opinie

    • Hans Beerekamp

Opvliegende vrouw trotseert de haat

Ingeborg Beugel in ‘Uitgebloe(i)d?’ (NCRV).

Televisiemaker en journalist Ingeborg Beugel roept geregeld agressie op in de media. Als ze het in Pauw & Witteman (VARA) opneemt voor de van luiheid verdachte Grieken, richten de reacties op Twitter zich vooral op haar uiterlijk. Haar assertieve en emotionele toon lokt kennelijk haat uit, zelfs, of juist van vrouwen.

Vorige week zat ze in hetzelfde programma om te vertellen over haar documentaire Uitgebloe(i)d? (NCRV), zoals ze eerder had gedaan aan tafel bij Jinek (KRO-NCRV). Dat optreden was vrij zakelijk en een warm bad in vergelijking met de kilte van een overwegend mannelijk gezelschap bij Pauw & Witteman. Youp van ’t Hek vond met misprijzende blik de overgang, het onderwerp van de documentaire, geen thema: „Dan koop je twee identieke windjacks en ga je fietsen!”

Maar ook mediacolumniste Elma Drayer meende in Vrij Nederland dat Beugel persoonlijke besognes trachtte te verheffen tot een niet bestaand maatschappelijk probleem: een taboe op spreken over de menopauze.

Nu de film zelf gisteren eindelijk te zien was in de rubriek 2DOC blijkt inderdaad dat het persoonlijke weer eens politiek is, maar dat is in de Nederlandse documentaire bijna een subgenre: het zelfportret van de maker als seksueel wezen. De hoon ligt dan altijd op de loer.

Sunny Bergman moest het ontgelden toen ze zichzelf nader bekeek in de VPRO-documentaires Beperkt houdbaar over cosmetische chirurgie en Sletvrees. De verkenningen door Bram van Splunteren van dating op middelbare leeftijd werden vooral gezien als ijdeltuiterij. Alleen het heteroseksuele experiment van homo Tim den Besten in Een man weet niet wat hij mist (VPRO) werd veelal vertederend gevonden.

Mannen die uit hun rol vallen zijn schattig, vrouwen die er als 53-jarige twee minnaars op n a houden (een platonisch en een voor de seks) en openlijk durven te klagen over het afsterven van haar eierstokken, ja, die moeten niet zo zeuren over een particulier probleem.

Uitgebloe(i)d? overtuigt minder als voorlichtingsfilm dan als autobiografisch breekijzer, dat aan de orde stelt hoe de hoofdpersoon de tweede helft van haar leven denkt door te gaan brengen zonder zich nog voort te kunnen planten. Baby’s knuffelen zorgt weliswaar voor aanmaak van gelukshormoon oxytocine, maar daar ben je er niet mee. Er zijn volgens de documentaire maar twee diersoorten waarvan de wijfjes blijven leven als ze geen jongen meer kunnen krijgen: olifanten en orka’s. Onduidelijk waarom dat bij de mens ook het geval is, misschien heeft het evolutionair te maken met het belang van grootouderschap.

Ik was vooral gefascineerd door het aan kamikaze grenzende elan waarmee Ingeborg Beugel zich blootgeeft voor de camera: steigerend in een Belgische heksenkring, ruziënd met mannelijke minnaar David en zachtaardige platonische partner Flip, die haar beiden verse jus op bed brengen. Ze zijn het over nog één ding eens: die stemmingswisselingen, die zijn eerder een karaktertrek van haar dan een gevolg van de overgang. Ze is het daar natuurlijk niet mee eens. Ik ben nogal gesteld op zulke vrouwen.

    • Hans Beerekamp