‘Antilliaan zonder ambitie is niet welkom’

VVD-Kamerlid André Bosman verdedigt vandaag een wet om de rechten van bepaalde Antilliaanse Nederlanders te beperken tot het hoognodige.

Antilliaanse Nederlanders krijgen volgens André Bosman drie keer zo vaak een uitkering als ‘Europese’ Nederlanders. Vier keer zo vaak maken ze hun school niet af. En vijf keer zo vaak hebben ze een criminele achtergrond.

Het Tweede Kamerlid van de VVD wil daarom eisen stellen aan Antillianen die in Nederland komen wonen. „Zodat de poel van kansarme, criminele Antillianen hier opdroogt. En zodat de regering dáár druk kan zetten: je moet hier aan de slag, want Nederland kom je niet binnen.”

Vanavond behandelt de Tweede Kamer de ‘Bosmanwet’, zoals het wetsvoorstel in Antilliaanse kringen heet. Mensen uit Curaçao, Aruba en Sint Maarten die langer dan zes maanden in Nederland willen blijven, moeten voldoen aan ten minste één voorwaarde van een lijstje van vier. Ze moeten werk hebben of als zelfstandige werken; voldoende inkomen hebben; in Nederland tot onderwijs zijn toegelaten; of een gezinslid in Nederland hebben wonen. Anders krijgen ze geen zogeheten ‘vestigingsvergunning’.

Bosmans plannen zijn in juridische kring kritisch ontvangen. Volgens de Commissie-Meijers, een vooraanstaande groep van experts in asiel- en migratierecht, schendt het plan vijf internationale verdragen en twee Europese richtlijnen. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat Bosman onderscheid maakt op basis van ras. Het wetsvoorstel maakt verschil op grond van nationale afstamming – waar en uit wie ben je geboren? – en dat is verboden in artikel 1 van de Nederlandse grondwet.

Bosman noemt de juridische onderbouwing van de commissie-Meijers „geweldig” en „knappe filosofische-juridische gedachtes”. „Maar wat de commissie zegt, klopt niet. Wij hebben in die internationale verdragen een uitzonderingspositie bedongen, juist vanwege ons koninkrijk. We verzinnen niet nu ineens een truc, iedereen was erbij toen we die uitzondering maakten.”

Nederland zou met dit voorstel het enige land ter wereld zijn dat een tweedeling maakt voor zijn staatsburgers.

„Wij zijn ook het enige land met dit type Statuut.” De VVD wil een einde aan het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin de staatkundige relaties tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn geregeld. „Dan moeten we daar ook vanaf. Daar ben ik voor, maar ondertussen moeten we de problemen binnen dat Statuut zien op te lossen. Nederland heeft in de afgelopen twintig jaar ongeveer een miljard euro geïnvesteerd in kansarme Antillianen, zowel daar als hier. En niks werkt. Nu is het tijd voor harde afspraken.

„Ik merk dat de focus ligt op de oneerlijkheid van deze wet. Iedereen zegt, Bosman, wat ben je gemeen. Maar het effect van mijn voorstel zal een verbetering van de positie van kansarme jongeren inhouden, zowel hier als op de Antillen. Want straks móéten zij wel aan de bak.

„Wat als je de Nederlandse taal niet spreekt, als je geen opleiding hebt en ook geen inkomen? Wat kom je dan doen in Nederland? Dit triootje van eigenschappen betekent dat je het hebt over mensen zonder ambitie. Terwijl ik vind: als je je in Nederland wilt vestigen, dan mogen wij toch van je vragen dat je wat ambitie hebt? Dat je iets wilt dóén hier? Dat is het enige wat ik vraag.”

In het wetsvoorstel staat dat de politie is belast met het toezicht op naleving van de wet. Als er „een redelijk vermoeden bestaat, op grond van feiten en omstandigheden die naar objectieve maatstaven gemeten zijn”, mogen agenten en ambtenaren van de Koninklijke marechaussee mensen staande houden en vragen naar hun identiteit, nationaliteit en of ze wel een vestigingsvergunning hebben.

Het College voor de Rechten van de Mens leest daarin „het risico van stigmatisering en etnische profilering”. Het risico bestaat immers dat blanke Nederlanders niet worden aangehouden, en mensen met een Caribisch, donker, uiterlijk wel. Maar dat is „absoluut niet de bedoeling”, zegt Bosman. „Dat staande houden is alleen een wettechnische term. De politie gaat niet op zoek, gaat geen jacht maken op mensen zonder vergunning.”

Wanneer is volgens u sprake van een redelijk vermoeden dat een Antilliaan hier niet mag zijn?

„Als iemand een uitkering aanvraagt, zonder dat wordt voldaan aan de eisen. Of als iemand herhaaldelijk, zeg drie of vier keer, crimineel gedrag heeft vertoond. Op een gegeven moment kan de politie zeggen: nu houd ik je aan. Niet alleen omdat je zonder licht rijdt, maar omdat je ook steeds geen geldige papieren bij je hebt.”

Dus een objectieve maatstaf is als iemand meermalen is aangehouden en daarbij geen papieren had?

„Nee, dat is een voorbeeld. Dit is een kwestie van uitvoering, hier gaan we nog mee aan de slag.”

Maar op basis van deze wet kán de politie wel mensen aanhouden?

„Ja, absoluut. Alleen dat is nooit de intentie geweest. Dat zal ik tijdens de behandeling van de wet ook nog eens duidelijk maken. Maar we moeten iets hebben om mensen die hier komen en overlast veroorzaken, te kunnen aanpakken.”

Welke status hebben Antillianen in Nederland die niet zo’n vestigingsvergunning krijgen?

„Die hebben gewoon de Nederlandse nationaliteit.”

Welke rechten houden zij dan op het moment dat ze hier zonder vergunning zijn?

„Niks. Of het bare minimum.

In het wetsvoorstel staat dat Antilliaanse Nederlanders die geen ‘vestigingsvergunning’ hebben, zich niet mogen inschrijven in een Nederlandse gemeente. Zo kunnen ze geen uitkeringen of toeslagen aanvragen. Ook hebben ze geen recht op bijstand of sociale woninghuur. Als een Antilliaan zonder vergunning een bedreiging van de openbare orde oplevert, kan hij of zij worden ‘teruggeleid’ naar het eiland van herkomst. Dat is het uiterste middel, zegt Bosman. Hoe vaak teruggeleiding zal voorkomen, valt volgens hem niet te voorspellen.

Antillianen voelen zich gekwetst door uw voorstel. Begrijpt u dat?

„Dat vind ik bijzonder, want deze wet is net zo hard als die van hen. Ik kan me ook niet zomaar op Curaçao of Aruba vestigen. Zij hanteren net zo goed regels voor vestiging.”

Van hun regels zegt de Commissie-Meijers dat die ook tegen internationale verdragen zijn.

„En dan beland je weer bij het Statuut: daar kunnen we niet zomaar mee stoppen. Uiteindelijk moet je kijken of dit een proportionele maatregel is. Dat is een politieke afweging. Ik vind van wel.”

    • Annemarie Kas