Eigenzinnige volksjongen met perfecte trap

Eeuwige rebel was hij. En ook een fantastische voetballer. „Technisch goed onderlegd, en een geweldige trap.”

En hop, daar lag hij in de haven van Toulon. Eerst schrok hij zich rot op die bewuste zomerdag in 1999, maar eenmaal boven water kon Peter Wisgerhof er vooral om lachen. Had hij zijn ploeggenoot bij Jong Oranje maar niet zo moeten uitdagen tijdens de groepswandeling door de Zuid-Franse kustplaats. „Ik zei dat hij mij niet in het water durfde te duwen”, herinnert de huidige verdediger van FC Twente zich. „Nou, zoiets moest je tegen Theo niet zeggen.”

Behalve een nat pak had de tuimeling voor Wisgerhof geen verdere gevolgen. Anders was het voor de voetballer die hem in het water duwde: de Arnhemse volksjongen Theo Janssen, met wie hij toentertijd bij Vitesse voetbalde. Aan hem kleefde sindsdien een stempel waar hij nimmer van af zou komen. Dat van een eeuwige rebel, die handelde naar eigen believen. Zowel op het veld als erbuiten.

Maar de voetballer die gisteren per direct zijn carrière beëindigde wegens een te zware knieblessure, was bovenal een artistiek talent op de velden. „Hij was technisch zeer goed onderlegd en beschikte over een geweldige trap’’, zegt Edward Sturing, die als trainer van Vitesse langdurig met Janssen werkte, telefonisch.

Terugblikkend op die tijd: „Theo was een jongen van de straat. Niet bepaald een doorsneevoetballer met wie je makkelijk werkte. Eerder was hij lastig. Voor mij, maar net zozeer voor de tegenstander. Dat maakt dat je zo’n speler in je ploeg wilt hebben.”

Zag ook de Engelse trainer Steve McClaren, die Janssen in 2008 naar FC Twente haalde. Een gouden zet, zo bleek, want de Arnhemmer werd spilspeler in een elftal dat de Nederlandse top bestormde en in 2010 landskampioen werd.

In diezelfde ploeg werd hij weer collega van de speler die hij in 1999 de Middellandse Zee in duwde, Peter Wisgerhof. De verdediger noemt Janssen desgevraagd een speler die ‘schijt’ had aan alles. „Daarom is hij ook niet gestopt met roken. Een trainer kon hem daarop aanspreken, maar juist dat roept weerstand op bij Theo. Hij moet zich op zijn gemak voelen. Wat wel meespeelde, was zijn spel. Omdat hij zo goed was, kon hij zich zijn grillen permitteren.”

Zelfs als speler van Ajax stak Janssen met regelmaat een sigaret op. Zogenaamd stiekem, maar ondertussen wist iedereen wat hij uitspookte op het toilet. Heeft het roken hem belemmerd in zijn weg naar de voetbaltop? Nee, denken zijn voormalige trainer Edward Sturing en oud-ploeggenoot Wisgerhof. „Misschien was hij juist zo goed doordat hij zichzelf kon zijn”, zegt Sturing.

Wel denkt de voormalige coach van Vitesse dat de vijfvoudig international bij een grote buitenlandse club had kunnen spelen. „Maar het is niet mis wat hij heeft bereikt: twee landstitels, winnaar van de KNVB-Beker en een transfer naar Ajax. Ik denk dat Theo daar zelf heel tevreden mee is. En alleen dat was altijd belangrijk bij hem: zijn eigen gevoel. Wat anderen van zijn keuzes of gedrag vonden, deed hem niks.”

    • Fabian van der Poll