denken @nrc.nl

Gezocht: politicus met sporterslef (m/v)

schrijft Bojk Berghuis, trotse broer van snowboardcrosser en olympiër Bell Berghuis

Het is 25 februari 2014. Terug uit de Russische Rivièra. Als trotse broer ga ik met mijn ik-durf-alles-op-een-snowboard-en-dat-zal-ik-de-wereld-laten-zien-zusje mee naar de huldiging van de Nederlandse olympiërs in de Ridderzaal. Voor bijna alle schaatsers is er naast deelname ook nog de kers op de taart bijgekomen. Of een hele berg kersen eigenlijk. Zo’n 30 kilo. Wat een bizarre Spelen. We zien hoe eerst premier Rutte en vervolgens minister Schippers alle glunderende medaillewinnaars overgieten met lof; het is een prachtig gerammel van schijven om de sportersnekken.

Maar dan. Wanneer komt het belangrijke moment dat er ook wordt gekeken naar onze andere wapenfeiten? Hoe ontzettend bijzonder het bijvoorbeeld is dat de Nederlandse damesbob vierde is geworden? (en daarmee vóór bobsleeland Duitsland is geëindigd?) Dat we er als berg- en (meestal) sneeuwloos landje toch maar mooi met de wereldtop mee beginnen te doen in verschillende sneeuwsporten? Is een dag als deze ook niet het ideale moment om met lef en visie vooruit te blikken?

Want vooruitblikkend acht ik de kans dat deze cleansweep ons nogmaals ten deel valt kleiner dan de kans dat zich komend decennium een homohuwelijk in Moskou dan wel Salt Lake City voltrekt. Nederland heeft de schaatssport naar een hoger plan getild, maar concurrentie van andere landen komt er gegarandeerd aan. Tegelijkertijd is er in ons land duidelijk potentie en enthousiasme onder jonge sneeuwsporters in een breed scala aan disciplines.

Ik zat in de Ridderzaal te wachten op het moment dat een der aanwezige politici zou zeggen waar het op staat: dat onze schaatssuccessen veelal (sinds 1995) aan langlopende investering vanuit het bedrijfsleven te danken zijn. Dat het brons van Sjinkie de beloning is van financieringen en plannen die in 2006 in gang zijn gezet. Dat er nu, willen we over vier jaar en verder het eremetaal ook in de bergen laten klinken, harde en duidelijke keuzes gemaakt moeten worden.

Chef de mission Maurits Hendriks was de enige die hierover sterke ideeën leek te hebben. Helaas, Mark en Edith vonden het prima om weer voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Juist nu ze de aandacht van sportminnend Nederland te pakken hadden. Gemiste kansen zeg ik: als ze ook maar een fractie van het lef van mijn zusje hadden gehad zouden we nu ook van politieke krachttoeren kunnen spreken.