Opinie

    • Menno Tamminga

Gaat dan alles goed in het bedrijfsleven?

Bladerend in het nieuwe jaarverslag van DSM stuitte ik op een bescheiden hoofdstuk met de intrigerende titel: Wat toch fout ging in 2013. In het verslag, verschenen in het Engels, heet het hoofdstuk What still went wrong in 2013.

Het is de vierde maal dat DSM dit hoofdstuk publiceert en, het klinkt misschien wat te wervend, maar het is uitbundiger en veelzijdiger dan ooit.

DSM is een multinational ( 24.500 werknemers, hoofdkantoor in Heerlen) waarvan de historie teruggrijpt op De Staatsmijnen, de basis van de afkorting DSM. De kern van het bedrijf is het ontwikkelen en maken van producten ten behoeve van (voedings)industrie en gezondheidszorg.

DSM is in sommige opzichten een wat ongewone multinational. Bestuursvoorzitter Feike Sijbesma is een van de opinieleiders in het bedrijfsleven tegen het doorgeschoten gewicht van de financiële sector in de economie. De beloningen van de top zijn net iets soberder dan doorsnee. Onder de biografietjes in het jaarverslag van de vijf mannen (dat dan weer wel) in de raad van bestuur staan hun e-mail-adressen.

Het hoofdstuk Wat toch fout ging is daarom ook typisch DSM. De voorgaande jaren kwamen in dit hoofdstuk onderwerpen per kwartaal aan de orde, nu zijn ze thematisch gerangschikt volgens de drie principes van maatschappelijk verantwoord ondernemingen. De drie P’s, met excuses, maar alleen in het Engels: people, planet, profit.

Wat moeten we hiervan vinden?

Eerst het goede nieuws. DSM accepteert de kwetsbaarheid die samengaat met openheid over vervelende en pijnlijke onderwerpen. Van alles passeert de revue in het Wat ging fout-hoofdstuk. Van verkeersongelukken tot een ontspoorde sirooptrein. Van vervalste loonstroken bij een vorige werkgever om een hoger aanvangssalaris te krijgen tot en met seksuele intimidatie en een DSM-medewerker die tegen alle regels in een persoonlijke lening ‘afdwong’ bij een leverancier en daarmee een belangenconflict creëerde.

De vraag is natuurlijk welke consequenties de informatie uit zo’n hoofdstuk hebben voor lokale leidinggevenden, voor directeuren van de werkmaatschappijen en voor bestuurders zelf. Neem veiligheid. DSM liep voorop met de invoering van verbeterde veiligheid als criterium voor de hoogte van bonussen aan bestuurders.

Wat betreft die veiligheid rapporteert DSM in zijn jaarverslag steeds betere cijfers: nooit was de index van ongelukken zo laag. Maar in het beloningsverslag met salarissen en bonussen voor de top kun je niet aflezen welke bijdrage de verbeterde veiligheid geeft aan de contante bonus van, bijvoorbeeld, bestuursvoorzitter Sijbesma, ter waarde van 480.938 euro in 2013.

Het slechte nieuws in het Wat ging fout- hoofdstuk is dat dit overzicht zich beperkt tot onderwerpen en incidenten uit de sfeer van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De fouten in het ‘echte’ ondernemen staan er niet in.

Dat is niet alleen de handicap van DSM. Dat is exemplarisch voor het bedrijfsleven. Fouten maken en falen zijn woorden die in het vocabulaire en de verantwoording van het bedrijfsleven zelden voorkomen. Liever niks zeggen over domme overnames, verkeerde investeringen, reguliere milieuschade, overbodige producten, jammerlijk slechte marketing of strafbare en illegale praktijken zoals prijsafspraken of omkoping. Als je al over slecht nieuws leest is dat in de categorie goed nieuws: een verbeterprogramma om personeel ervan te doordringen het goede te doen.

Dat maakt het bedrijfsleven zo eendimensionaal: niet de concentratie op winst of op aandeelhouderswaarde, maar het feit dat goed nieuws het enige nieuws is. Goed dat er bij DSM toch iets fout ging.

    • Menno Tamminga