Alain Resnais: lenig van geest tot het laatste moment

Twee jaar geleden was regisseur Alain Resnais op het filmfestival van Cannes met wat zijn voorlaatste film zou blijken te zijn: You Ain’t Seen Nothing Yet. Ook aanwezig op die editie van het festival was Emmanuelle Riva, de ster van Amour van Michael Haneke. Zij was de jonge actrice die Resnais had gezien in het theater en die hij tegen de wens van de producenten, die liever een echte filmster wilden, de hoofdrol aanbood in zijn eerste speelfilm, Hiroshima mon amour. „Ik was koppig. Als ik er nu op terugkijk was dat eigenlijk het begin van mijn latere voorkeur, in al mijn films, voor acteurs uit het theater.”

Dat was in 1959. Meer dan een halve eeuw later was Resnais, die afgelopen zondag in Parijs overleed, weliswaar broos van lijf en leden maar uitermate kwiek van geest, wars van dogma’s, en, als bijna negentig jarige, hardop aan het filosoferen over de films die hij nog zou willen maken.

Aanvankelijk wilde Resnais boekhandelaar worden. Toen hij toch naar de filmacademie ging, was dat om opgeleid te worden als editor. Daarnaast begon hij, eind jaren veertig, korte documentaires te maken over schilders, hij wilde graag met schilders over hun werk praten, een film maken leek hem daarvoor een goed excuus. En hoe was hij speelfilms gaan maken? Dat kwam door Claude Chabrol en Jean-Luc Godard, die waren er gewoon mee begonnen. „Ze hadden helemaal geen opleiding, het enige wat ze hadden gedaan was films kijken. Misschien was het wel zo dat ook mensen zonder ervaring een film konden maken.” Uit zulke terloopse constellaties wordt filmgeschiedenis gemaakt.

Van het idée reçue dat film en theater elkaars tegenpolen zijn, moest hij niet veel hebben. Resnais verfilmde graag toneelstukken. „Ik las ergens dat voor alle talen in de wereld geldt dat de overeenkomsten tussen de talen groter zijn dan de verschillen. Ik hoop dat dat waar is.” In het theater kan de kijker de lijfelijke aanwezigheid, de présence, van een acteur ervaren. Maar in film zijn gezichten van nabij te zien. „Ik wil nog een film maken die het beste van beide verenigt.”

Als tiener ging Resnais al graag naar het theater. Hij had daarbij dezelfde emoties als wanneer hij naar de film ging. Film mocht van hem kunstmatig zijn, graag zelfs. „Ik heb acteurs steeds aangezet om net iets anders te acteren, niet precies zo zoals ze op het toneel zouden doen, maar ook niet zoals meestal in films wordt geacteerd.”

Zijn voorkeur voor toneelverfilmingen had ook een praktische reden. „Als ik nu met een schrijver aan een geheel nieuw scenario zou beginnen, zou ik pas in 2015 of 2016 de film kunnen draaien. Op mijn leeftijd is dat te gevaarlijk.”

    • Peter de Bruijn