Waar blijft de Nederlandse 12 Years a Slave?

Oscarwinnaar 12 Years a Slave brengt een zwarte bladzijde uit de geschiedenis tot leven. Zo moet het Nederlandse verleden ook worden verfilmd, vindt Niels Mathijssen.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

12 Years a Slave won zondag de Oscar in de categorie beste film. Een zeer terechte toekenning, want de film over Solomon Northup, een vrijgeboren zwarte violist en timmerman die in 1841 werd ontvoerd en werd verkocht als slaaf, is uitzonderlijk goed. Om wat aspecten te noemen: de stijl die regisseur Steve McQueen gebruikt, is geduldig en gedoseerd. Hierdoor dienen de beelden het verhaal van de film – een verhaal met een voortreffelijke focus, doordat er consequent voor het perspectief van het hoofdpersonage gekozen wordt. Artistiek gezien is 12 Years a Slave dus zeer geslaagd, maar daarnaast is de film om nog een andere reden bijzonder: het lukt McQueen om op nietsontziende en compromisloze wijze tot de kern te komen van een van de zwartste bladzijden uit het verleden van de Verenigde Staten. Bovendien laat de regisseur de kijker dat verleden niet alleen zien en horen, maar ook voelen. Daarmee is 12 Years a Slave een historische film in optima forma, waar veel Nederlandse filmmakers een voorbeeld aan kunnen nemen.

Dat voelen van het verleden gaat simpel gezegd als volgt in zijn werk: ten eerste wordt de kijker in het begin van de film in staat gesteld om zich met het hoofdpersonage te identificeren. We zien Solomon Northup als liefdevolle vader van een gezin dat doet wat een gemiddeld middenklassegezin doet, ook in Nederland – boodschappen, werken, een bedritueel. Dit is belangrijk, want deze identificatie biedt de toeschouwer toegang tot Northups ervaringen als slaaf. Ten tweede zijn er veel wrede scènes waarin lichamen worden bewerkt en gepijnigd. Door de grote mate van identificatie met het personage van Northup wordt de film zo meer dan alleen een filmisch schouwspel, het wordt ook voor de kijker een lichamelijke ervaring.

Het verhaal van Northup is daarbij de geschiedenis in het klein. Northup wordt ontvoerd en op een slavenschip gedeporteerd om vervolgens te werk gesteld te worden als slaaf, zoals zovelen na en voor hem is overkomen. Door Northup in de film eerst te laten zien als een vrij man met een gezin en een fijn leven, maakt McQueen expliciet dat hem een groot onrecht wordt aangedaan. Deze man hoort vrij te zijn, zoals dat ook geldt voor de andere personen die met hem als slaaf worden gehouden. De persoonlijke geschiedenis van Northup staat zo voor de geschiedenis van al die mensen die als slaaf werden gehouden en zijn lijden staat ook voor hun lijden.

Invoelbaar verleden

Op deze manier wordt het slavernijverleden invoelbaar voor een grote groep mensen. 12 Years a Slave laat een problematisch deel van het verleden écht beklijven en zet het op de agenda van het maatschappelijk debat. En dat krijgt je met historisch onderzoek of een educatief programma maar moeilijk voor elkaar. 12 Years a Slave doet in die zin denken aan Schindler’s List (1993) en hoe deze film de Holocaust onder grote publieke aandacht bracht.

Dat het niet eenvoudig is om een historische film te maken die recht doet aan het verleden laat Hoe duur was de suiker (2013) zien van regisseur Jean van de Velde. De film, die op dit moment als serie wordt uitgezonden door de VARA, gaat over Suriname in de achttiende eeuw en raakt ook het slavernijverleden. Vergeleken met 12 Years a Slave is het een gemiste kans. Op geen enkel moment lukt het Van de Velde om duidelijk te maken wat er zo mis was met slavernij. Door de vele liefdesontwikkelingen lijkt de film daarbij soms meer op een aflevering uit een soapserie.

Hoe duur was de suiker, maar ook films als Nova Zembla (2011), Het bombardement (2012) of Kenau – die afgelopen week in première ging – slagen er geen van allen in de geschiedenis succesvol over het voetlicht te brengen. Het doet dan ook vermoeden dat veel Nederlandse filmmakers de potentie van de historische film onderschatten of simpelweg niet zien. Uiteraard is er in Nederland veel minder budget beschikbaar dan voor een film als 12 Years a Slave, maar juist dáárom is het goed om de beschikbare middelen goed te besteden. Bovendien was het budget van McQueen, de Britse filmmaker die onder andere in Amsterdam woonachtig is, met twintig miljoen dollar ook weer niet zo abominabel hoog.

Denk verder dan de bioscoopzaal

In dat licht stemt het voornemen van de talentvolle regisseur Jim Taihuttu (Wolf, Rabat) om een film te maken over de Nederlands-Indonesische Dekolonisatieoorlog hoopvol. Deze oorlog duurde van 1945 tot 1950 en vormt door de oorlogsmisdaden die zijn begaan door Nederlandse soldaten een problematisch deel van ons verleden. Taihuttu heeft aangegeven een film te willen maken die recht doet aan dat verleden.

De regisseur noemde dit deel van de Nederlandse geschiedenis eerder schandalig onderbelicht en daar heeft hij helemaal gelijk in. Er is nooit gedegen en diepgravend onderzoek gedaan naar dit conflict en zo’n onderzoek zal er voorlopig ook niet komen, besloot de Nederlandse regering in 2012. Het is daarom te hopen dat Taihuttu een film weet te maken waarvan de betekenis verder reikt dan de bioscoopzaal en iets weet los te maken in de Nederlandse samenleving.

Het succes van 12 Years a Slave moet gezien worden als een oproep aan de Nederlandse filmwereld: neem de historische film serieus en denk verder dan de bioscoopzaal. Geef het project van Taihuttu in zowel artistiek als financieel opzicht alle medewerking, zoals McQueen die ook heeft gekregen voor zijn film. Het is tijd voor een historische film van eigen bodem die deze controversiële periode uit het Nederlandse verleden niet alleen laat zien en horen, maar ook laat voelen. Compromisloos en waar nodig rauw en nietsontziend.

    • Niels Mathijssen