ECB: inflatie moet uit gevarenzone

De inflatie in de eurozone is al tijden lager dan de Europese Centrale Bank gezond vindt. Vandaag en morgen vergadert de bank over de vraag of zij zal ingrijpen om verhoging voor elkaar te krijgen.

Cijfers achter de komma zullen vandaag en morgen de dienst uitmaken bij de Europese Centrale Bank. De besturende raad zal moeten bepalen of zij tevreden is over de vooruitzichten voor de inflatie in de eurozone. En maatregelen nemen als die te laag zijn. Het is lang geleden dat het maandelijkse besluit van de 24-koppige raad zo spannend was.

De inflatie in de eurozone is al tijden lager dan de bijna 2 procent die de ECB wil. Sterker nog, de inflatie is al vijf maanden lager dan 1 procent en zit dus in de „gevarenzone”, zo zegt president Mario Draghi. Dit bezorgt beleggers en analisten een ongemakkelijk gevoel: zijn we op weg naar een periode van deflatie, het proces waarbij prijzen dalen, consumenten aankopen uitstellen, lonen niet meer stijgen en de hele economie stagneert? Dat proces waar je heel moeilijk uitkomt als je er eenmaal inzit?

Vorige maand, toen de inflatie in de eurozone uitkwam op 0,7 procent, vond de raad het te vroeg om in te grijpen. Er was eerst meer informatie nodig, zei Draghi toen tijdens zijn maandelijkse persconferentie.

De cijfers die vorige week zijn verschenen bieden nauwelijks houvast: eerst werd bekend dat de inflatie in januari ietsje beter was dan verwacht: niet 0,7, maar 0,8 procent. Daarna bleek dat de Duitse inflatie was gezakt tot 1,0 procent, een tegenvaller. Vrijdag meldde Eurostat dat volgens een eerste schatting voor februari de inflatie in de eurozone niet verder was gedaald. Dat was weer een meevaller.

Draghi heeft tot nu toe gezegd dat de dip geen probleem hoef te zijn als de verwachtingen voor de „middellange tot lange termijn” maar dicht bij de doelstelling blijven . Tijdens de vergadering van vandaag en morgen krijgen de raadsleden nieuwe ramingen te zien van de rekenaars van de ECB, opgesteld voor de periode tot en met 2016. Het zal veel uitmaken of die ramingen uitkomen op, zeg, 1,5 procent of 1,9 procent.

Wat kan de ECB doen als de inflatie te lang in de gevarenzone blijft? Dit zijn de vier meest waarschijnlijke maatregelen.

1) De rente verlagen

Een lagere rente maakt het aantrekkelijker om leningen aan te gaan en geld te laten rollen. In de praktijk werkt dit mechanisme momenteel slecht. De rente staat nu op een diepterecord van 0,25 procent, maar dat heeft niet geleid tot een groei in de kredietverlening door banken. Die zijn nog altijd hun balansen aan het opschonen en zijn bang voor wanbetalende klanten.

De rente kan nauwelijks verder omlaag, zeker niet zonder de depositorente – het tarief dat banken krijgen als ze hun geld bij de ECB stallen – onder de huidige nul procent te duwen. Dat zou betekenen dat banken geld moeten toeleggen op hun deposito’s bij de ECB. En dat zou weer kunnen leiden tot een lagere rente voor spaarders. Analisten die een renteverlaging verwachten, gaan er dan ook vanuit dat die heel klein zal zijn: tussen 0,05 en 0,15 procentpunt.

2) Stoppen met steriliseren

Een maatregel die in één keer 175 miljard euro aan extra liquiditeit in het eurosysteem pompt. De achtergrond is technisch: tijdens de zwaarste periode van de eurocrisis, van 2010 tot begin 2012, heeft de ECB voor ruim 200 miljard euro aan staatsobligaties van probleemlanden opgekocht, om de marktrentes voor deze landen naar beneden te krijgen. Een deel heeft inmiddels het einde van de looptijd bereikt. Om te voorkomen dat de extra liquiditeit die zo in het systeem werd gebracht tot inflatie zou leiden, besloot de ECB via een andere weg weer geld uit het systeem te halen: zij bood banken rente om geld bij de ECB te parkeren.

Daarmee zou zij nu kunnen stoppen. De Bundesbank, die snel bang is voor te hoge inflatie, heeft onlangs haar verzet tegen het stoppen met steriliseren opgegeven.

3) Kwantitatieve verruiming

Terwijl de Verenigde Staten net begonnen zijn hun programma op dit gebied af te bouwen, wordt deze optie in Europa nu pas serieus overwogen. Kortgezegd komt het neer op het opkopen van staatsobligaties of andere leningen zonder ze te steriliseren. Hierdoor wordt de geldhoeveelheid dus vergroot.

Het direct opkopen van staatsobligaties komt volgens Draghi neer op rechtstreekse steun aan individuele staten en is daarmee strijdig met het Europees Verdrag. Wel heeft hij het al maanden over de optie om bij banken zogeheten asset-backed securities te kopen: pakketjes van gebundelde leningen aan huishoudens en bedrijven. Dit is inderdaad dezelfde categorie financiële producten die in 2007 tot de kredietcrisis hebben geleid. Draghi zegt nu alleen eenvoudige, overzichtelijke plain vanilla-pakketjes te willen kopen.

4) Bankleningen met voorwaarden

Tweemaal heeft de ECB de afgelopen jaren een ronde onbeperkt grote leningen aan banken verstrekt, met een lage rente en een lange looptijd. Deze LTRO’s hebben niet bereikt dat de kredietverlening van banken aan bedrijven en huishoudens weer op gang kwam. Draghi wil dat dit bij een nieuwe grote lening wel gebeurt. Dat kan door het Funding for lending-systeem van de Bank of England over te nemen: daarbij zijn het bedrag dat de bank mag lenen en de rente die zij daarvoor moet betalen afhankelijk van de mate waarin de bank zelf leningen uitzet.