‘Gezondheidszorg kan niet zonder dierproeven’

Dat stond op 26 mei in nrc.next.

De aanleiding

Mike is een gevlekt hondje met flaporen. Er staat een filmpje van hem op de website van de Anti Dierproeven Coalitie. Daarin is te zien hoe Mike werd „gered” uit een fokkerij voor proefdieren. De hond eindigde niet in een laboratorium, maar als promotiemateriaal.

Vrijdag was vast een goede dag voor de Anti Dierproeven Coalitie. Toen schreef staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer dat het aantal dierproeven drastisch moet worden teruggebracht. Het verbieden van de proeven is volgens de staatssecretaris echter nog geen optie, omdat er nog niet voldoende alternatieven zijn. Dus, zo schrijft Dijksma: ‘Vooralsnog kan een adequate gezondheidszorg niet zonder deze dierproeven.’

Waar is het op gebaseerd?

De woordvoerder van de staatssecretaris mailt twee onderzoeken die zijn geraadpleegd. Een onderzoek van het RIVM (2010) over alternatieven voor dierproeven. En een onderzoek van de Universiteit Utrecht (2009), dat een overzicht geeft van de verschillende meningen van deskundigen over dierproeven: onderzoekers, NGO’s en biomedici. „Kortom, voor- en tegenstanders”, aldus de woordvoerder. De geïnterviewden in het onderzoek waren het destijds, vijf jaar geleden, eens over de onmisbaarheid van proefdieren, zo staat in het onderzoek.

En, klopt het?

We bellen twee hoogleraren om commentaar. De eerste is Coenraad Hendriksen, hoogleraar alternatieven voor dierproeven aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem zijn er nog vragen in het biomedisch onderzoek die nu nog te complex zijn voor een alternatief. Dus nee, zegt hij, we kunnen nog niet zonder dierproeven. „Om bijvoorbeeld een computermodel te maken, heb je informatie nodig dat afkomstig is van een diermodel.” En hoe de hersenen werken of hoe het immuunsysteem precies werkt, daar zijn de fijne details nog niet van bekend. „Je moet wel die kennis hebben om alternatieven te ontwikkelen.”

De andere hoogleraar is Huub Schellekens, hoogleraar farmaceutische biotechnologie, ook aan de Universiteit Utrecht. Hij zegt dat er „wetenschappelijk onderbouwde twijfels” bestaan aan het „voorspellend vermogen van dierproeven”. Dat wil zeggen of wat uit dierproeven naar voren komt, zich ook daadwerkelijk voordoet bij mensen die in de toekomst een bepaald geneesmiddel gaan gebruiken. Die twijfels gaan, zegt Schellekens, zowel over de veiligheid als over de effectiviteit van een geneesmiddel. „Als je gaat uitrekenen wat het voorspellend vermogen is, kom je uit op bijna nul.”

De overheid stelt dierproeven nog steeds verplicht om vaccinaties te testen of om gevaarlijke stoffen te onderzoeken. Zonder proefdieronderzoek geen medicijn op de markt.

De ontwikkeling van zo’n medicijn loopt jaren vooruit op wat er nu in de apotheek ligt. „Als de staatssecretaris vandaag zegt: dierproeven zijn vanaf nu verboden, dan merken de patiënten die nu medicijnen gebruiken er niets van”, zegt Schellekens. „De proeven die nu worden gedaan, zijn de geneeskunde van over vijftien jaar.” Afschaffing zou juist nieuwe alternatieve testmodellen stimuleren, zegt hij. „Als dierproeven verboden worden, dan springt iedereen over op andere methoden.”

Hendriksen denkt dat een verbod geen garantie is voor innovatie, „als de kennis voor de innovatie ontbreekt”. Vanaf vorig jaar mogen in Europa bijvoorbeeld de ingrediënten van cosmeticaproducten niet meer op dieren worden getest. „Ook voor die testen blijken nog niet genoeg nieuwe initiatieven te zijn ontwikkeld”, zegt hij.

En als je dan de dierproeven tóch totaal zou verbieden, ben je er nog niet, zegt Hendriksen. „Je moet niet vergeten dat je na het testen van medicijnen op alternatieven testmethodes ook die vertaalslag moet maken naar een complexe mens.” Daarin schuilen volgens Hendriksen vele onzekerheden, die nog niet allemaal zijn uitgekristalliseerd en die niet uitgesloten kunnen worden met een andere methode dan het gebruik van proefdieren.

Conclusie

‘Vooralsnog kan een adequate gezondheidszorg niet zonder deze dierproeven’, schreef staatssecretaris Dijksma. We beoordelen de stelling als grotendeels waar. De deskundigen zijn het er niet over eens of proefdieren per se noodzakelijk zijn, maar omdat er nog geen perfecte alternatieven zijn ontwikkeld, kunnen dieren nog niet volledig vervangen worden.

    • Romy van der Poel