Brazilië: met de cultuurpas naar de tandarts

In Brazilië betaalt het bedrijfsleven verplicht mee aan sport en cultuur. Het budget groeit spectaculair.

SESC in Soracoba (gemeente in het zuidoosten van de deelstaat São Paulo) Foto Pedro Vannucchi

Tussen de honderden hoge kantoorflats in het westen van miljoenenstad São Paulo ligt een oude muziektrommelfabriek, omgebouwd tot cultureel centrum. De bakstenen fabriekshal doet dienst als expositieruimte. In de barakken ernaast zitten tientallen ateliers.

„Hier heb ik wekelijks tekenles”, zegt Tatiana Oliveira (28). Ze rekent kaartjes af voor een concert van haar favoriete band. „Ik kom uit een arme familie. Maar bij SESC konden we altijd terecht”, vervolgt ze: „Als kind kwam ik hier vaak zwemmen.”

SESC Pompeia is een van de achttien locaties in São Paulo van SESC (spreek uit: ses-kie), het Portugese acroniem voor de ‘sociale dienst van de handel’. Het is de grootste financier van kunst en cultuur in Brazilië. Bovendien zorgt het instituut voor sportfaciliteiten en levert het zelfs gezondheidzorg, vooral tandartsen. De organisatie bezit, verspreid over het land: 334 zwembaden, 265 bibliotheken, 197 expositieruimtes en 147 restaurants. De meeste faciliteiten zijn gratis.

Het instituut is particulier eigendom, maar heeft geen winstoogmerk. Terwijl kunstinstellingen in heel Europa kampen met voortdurende bezuinigingen, groeit het budget van SESC al jaren spectaculair.

De organisatie bestaat sinds 1946 en de financiering is vastgelegd in de grondwet: 1,5 procent van de belasting die het Braziliaanse bedrijfsleven betaalt, gaat jaarlijks naar het cultuurinstituut.

„Wij zijn gezegend met een groeiende economie”, zegt Danilo Santos de Miranda in zijn met kunstobjecten overladen kantoor. Hij is al dertig jaar directeur van SESC São Paulo.

Als de economie groeit, groeit het budget voor SESC mee. Het budget van de afdeling São Paulo is nu 465 miljoen euro, dertig miljoen euro meer dan in 2012.

Dat financieringssysteem maakt het instituut uniek, aldus Miranda. Hij zegt: „SESC is net zoals de jabuticaba, de paarse bes die uitsluitend in de Amazone groeit.”

Arbeidersrechten

SESC is een product van de late industrialisatie in Brazilië. Voor de Tweede Wereldoorlog was de economie vooral agrarisch. Koffie en suiker waren de belangrijkste exportproducten. Dat veranderde toen Brazilië als enige Zuid-Amerikaanse land tijdens de Tweede Wereldoorlog een troepenmacht naar Europa stuurde. De Amerikanen beloonden Brazilië door de technologie te leveren om staal te produceren.

Vervolgens kwam de industrialisatie op gang. De Brazilianen trokken in grote getale naar de stad. Vakbonden eisten meer rechten voor arbeiders. De creatie van SESC, op gezag van de toenmalige president, moet in dat licht worden gezien.

Miranda: „Het verbeteren van de kwaliteit van bestaan; dat is al 67 jaar ons leidende principe. Door het inzetten van cultuur leiden we Brazilianen op tot kritische en ontwikkelde burgers.”

SESC vertakte zich snel, met activiteiten die zich vooral richtten op de arme arbeidersklasse. Dat de economische ontwikkeling de laatste tien jaar ook het budget voor cultuur deed groeien, betekent volgens Miranda echter niet dat Brazilië zich kan meten met Europa. Dat is meer dan een kwestie van geld: „Daar is de aandacht voor cultuur ouder en veel dieper geworteld in de maatschappij. Zo hebben wij geen Concertgebouworkest.”

Miranda wijst op het grote gebouw dat zichtbaar is uit het raam van zijn kantoor. Honderden mensen vermaken zich er in het fonkelende buitenzwembad. „Een paar jaar geleden was in deze grijze uithoek van de stad niets van vertier. Nu komen hier dagelijks duizenden mensen, om te zwemmen en tentoonstellingen te bezoeken. Of om zich te laten behandelen door de tandarts.”

Theatergroep Tuig

Brazilianen maken massaal gebruik van SESC. Jaarlijks sluiten 5,4 miljoen Brazilianen een abonnement af. Met hun cultuurpas kunnen ze sporten en gebruik maken van gezondheidszorgvoorzieningen. Nog meer mensen bezoeken het instituut. Ze komen af op gratis voorstellingen en tentoonstellingen, op goedkope concerten en restaurants.

Ook financiert SESC buitenlandse tournees van Braziliaanse gezelschappen en haalt het groepen uit de hele wereld naar Brazilië. Zoals de voorstelling Schraapzucht van theatergroep Tuig, gemaakt door de Nederlander Marc van der Vliet. Op de trappen van een stadspark van São Paulo keken afgelopen zomer ruim honderd mensen vijf keer naar de mimevoorstelling, gespeeld in een vernuftig decor van hout, ijzer en touw dat tijdens de voorstelling tot leven komt.

Voor Van Vliet was de ervaring ongekend luxueus. „Het was tot in de puntjes geregeld: de hotels, de bewaking, de productie. We werden volledig in de watten gelegd.” Dat had Van der Vliet niet voorzien toen SESC hem vier jaar eerder uitnodigde. „Ik dacht: in Brazilië zijn zaken minder goed geregeld dan in Europa.”

Zoals de oude fabriek een uitzondering is in de betonnen zee van São Paulo, zo wijkt SESC af van de publieke dienstverlening in Brazilië. Die is vaak belabberd en voor velen ontoegankelijk. Dat kan SESC niet oplossen. Wel biedt het Brazilianen ruimte voor ontsnapping en vertier.

Miranda: „Als ik Brazilianen een beetje gelukkiger kan maken via culture ontwikkeling en sport is mijn missie geslaagd.”

    • Floor Boon