Van de koning mag je niet meer naar Syrië

Er zijn 1.000 à 2.000 jonge Saoediërs naar Syrië vertrokken // Ze voeren daar het landenklassement aan van buitenlandse jihadisten // Zetten zij als ze terugkomen de strijd tegen hun eigen leiders voort?

Als het aan de Saoedische koning ligt, trainen en strijden zijn jonge onderdanen niet meer in Syrië. Foto Reuters

De Saoedische koning Abdullah wil koste wat het kost het Syrische regime weg hebben. Niet alleen omdat president Bashar al-Assad een nauwe bondgenoot van de shi’itische aartsrivaal Iran is. Ook omdat Abdullah nauwe tribale en familiebanden met Syrië heeft: hij voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor het welzijn van zijn Syrische stamgenoten.

Maar het Saoedische koningshuis begint de onbedoelde gevolgen van de Syrische burgeroorlog voor zijn eigen overleven te vrezen. De opstand als zodanig steunt Saoedi-Arabië onverminderd: koning Abdullah staat bekend als een koppige man. Maar het land wil niet meer dat jonge Saoediërs in Syrië gaan vechten.

Er zijn inmiddels volgens Saoedische schattingen duizend tot tweeduizend Saoediërs naar Syrië vertrokken. Zij voeren het landenklassement aan van buitenlandse jihadisten. De meesten hebben zich aangesloten bij extremistische groepen. Zetten zij straks, terug in het koninkrijk, hun strijd tegen hun eigen leiders voort?

„Wat in Syrië gebeurt, creëert werkelijke problemen voor ons”, zei de chef van het departement ideologische veiligheid, Abdulrahman al-Hadlaq, eerder deze maand tegen de Libanese krant The Daily Star. Hij kan het weten, want zijn eigen neef sneuvelde vorig jaar in Syrië. Hadlaq leidt de ideologische strijd tegen ‘afwijkende ideeën’.

Het in Saoedi-Arabië dominante wahabisme heeft veel gemeen met de leer van Al-Qaeda en verwante jihadistische groepen. Beide beroepen zich erop het ware geloof te verkondigen: een ultrapuriteinse versie van de sunnitische islam.

Maar Al-Qaeda verwerpt het erfelijk koningschap als on-islamitisch: de umma, de islamitische gemeenschap, moet zichzelf besturen aan de hand van de richtlijnen uit de Koran. Maar met die ideologie ondermijnt Al-Qaeda de binnenlandse legitimiteit van het koningshuis: daarom is Riad zo bang voor terugkerende jihadisten die deze ideologie volgen.

Twee nieuwe, belangrijke antiterreurmaatregelen weerspiegelen de bezorgdheid van de Saoedische koninklijke familie. Allereerst werd onlangs een vergaande antiterreurwet van kracht. Die definieert terroristische activiteit heel vaag en breed – tot ongenoegen van internationale mensenrechtenorganisaties. Terrorisme is bijvoorbeeld al „verstoring van de openbare orde van de staat”. Een paar dagen later volgde een koninklijk decreet waaronder burgers die in het buitenland gaan vechten 3 tot 20 jaar celstraf kunnen krijgen.

Explosieven in onderbroek

Daarnaast is de chef van de inlichtingendienst, prins Bandar al-Sultan (64), vervangen als chef van het Syrië-dossier. Hij is vervangen door de minister van Binnenlandse Zaken, prins Mohammed bin Nayef. Prins Mohammed leidde de keiharde strijd tegen extremisten die uit Afghanistan terugkeerden. Zij lanceerden in 2003 een terreurcampagne tegen het koningshuis onder de naam Al-Qaeda-op-het-Arabisch-Schiereiland.

De nieuwe maatregelen zijn niet alleen gericht tegen Al-Qaeda, maar ook tegen de Moslimbroederschap, die door het Saoedische koningshuis als een even groot gevaar wordt gezien. Niet alleen Saoediërs die in het buitenland gaan vechten zijn voortaan immers strafbaar. Vervolging dreigt voor iedereen die publiekelijk sympathiseert met een groep die door de autoriteiten als extremistisch wordt bestempeld. En dat stempel heeft behalve Al-Qaeda met name ook de Moslimbroederschap gekregen.

Moslimpuritanisme

De Moslimbroederschap moet namelijk ook niets hebben van erfelijk koningschap. Het is een hervormingsbeweging, die na het afzweren van geweld in 1949 de macht nastreefde langs democratische weg. Haar ideologen hebben moslimpuritanisme met westerse methoden gemixt.

Er zijn talrijke aanhangers van de Broederschap onder de Saoedische bevolking, inclusief de geestelijkheid. Egyptische broeders die in de jaren vijftig en zestig de repressie van president Nasser ontvluchtten, hebben onder andere via het onderwijs veel invloed gehad in het koninkrijk. Activisten die nu oproepen tot een constitutionele monarchie en verkiezingen, komen vaak uit die hoek. De Saoedische autoriteiten moeten er niets van hebben. Na de ‘Arabische Lente’ hebben moslimbroeders in tal van landen in het Midden-Oosten verkiezingen gewonnen, met name in Tunesië en Egypte. Die kwamen als een zware schok voor het Saoedische koningshuis.

    • Carolien Roelants