Column

Samen met Marqt

In de supermarktketen Marqt kom ik wat vaker, sinds ik in een interview met oprichter Quirijn Bolle las dat ze overwegen te zijner tijd een deel van de winst terug te geven aan de klanten. „Dan krijg je pas een eerlijke prijs”, zei Bolle. Ik geloof hem op zijn woord. Het interview is alweer een jaartje oud en bij het verlaten van de winkel kijk ik altijd even of Bolle al enveloppen-met-inhoud staat uit te delen, maar tot dusver tevergeefs; we moeten nog even wachten.

Wel zag ik laatst bij de uitgang van een Marqt-winkel in Amsterdam iets heel anders wat ook interessant was. Er hing een bord waarop je je met allerlei vragen en (kritische) opmerkingen tot de eigenaren kon richten. Die lieten ons in een tekst onder het woord ‘Samen’ weten: „Veranderen doen we graag samen. Suggesties en ideeën maar ook klachten zijn zeer welkom. Samen zien we meer.” Bij Marqt zijn ze dol op dat begrip ‘samen’, ze willen je overal bij betrekken, iets waar ik geen moeite mee heb, tenzij het gaat om de besteding van dat deel van de winst dat ze me terug willen geven – dat lukt wel in m’n eentje.

Dat ideeënbord leek me een aardige vondst en ik heb er dan ook gretig wat gedachten van overgeschreven. Even werd ik bang dat het te veel op zelffelicitatie zou uitlopen. Zo prijst een klant: „Fantastische winkel! Niks meer aan doen!” En dan schrijft de eigenaar of winkelchef er met valse bescheidenheid onder: „We doen ons best.” Of een klant vleit: „Ik vind het personeel heel aardig.” En de baas reageert: „Dat vinden wij heel leuk.”

Spannender wordt het als klanten wat te zeuren hebben. „Die open vriezer vooraan in de winkel, verbruikt die niet te veel energie?”, vraagt een klant. Dan hoor ik de eigenaar tandenknarsen. Godbetere, waarom hadden ze daar zelf niet op gelet, zijnde een winkel die zich op duurzaamheid richt? Honingzoet reageert hij: „Klopt helemaal. Hier gaan we wat aan doen.”

Tegelijkertijd waarschuwt hij zijn winkelpersoneel dat hun Siberische buitentemperaturen te wachten staan als ze niet als de sodemieter die open vriezer verwijderen.

„Graag wat minder grote gaten in het – heerlijke – zuurdesembrood”, stelt een klant schalks voor. De eigenaar reageert: „Het is desembrood; en we doen ons best.” Hier zie je dat zo’n eigenaar ook maar een gewoon, prikkelbaar mens is, hoe graag hij ook zijn winst sámen met ons wil delen. „Zeikerd”, moet hij gedacht hebben en hij kon het niet laten de klager te corrigeren: het was niet zuurdesembrood, maar desembrood. En verder: mochten zij ook een keer een foutje maken, wie was er volmaakt?

Als winkel voor een doorgaans wat hoger opgeleid publiek krijg je uiteraard ook met politiek geëngageerde klanten te maken. Geen pretje. Een van hen schreef dreigend: „Jullie verkopen toch geen producten uit Israëls bezette gebieden (o.a. paprika in zak)?” De baas klemde zijn kaken op elkaar en reageerde: „Nee, dat doen wij niet.”

Ik hoop voor hem dat hij de waarheid spreekt, want er zijn klanten die nu álle paprika’s in álle Marqt-zaken aan een nader onderzoek onderwerpen in de hoop dat ze bij GroenLinks aan de bel kunnen trekken.

Zelf had ik ook nog een vraagje dat ik pas kan stellen nu ik mijn kant-en-klaarmaaltijd (lamstajine met amandel en mint) van Marqt verorberd heb: mag het, overigens smakelijke, lamsvlees voortaan een onsje méér zijn? Want ook „dan krijg je pas een eerlijke prijs”.

Frits Abrahams