Te jong voor terugbetaling

Een zeventienjarige weekendhulp van de Hema wordt ervan beschuldigd een jaar lang tassen vol spullen aan vriendinnen te hebben meegegeven zonder hen te laten betalen. Ook zou ze zelf regelmatig iets hebben meegenomen en een greep in de kassa hebben gedaan. In totaal gaat het om een bedrag van 11.500 euro. Als de Hema het meisje hiermee confronteert, bekent ze alles. Ze ondertekent een verklaring en stemt in met een terugbetalingsregeling.

Eenmaal thuis bedenkt ze zich. De Hema krijgt een brief van haar advocaat waarin staat dat ze de diefstal niet heeft gepleegd en dat ze onder druk een afbetalingsovereenkomst heeft getekend. Omdat ze nog minderjarig is, had hiervoor toestemming aan haar ouders moeten worden gevraagd. Ze weigert te betalen.

Door de kinderrechter wordt ze van de diefstal vrijgesproken, maar de Hema laat het er niet bij zitten en stapt naar de civiele rechter. Het bedrijf heeft 400 euro ingehouden op het laatste salaris van het meisje. De rest van het bedrag staat nog open.

De Amsterdamse kantonrechter wijst erop dat een minderjarige alleen een overeenkomst mag tekenen met toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger. Deze toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven bij rechtshandelingen die in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk zijn voor een zeventienjarige, zoals een kaartje kopen voor de film of boodschappen doen.

Het tekenen van een afbetalingsregeling voor 11.500 euro is een ander verhaal. Ook al zou het meisje binnen zes weken achttien worden, dit is geen gebruikelijke handeling voor iemand van die leeftijd. De Hema moet zijn verlies nemen en het meisje zelfs de ingehouden 400 euro terugbetalen.