procent en dat het in 2015 zakt tot 2,1 procent. De staatsschuldquote stijgt nog maar nauwelijks en de hoop is dat deze vanaf 2015 verder zakt.

Dat is goed nieuws: een tekort van minder dan 3 procent mag dan nog steeds te hoog zijn, het voorkomt wel dat het kabinet opnieuw tussentijds moet ingrijpen. Het publiek kan er, meer dan voorheen, van uitgaan dat het voorlopig bij de bezuinigingen, lastenverzwaringen en andere ombuigingen blijft die tot nu toe zijn doorgevoerd of al afgesproken. De koopkracht stijgt dit jaar met 1,25 procent en weet er in 2015 nog een kwart procent uit te persen. En de werkloosheid bereikt dit jaar haar piek, om volgend jaar te gaan dalen.

Verwacht mag worden dat dit alles bij elkaar een gunstig effect zal hebben op de stemming onder consumenten en producenten, die mogelijk leidt tot een nieuw momentum voor een impuls van de Nederlandse economie.

Benadrukt moet wel worden dat het hier nog altijd een prognose betreft. De Nederlandse economie is sterk afhankelijk van wat er in het buitenland gebeurt. De groei van de wereldhandel, een van de dominante factoren in het model van het CPB, is een onzekere variabele. De gebeurtenissen in Oekraïne onderstrepen hoe onvoorspelbaar het internationale speelveld kan zijn en hoe groot de kans is op tegenvallers en calamiteiten. Het betekent dat er geen enkele ruimte kan zijn om de teugels nu te laten vieren of de lasten al te verlichten, tenzij dat laatste wordt gecombineerd met compenserende budgettaire maatregelen.

Bovendien is er het streven naar een begroting die in balans is. Dat betekent dat het begrotingstekort uiteindelijk nul moet zijn, gecorrigeerd voor de stand van de conjunctuur. Of dat de begroting zelfs liever een klein overschot vertoont. Laten we niet vergeten dat de staatsschuldquote vlak voor de kredietcrisis slechts iets meer was dan de helft van wat zij nu is. Dat was in de tijd dat Nederland, afgezien van de onevenwichtigheden in de particuliere kredietverlening, budgettair vrijwel gezond was.

Het streven moet zijn om naar die toestand terug te keren. Het gas raakt op. In de toekomst staan er grote uitgaven aan onder meer vergrijzing, zorg en infrastructuur te wachten. Een begroting in balans is de beste manier om die uitdagingen het hoofd te bieden.