Eet Geen Vlees (of Eetgeenvlees)

‘Hitler was een vegetariër.’ ‘Ik zie dat je leren schoenen draagt.’ ‘Dus jij gelooft in reïncarnatie?’ ‘Eet je wel vis?’ ‘Word je niet gek van elke dag weer kaas, boter en eieren, en groente?’ Het zijn maar een paar van de vele opmerkingen die de vorige week overleden schrijver en taalwetenschapper Hugo Brandt Corstius om de oren kreeg wanneer hij, daartoe gedwongen door carnivore tafelgenoten, bekende geen vlees te eten.

Brandt Corstius was dan wel vegetariër, hij had er een hekel aan zich zo te noemen. „Het ligt veel eenvoudiger: Ik Eet Geen Vlees”, zo schrijft hij in een in 2006 door Querido uitgegeven pamflet. Eetgeenvlees is niet een van zijn meest genoemde en geroemde werken in de necrologieën die over hem zijn verschenen, maar niettemin het lezen waard. Erg geestig, en bovendien heb je het in een uurtje uit. Welbespraakt en eigenwijs als altijd veegt de auteur de vloer aan met zijn vleesetende medemens, en dan vooral met vleeseters die beweren van dieren te houden.

Het vermakelijkst aan zijn betoog is dat hij, terwijl hij carnivorisme gelijkstelt aan kannibalisme en het slachten van dieren aan moord, ondertussen ook zijn medevegetariërs op de korrel neemt. „De echte vegetariër is iemand die uit afschuw voor de moord op dieren het besluit heeft genomen om op te houden met vleeseten, en die daar stiekem elke nacht over wensdroomt.”

Zoals ik al schreef: het lezen waard. Voor zowel dieren- als planteneters als iedereen daartussenin. Want hoewel ik het met lang niet alles wat Brandt Corstius in Eetgeenvlees schrijft eens ben, ben ik dat in elk geval wel met zijn laatste woorden: „(…) het kan nooit kwaad om eens na te denken.”

Smelt de boter in een koekenpan pan en fruit hierin zachtjes de sjalot. Klop de eieren los met zout en versgemalen peper en schenk in de pan. Laat een minuutje bakken en verdeel de gruyère erover. Zet de pan onder een gloeiend hete grill tot de kaas gesmolten en de omelet mooi gesouffleerd is.

    • Janneke Vreugdenhil