Commentaar van de ‘tekenende terrorist’

Dagelijks geeft cartoonist Rayma Suprani haar ‘commentaar’ bij de ontrafeling van de Bolivariaanse Revolutie in Venezuela. Daar wordt vandaag de sterfdag van president Chávez herdacht.

Over verkiezingsleus ‘Hart voor mijn vaderland’.

Op 5 maart 2013 wenste Rayma Suprani dat ze nooit cartoonist was geworden. Op het nieuws werd bekend gemaakt dat Hugo Chávez was overleden, de meest geliefde en gehate president in de geschiedenis van Venezuela. Nu moest zij, de meest geliefde en gehate politieke tekenaar van het land, dat verbeelden. Maar hoe? Haar antwoord stond de volgende ochtend in El Universal, de krant waarvoor ze sinds 1999 tekent – het jaar dat Chávez aan de macht kwam. Ze tekende een rode, omgevallen koning uit het schaakspel. Daar lag Chávez, de socialistische militaire leider die zich zo machtig achtte dat hij zelfs kanker zou overwinnen. Nu, precies een jaar later, kijkt Suprani (44) tevreden terug op die cartoon. De tekening had haar sobere, directe stijl, maar ook de tact die ze volgens haar critici – en ook haarzelf – vaak mist. „Het land was verdeeld, de sfeer was gespannen”, zegt ze. „Ik wilde de rouwende aanhangers van de president niet beledigen en toch laten zien hoe ik over hem dacht.”

De spanning die ze toen voelde in Venezuela is inmiddels omgeslagen in een openlijke confrontatie. Sinds begin februari demonstreren studenten en oppositieleden tegen de opvolger van Chávez, partijgenoot Nicolás Maduro. Er vielen zeker zestien doden en 150 gewonden.

Betogers ageren tegen problemen die Suprani al jaren aanpakt in haar cartoons, zoals schaarste, mega-inflatie, en stijgende criminaliteit. In haar tekeningen komt het allemaal voorbij: lege winkelwagentjes, stapels waardeloze bankbiljetten, lijkkisten. En bloed, heel veel bloed.

Blader door de cartoons van Rayma – ze signeert met haar voornaam – en zie de ontrafeling van de Bolivariaanse Revolutie van Chávez en Maduro, zijn erfgenaam. Een politiek systeem dat op papier socialistisch is, maar met leiders die zichzelf verrijken. Democratisch, maar met trekken van een dictatuur.

Of, in een cartoon van Rayma vertaald: de omgekeerde baret van Che Guevara, gevuld met geld.

Suprani is door de regering van Venezuela omschreven als een „tekenende terrorist”. Soms kietelt ze haar publiek in de zij. Maar meestal geeft ze het een stomp in de maag.

„Humor wordt gevoed door het land waar je woont”, zegt ze. „De realiteit in Venezuela is heel wrang. Zwarte humor hoort daarbij.” Ze kwam vorig jaar in de problemen met een cartoon van de Venezolaanse vlag. Uit woede over het hoge moordcijfer had ze de sterren van de driekleur vervangen door kogelgaten.

Op de staatstelevisie werd ze een vijand van de staat genoemd. Ze ontving bedreigende telefoontjes en sms’jes. „Er werd gedaan alsof ik eigenhandig kogels had afgevuurd op de vlag van Venezuela.”

Suprani trok zich er niks van aan. Ze veranderde haar telefoonnummer en publiceerde de gewraakte afbeelding opnieuw. Dit keer met bloed uit de kogelgaten. De aanleiding was de dood van een bekende schoonheidskoningin, die in januari slachtoffer werd van een gewapende beroving op een verlaten snelweg. Haar dochtertje van vijf werd huilend aangetroffen in de auto, een schotwond in haar been.

„Opeens kwam de regering met een plan tegen het geweld”, zegt Suprani. „Maar waarom komen ze pas in actie als er een Miss Venezuela wordt vermoord? Iedere dag sterven er anonieme vrouwen. Iedere dag blijven er kinderen alleen achter.”

Soms is ze moe van steeds diezelfde problemen, waarover ze al vijftien jaar tekeningen maakt. Dan maakt ze een wandelingetje, kijkt ze naar de mensen op straat, luistert mee met een gesprek. „Een cartoonist is als een mijnwerker”, zegt ze. „Telkens graaf je een nieuwe tunnel naar hetzelfde onderwerp.”

Ze houdt van de directe impact van cartoons. „Zelfs lezers met haast hebben er tijd voor. Ze slaan de pagina op, kijken, denken eventjes na en hoepla, daar springt de grap in hun hoofd.”

Tijdens het bewind van Chávez besloot ze hem op een gegeven moment niet meer te tekenen. Ze kon zijn gezicht niet meer zien. Hij was overal. Op televisie, posters, muurschilderingen. „Als ik hem ook nog eens ging afbeelden zou ik het narcisme alleen maar versterken.”

Ze begon een spel. Ze tekende de alomtegenwoordige president alleen nog in symbolen. Een banaan met een kroontje bijvoorbeeld. Een rode troon. „Het dwong me om beter over hem na te denken. Waar stond hij voor? Wat school er achter zijn woorden?”

Het dwingt ook haar publiek tot nadenken, vindt ze. „Ik presenteer een puzzel. De lezer moet het laatste stukje leggen.”

President Maduro vond ze aanvankelijk moeilijk om te vangen. Hij was vooral een kopie van Chávez. Maar sinds de demonstraties heeft zijn ware gezicht laten zien, zegt Suprani. „Onder Maduro is de regering nog repressiever en corrupter geworden,” zegt ze. „De dialoog is gesmoord in conflict. Het regime praat over vrede, terwijl er wordt geschoten op studenten.”

Sinds het uitbreken van de protesten wordt president Maduro door de propagandamachine telkens afgebeeld met een witte duif. Suprani draait het om: een duif met de kop van een pitbull. Heel Venezuela weet wat ze bedoelt.

De ‘cartoonist van Caracas’ wil niet verklappen wat ze voor vandaag, de sterfdag van Chávez, heeft getekend. Dat zal blijken als haar lezers de opiniepagina van El Universal openslaan. Diplomatiek zal het niet zijn, dat kan ze alvast zeggen. „De boodschap wordt: De revolutie is een mislukking. Basta!’”