De overheid geeft hiermee het slechte voorbeeld

De VVD zal het plan moeten aanpassen om in de Tweede Kamer steun van coalitiepartij PvdA te krijgen.

In het regeerakkoord hebben VVD en en PvdA afgesproken om „tot regulering van de vestiging van inwoners” van Curaçao, Aruba en Sint Maarten in Nederland te komen. Alleen wat de VVD nu voorstelt, gaat coalitiegenoot PvdA te ver.

De PvdA vindt dat de groep Antillianen voor wie toelatingsregels zullen gelden, scherper afgebakend moet worden. Je kunt niet een hele groep mensen met een Nederlands paspoort anders behandelen dan de rest, omdat een deel van die groep crimineel gedrag vertoont, vindt de PvdA. Bovendien wil de PvdA regels voor ‘inwoners’ van de eilanden, dat is iets anders dan eisen aan mensen stellen op basis van afstamming, zoals Bosman voorstelt. Die zegt „goed te zullen kijken” naar de kritiek die vanavond uit de Tweede Kamer komt.

Volgens het wetsvoorstel moet wie door afstamming het Nederlanderschap heeft verkregen op Aruba, Curaçao of Sint Maarten, of wiens moeder op één van die eilanden haar ‘hoofdverblijf’ had, na zes maanden verblijf in Nederland ‘toelating tot vestiging’ aanvragen. Voor ‘Europese’ Nederlanders geldt dit niet. Voor de inwoners van Saba, Sint Eustatius en Bonaire geldt het ook niet; die eilanden zijn sinds 10 oktober 2010 ‘bijzondere gemeenten’ van Nederland.

De VVD creëert volgens de Commissie-Meijers, de expertgroep die de Tweede Kamer adviseert over fundamentele mensenrechten, met dit plan eerste- en tweederangs staatsburgers. Er wordt onderscheid gemaakt op basis van afkomst en daarmee juridisch gezien naar ras. „Door Nederlanders van Caribische afkomst ongelijk te behandelen, geeft de Nederlandse overheid het slechte voorbeeld aan de samenleving”, zegt Kees Groenendijk. Hij is emeritus hoogleraar rechtssociologie en voorzitter van de Commissie-Meijers. Groenendijk verwacht dat de wet eerder nieuwe problemen veroorzaakt dan zal bijdragen aan de oplossing ervan. „Deze wet behandelt Antilliaanse Nederlanders als vreemdelingen. Antillianen die geen vergunning krijgen, worden in de marge van de samenleving geduwd. Ze krijgen straks in feite dezelfde behandeling als illegale vreemdelingen, maar die hebben nog recht op gezondheidszorg in acute situaties en op rechtsbijstand. ‘Illegale’ Antillianen straks niet.”

Voor Groenendijk staat zo goed als vast dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens „deze directe vorm van rassendiscriminatie” niet zal accepteren. „Waarschijnlijk zal de wet al bij Nederlandse rechters sneuvelen.” Verder, zegt hij, kan Bosman de afspraken in het Statuut van het Koninkrijk niet gebruiken als argument voor Nederland om zich niet aan mensenrechtenverdragen te houden.