De Wit liet zien dat we miljarden euro’s te veel betaalden

Jan de Wit (68) verlaat na zestien jaar de Kamer. Hij diende bijna 45 jaar de verworpenen der aarde.

Altijd een stropdas. Beschaafde dictie, zorgvuldige formuleringen. De woorden „schandalig” en „afbraak” zal je uit zijn mond zelden horen. Qua voorkomen is Jan de Wit, die op 1 april na zestien jaar stopt als Tweede Kamerlid, altijd een atypische SP’er geweest.

Het zal komen door zijn juridische achtergrond. Jarenlang werkte De Wit, onderwijzerszoon uit het Brabantse Zevenbergen, als advocaat. Hij nam hij het op voor de verworpenen der aarde, zoals asbestslachtoffers en mijnwerkers met stoflongen. In 1994 verruilde hij zijn praktijk voor een onzeker avontuur: hij werd fractiemedewerker van de SP, de partij waarvan hij vanaf begin jaren zeventig lid was.

Als Kamerlid was De Wit vanaf 1998 een onzichtbare, hardwerkende kracht achter SP-voorman Jan Marijnissen. Hij verwierf gezag met een precieze, juridische toonzetting en een redelijke opstelling die je bij SP’ers niet vaak zag. En met uithoudingsvermogen: bij zijn vertrek is hij één van de vier langstzittende parlementariërs, samen met Mariëtte Hamer (PvdA), Kees van der Staaij (SGP) en partijgenoot Harry van Bommel.

Bekendheid bij een breder publiek verwierf De Wit als voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie over het financiële stelsel, die werd ingesteld na de miljardenverslindende reddingsoperaties van de kredietcrisis. Een makkelijke klus was het niet: de materie was taai en ingewikkeld, de ondervraagde bankiers hooghartig of juist weinig mededeelzaam, en een commissielid (PVV’er Dion Graus) stapte met veel kabaal op. De Wit sloeg zich er met kenmerkende kalmte doorheen. Hoewel de kredietcrisis heftige emoties opriep in de politiek (graaiende bankiers! staatssteun!), vond hij dat het onderwerp zakelijk benaderd moest worden.

De conclusies van zijn commissie waren hard: er waren grote fouten gemaakt tijdens de reddingsoperaties in het najaar van 2008. Oud-minister van Financiën Wouter Bos kreeg er stevig van langs voor zijn nationalisatie van ABN Amro: hij zou miljarden te veel betaald hebben en de Tweede Kamer te laat en onvolledig hebben geïnformeerd.

Toen Bos het oordeel van de commissie in scherpe bewoordingen verwierp, reageerde De Wit stoïcijns. Ze hadden hun kritiek toch goed onderbouwd? Een kopje koffie drinken met Bos om het uit te praten, deed hij nooit. „Je moet die zaken gescheiden houden.”

Twee keer liet Jan de Wit zich nog overhalen om door te gaan als parlementariër, in 2010 en 2012. SP-leider Emile Roemer deed een persoonlijk beroep op hem: hij wilde dat De Wit zijn klus zou afmaken als voorzitter van de enquêtecommissie. Maar nu is het mooi geweest. Zijn commissie is klaar, en ook zijn andere grote project – het schrappen van het wetsartikel over godslastering – is voltooid. In mei wordt De Wit 69 jaar, „tijd om eindelijk van het leven te gaan genieten”. Zijn vrouw Riet gaat tegelijk met hem met pensioen. Ze was de afgelopen twaalf jaar SP-wethouder in Heerlen.

Bang dat hij na een arbeidzaam leven van 45 jaar in een zwart gat valt, is hij niet, zegt De Wit. Er is nog genoeg te doen straks. Zijn drie kinderen bezoeken, allemaal in het buitenland. Zijn werk als bestuurslid van het mijnmuseum in Heerlen. Of gewoon weer aan de slag voor de SP in die stad: adviseren, de deuren langs, spreekuur houden voor burgers met problemen.

    • Thijs Niemantsverdriet