Te risicovol voor een baan

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: een verklaring omtrent het gedrag en een terugbetalingsregeling.

In januari schreef staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) aan de Tweede Kamer dat hij ook op basis van politiegegevens een verklaring omtrent het gedrag (VOG) wil kunnen weigeren. De indruk bestaat dat dit nu alleen kan als iemand is veroordeeld voor een strafbaar feit, maar de regels zijn veel flexibeler, blijkt uit deze uitspraak van de Raad van State.

Een man vraagt een VOG aan voor een baan als medewerker pakketservice bij PostNL. De staatssecretaris wijst de aanvraag af, omdat de man wordt verdacht van handel in harddrugs. Teeven vreest dat hij het distributienetwerk van PostNL zal misbruiken om drugspakketjes te bezorgen; hij vindt het risico voor de samenleving zwaarder wegen dan de baan van de man – die hij zonder VOG wel kan vergeten.

Omdat de man (nog) niet is veroordeeld en de strafzaak nog loopt, gaat hij tegen de beslissing in beroep. Hij krijgt gelijk van de rechtbank Oost-Brabant, die overweegt dat er inderdaad een veroordeling voor een strafbaar feit nodig is om de verklaring te kunnen weigeren.

De staatssecretaris houdt vol en stapt naar de Raad van State. Hij wijst op de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, waarin staat dat een verklaring mag worden geweigerd als in de justitiële documentatie een strafbaar feit is vermeld dat bij herhaling het goed functioneren als postbezorger in de weg staat. Onder die documentatie vallen alle beslissingen van het Openbaar Ministerie met betrekking tot een misdrijf (uitgezonderd twee hier niet relevante categorieën).

De Raad van State gaat hierin mee. Er hoeft geen sprake te zijn van een veroordeling; een beslissing tot dagvaarding of zelfs seponering is voldoende, aldus de Raad. Een aanvrager van een VOG is dus al lang niet meer onschuldig tot het tegendeel is bewezen.

    • Nelleke Koops