Speakers’ Corner ? Nee, schreeuwershoek

Wat zou Angela Merkel nu van Speakers’ Corner vinden? Tijdens haar bezoek aan Londen donderdag vertelde ze over de eerste keer dat ze de stad bezocht, vlak na de val van de muur. „We liepen door Hyde Park, op zoek naar Speakers’ Corner, dat – zeker voor ons als Oost-Duitsers – legendarisch was”. Niet het Britse parlement, maar de noordoosthoek van het park was „het ultieme symbool van vrijheid van meningsuiting”.

Begrijpelijk. Hoe vermakelijk debatten in het Lagerhuis ook mogen zijn, hoe oratorisch sterk ministers en schaduwministers ook klinken, het is een toneelspel. Het uitjouwen gaat volgens een vast patroon. En dat, zo waarschuwde voorzitter John Bercow onlangs, schrikt kiezers af. Bij het wekelijkse Vragenuurtje gedragen parlementsleden zich „seksistisch, pedant en baldadig”, zei hij.

Niet dat de kwaliteit van de sprekers van Speakers’ Corner op zondagochtend zo hoogdravend is. Een groepje jonge evangelische christenen van Aziatische afkomst voert onder vals gezang een boyband-achtig dansje uit. Naast hen een oudere man op een ladder, de bijbel stevig tegen zich aangeklemd. Hij hoeft niets te zeggen, kijkt letterlijk en figuurlijk op zijn jonge collega’s neer. „Ach”, zegt hij later: „Ze zullen nog wel beseffen dat je geen entertainment nodig hebt om Jezus aan te prijzen.”

Een moslim wordt bij zijn betoog over zijn religie onderbroken door een Britse vrouw die hem vraagt waarom hij een pyjama draagt. Er ontspint zich een debat over wie de ware Engelsman is: hij in zijn ‘pyjama’ of zij in haar regenjas. Tegenover hen een Jamaïcaan met een tirade tegen „vieze videospelletjes en televisieseries”. Een dakloze man op één gymschoen springt als lastige vlieg om hem heen.

Op het eerste oog lijkt Speakers’ Corner „het oord voor predikers, excentriekelingen en gekken” dat George Orwell in 1945 beschreef. Met een verleden dat indrukwekkender is dan het heden, toen invloedrijke sprekers als Marx, Lenin, Churchill en pacifist Lord Soper, die nog met negentig jaar zijn zeepkist beklom, er kwamen. Speakers’ Corner was de plek voor politieke dissidenten.

De hoek ontstond in 1866 toen de Reform League, dat kiesrecht voor de working class eiste, de toegang tot Hyde Park werd ontzegd. Maanden achtereen kwamen de mannen bij Marble Arch bijeen om het recht op vergadering te toetsen. In 1872 gaf de regering toe: Speakers’ Corner werd de plek waar door iedereen mag worden gedebatteerd.

Dat betekent niet dat alles zo maar gezegd mag worden. Er mag niet worden aangezet tot rassenhaat en geweld. „Hier geldt geen volledige vrijheid van meningsuiting. Je hebt de vrijheid een toespraak te houden”, zegt Bob. Hij draagt de parkverordening bij zich, voor „de zeldzame keren dat de politie ingrijpt”. Al ruim vijftig jaar staat hij hier met een poster met opschrift ‘It’s going to get worse’.

Hij laat foto’s zien uit 1958. Ook toen stond, net als nu, de Catholic Evicence Guild met een groen laddertje in het park. „Maar nu zijn het vrijwel alleen nog religieuzen die hier komen.” Hij mist de passie van weleer: „Het is zeldzaam dat er serieuze politieke debatten worden gevoerd.”

Niet dat die zijn verdwenen. Het zijn alleen niet de mannen op de zeepkisten die ze voeren (vrouwelijke sprekers zijn zeldzaam). Bij een picknicktafel zitten ‘de Franse filosoof’, Rob ‘de werkloze acteur’ en ‘stinkend rijke’ Nick. Men doet niet aan achternamen. Ze komen vrijwel iedere zondag.

Speakers’ Corner is „een schaduw van zijn vroegere zelf” vinden ook zij. Rob wijt het aan sociale media: „Jongeren zeggen daar wat ze denken. Maar op infantiele wijze.” En dat is jammer, vinden ze: „Dit is de enige echte plek voor discussie”, meent Nick. „In de pub zijn er taboes. Je kunt niet alles zomaar zeggen. Of, als je dat wel doet, kun je een vuist in je gezicht verwachten.”

    • in Londen
    • Titia Ketelaar