Vriendjespolitiek is er ook bij CDA en VVD

In Nederland houden we niet van politici die gunsten ruilen voor stemmen. Maar het gebeurt overal in het land, bij elke partij. Niet alleen bij de PvdA in de deelgemeente Feijenoord.

PvdA-wethouder Hamit Karakus (wonen en ruimtelijke ordening) zegt in het Turks tegen een groep Turkse Rotterdammers dat hij hun twee bruiloftszalen heeft beloofd. De deelgemeente IJsselmonde, waar een van de zalen moet komen, is tegen. Maar als het aan hem ligt, komt het wel goed.

Half Rotterdam valt over hem heen. Hoe kan je nou een bruiloftzaal beloven als cadeautje na de verkiezingen? En dan nog wel in het Turks! Vriendjespolitiek!

Het was geen vriendjespolitiek maar gemeentepolitiek, zegt Karakus. De raad wil de extra feestzalen ook.

Het filmpje dateert van begin januari. Het was afgelopen week op tv te zien in een uitzending van Dossier EenVandaag, over cliëntelisme en machtsbederf in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. Onderzoek toonde geen betrokkenheid van wethouder Karakus aan. Maar de PvdA-lijsttrekker, van Turkse afkomst, wordt er wel in elk debat op aangesproken. Zeker sinds een van de opgestapte bestuurders uit Feijenoord, Seyit Yeyden, is opgedoken op de lijst voor de gebiedscommissie, de opvolger van de deelraad.

Voor Leefbaar Rotterdam is dat vrij schieten in de campagne. Bij elk debat komt Yeyden ter sprake. De PvdA heeft geen goed verweer. Je zegt niet dat hij op de lijst staat om zijn grote achterban.

Het cliëntelisme in Feijenoord was de afgelopen vier jaar in Rotterdam een grote affaire. In de deelgemeente werd onder meer jarenlang een brandgevaarlijk, illegaal Turks meisjesinternaat gedoogd, om de Turkse achterban tevreden te stellen.

Een onderzoeksbureau deed vorig jaar op verzoek van de deelraad onderzoek, na aanhoudende mediaberichten over cliëntelisme onder bestuurders. Vooral PvdA-politici van Turkse komaf bleken ontoelaatbare politieke druk uit te oefenen en onzuiver te handelen bij subsidieverstrekking. Het complete dagelijks bestuur van Feijenoord stapte op.

Daar kwam kort geleden een rapport overheen van partijprominenten en oud-burgemeesters Annie Brouwer en Wim Cornelis. PvdA-raadsleden in Feijenoord doen hun werk vooral voor de inkomsten, was de strekking, en ze hebben weinig kaas gegeten van het raadswerk. Veelal allochtone leden willen vooral hun eigen achterban tevreden houden.

Volgens André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit, moeten we niet denken dat de bestuurders van Feijenoord de enigen zijn. „Het CDA in het zuiden van Nederland regelt ook subsidie voor de carnavalsvereniging of een goedkope locatie voor de schutterij, in ruil voor stemmen. In steden waar de VVD machtig is, bevoordeelt zij natuurlijk ook haar achterban van ondernemers.”

Diensten ruilen voor politieke steun is ook in Nederland vrij normaal, wil Krouwel maar zeggen. Mondiaal gezien zijn we een klein eilandje van rechtstatelijkheid, zegt hij. Samen met een paar andere landen in Noordwest-Europa. „In de meeste landen is vriendjespolitiek heel normaal.”

Het zijn dus niet alleen de Turkse Rotterdammers bij wie cliëntelisme speelt. „Het ligt eigenlijk altijd op de loer”, zegt Ronald Motta, van 1998 tot 2010 gemeenteraadslid voor de PvdA: „Denk niet dat rond de voorgenomen bouw van een nieuwe Kuip niet allerlei vastgoedondernemers en voetbalclubs druk probeerden uit te oefenen op politici. De vraag is: blijf je binnen de regels?”

Het krankzinnige is, zegt Motta, dat vrijwel iedereen zich kandidaat voor de gemeenteraad kan stellen. „Er zijn in Rotterdam negen nieuwe partijen. Negen! En als je genoeg vriendjes hebt die op je stemmen, kom je ook nog in de raad. Zonder dat we weten hoe zuiver ze zijn. En of ze weten hoe de trias politica werkt.”

De regels zijn duidelijk genoeg. Cliëntelisme mag niet, zegt Krouwel. „Het ondergraaft de rechtsstaat en de democratie.” Maar migranten uit Turkije, Marokko, van de Antillen nemen wellicht de politieke mores uit het thuisland mee. Voor hen is die traditie sterker dan voor Nederlandse politici. „Dat los je niet op met een cursusje.”

Hoe dan wel? Opvoeden en opletten, zegt voorzitter Peter Otten van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De Gemeentewet geeft de grote lijnen aan – geen risicovolle nevenfuncties, geen verboden handelingen verrichten. In de praktijk gaat het volgens hem om leiderschap en natuurlijk gezag: „Durven raadsleden elkaar aan te spreken als ze iets geks zien?”

Otten vindt dat raadsleden regelmatig met elkaar over integriteit moeten spreken. Gemeenteraden hebben daar vaak weinig zin in. „Het is geen sexy onderwerp”, zegt hij. „Het is ook geen rocket science. Het moet wel gewoon gebeuren.”

Terug naar Feijenoord. Als je goed kijkt, waren de problemen er breder dan een Turkse kliek die macht naar zich toetrok. Ook autochtone organisaties hadden veel te vertellen. Zo liep Robbert Baruch, die er van 2006 tot 2009 namens de PvdA bestuurde, tegen machtige bewonersorganisaties aan met vooral autochtonen. Zij waren in de deelgemeente een minderheid geworden, maar goed georganiseerd. Baruch: „Ze kregen veel subsidie. Net als het opbouwwerk. Ik wilde die subsidiestromen aanpakken. Mijn plan was: alleen subsidie voor daadwerkelijke activiteiten. En het opbouwwerk opnieuw aanbesteden.”

Dat plan viel niet goed. Hij werd zo ernstig bedreigd dat hij bewaking kreeg. Hij besloot zijn gezin in Den Haag te laten en zelf een pied-à-terre in Rotterdam te huren. Baruch: „Het was in mijn tijd vrijwel uitsluitend een autochtoon probleem.”

De Turkse macht zag hij natuurlijk ook. Het viel hem op dat juist de baantjesjagers in de politiek zaten, niet de jonge, goed opgeleide en betrokken jongeren die er ook wonen. „Die zaten dan in het bestuur van een moskee.”

In de politiek is een constante discussie nodig om uitwassen te voorkomen, vindt hij. „Gekke dingen vooral niet wegpoetsen.” Een raadslid dat geen goed Nederlands spreekt, hoort dus niet in de raad. „Maar iemand die altijd lam is, en die zat er ook in, moet ook opzouten.”

En de bruiloftszalen van Karakus? Dat vergt wat uitleg: Rotterdam wil graag meer feestzalen, vooral voor Marokkaanse en Turkse bruiloften die vaak grootser zijn dan autochtone huwelijksfeesten. Door gebrek aan voldoende zalen voor grote gezelschappen gaan die nu naar Zoetermeer of Den Haag. Karakus wil hun geld in de stad houden. „Ik blijf mij dan ook inspannen om dit voor elkaar te krijgen. In alle openbaarheid.”