Deze boer weigert zijn koeien te mishandelen

Een boer wilde zijn koeien niet oormerken, dus zijn ze in beslag genomen // Pesterij, zegt de boer // Gisteren diende zijn zaak bij een beroepscollege

Boer De Groot vindt dat oormerken zijn achttien koeien onnodig verminken en weigert daarom. Foto Laurens Aaij

Hij staat in de lage schutstal, onder stevige, houten balken. Biologisch-dynamisch boer en oormerkweigeraar Thom de Groot (62) uit Grouw staart naar de lege plekken. Gerrit, Lysbeth, Jitse, Gerrit, Anna, Hanna, Wypkje, Wietse Jan en tien andere koeien staan er niet meer. „Geen beweging, een dooie boel zo. Het gaat me door merg en been.”

Vorige maand nam de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn twaalf koeien, vijf kalveren en een stier in beslag. Gisteren behandelde het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in Den Haag zijn beroep. Oordeel: De Groot krijgt zijn koeien terug, maar moet wel 12.500 euro betalen voor het ophalen en stallen van zijn beesten door de NVWA. En dat bedrag moet hij voor vrijdag betalen.

De NVWA vond de koeien van de natuurboer vorige maand te mager. En er kleefde mest aan hun vel. Zijn dieren waren misschien niet al te dik, geeft De Groot toe. „Sommige waren wat schraal ja, al waren er ook dikke bij. Dat komt doordat ik ze natuurhooi geef. Krachtvoer krijgen ze niet. Maar ongezond waren ze pertinent niet.” Hij legt twee verklaringen van veeartsen op tafel die dat bevestigen.

Geen slechte conditie

Zijn eigen dierenarts, Menno J. Wiersma uit Reduzum, schreef op 11 februari, de dag van de inbeslagname: „Alle dieren lagen op een schone, droge ondergrond of konden daarover beschikken. Er werden geen zieke dieren aangetroffen. [...] Geen van de dieren was in een slechte conditie.” Wel was de automatische mestafvoer kapot, waardoor boer en koeien door de mest moesten banjeren. „Maar geen reden om alle dieren in beslag te nemen”, aldus de dierenarts. Ook veearts Rouwé uit Ferwert oordeelde een week later dat de conditie van het vee voldoende was. De mestafvoer is inmiddels gerepareerd en er ligt vers stro op de stalvloer.

De NVWA zegt in een reactie dat de eigen dierenarts wel „verwaarlozing” constateerde, evenals de boer bij wie de dieren nu verblijven. Omdat de zaak onder de rechter is, geeft de NVWA verder geen commentaar.

Thom de Groot kent zijn dieren bij naam, schotelt ze een „vijfgangendiner” voor in zijn kruidige weilanden en zaagt koeienhoorntjes niet af. Dat hij niet goed voor zijn vee zou zorgen vindt hij „niet te bevatten”. Er speelt wat anders mee, vermoedt hij. Hij is principieel oormerkweigeraar. De verplichte gele oormerken verminken het dier, vindt hij. Daarop wordt hij gepakt, weet hij wel zeker. „Een heksenjacht die de overheid voert tegen de gewetensbezwaarde boeren. Ze proberen ons kapot te maken.”

‘Liefde voor hun beestjes’

Ook PvdA-Kamerlid Lutz Jacobi maakt zich kwaad over de omgang van het ministerie met oormerkweigeraars. „Deze veehouders zijn mensen met veel liefde voor hun beestjes die voldoen aan het protocol. Dit is oormerkweigeraarpesten.”

In 1991 werden alle veehouders in Nederland verplicht hun vee te voorzien van gele oormerken om vee van geboorte tot dood te kunnen traceren. Voor De Groot was direct duidelijk dat hij zich tot het uiterste tegen het nieuwe registratiesysteem zou verzetten. „Oormerken zijn pijnlijk voor dieren. Respectloos ook. Wij moeten de dieren in opdracht van de staat mishandelen. Dat weiger ik.”

Er volgde een slepende juridische strijd. Uiteindelijk kwam er in 2002 een nationaal protocol, waarbij de oormerkweigeraars de koe mochten registreren met een DNA-haarmonster en een foto.

De Groot en andere weigeraars pleiten voor een nieuw Europees registratiesysteem voor koeien. Er zijn tal van alternatieven voor het oormerk, zoals een chip of tatoeage. De Groot: „Als de dieren er maar geen last van hebben.”

De boer zegt een hoge prijs te hebben betaald voor zijn principiële standpunt. De weigeraars zijn gekort op melktoeslagen en Europese subsidies. Hij schat dat hij tienduizenden euro’s is misgelopen. „In al die 22 jaar heb ik nauwelijks kunnen investeren.” Maar buigen zal hij niet. Nooit. „Ik leef liever in armoede dan dat ik koeien oormerken indoe.”