Onacceptabel! Zo zijn grenzen niets meer waard

Met grote stelligheid verzekerde de Oekraïense premier Jatsenjoek gisteren dat zijn regering de Krim, het schiereiland dat sinds vrijdag door Rusland wordt bezet, nooit zal opgeven. „Niemand geeft de Krim op aan niemand.”

Onbedoeld gaf hij daarmee de complexiteit van de situatie haarfijn weer. Want niet alleen Oekraïne is vastbesloten om vast te houden aan dit strategisch belangrijke schiereiland, dat sinds 1954 tot zijn territorium behoort. De militaire werkelijkheid ter plaatse is dat de Krim nu stevig in handen is van Rusland, dat van zijn kant ook niet van plan is het weer aan Oekraïne terug te geven.

De nieuwe pro-Russische regering van de Krim heeft voor 30 maart een referendum uitgeschreven, waarin de bevolking zich over de toekomstige status van het schiereiland mag uitspreken. Over de uitkomst bestaat weinig twijfel: onafhankelijkheid van Oekraïne, wat in grote lijnen zal neerkomen op aansluiting bij Rusland.

Dat zou niet alleen onverteerbaar zijn voor de regering van Oekraïne. Ook voor veel andere landen, in Europa en daarbuiten, is het onacceptabel als Oekraïne zich gedwongen ziet de Krim op te geven. Onvermijdelijk misschien, nog steeds onacceptabel.

Want niet alleen zou Rusland daarmee beloond worden voor de bezetting – zonder instemming van de VN-Veiligheidsraad – van een deel van een soeverein land. Het opgeven van de Krim zou bovendien een van de principes ondergraven waarop al bijna veertig jaar de stabiliteit van Europa berust: de Akkoorden van Helsinki.

In 1975, midden in de Koude Oorlog, moesten deze akkoorden de betrekkingen verbeteren tussen het communistische blok en het Westen. Op de slotzitting van de Conferentie voor Samenwerking en Veiligheid in Europa (CVSE), in de hoofdstad van het neutrale Finland, werden de akkoorden getekend door de staatshoofden en regeringsleiders van 35 landen: van de VS en Canada tot vrijwel alle Europese landen inclusief de Sovjet-Unie (alleen Albanië hield zich afzijdig). De Amerikaanse president Ford was er bij, Sovjet-leider Brezjnev, de West-Duitse kanselier Schmidt en zijn Oost-Duitse tegenhanger Honecker. Namens Nederland tekende Joop den Uyl.

De akkoorden gingen over allerlei zaken, van economie, wetenschap en energie tot mensenrechten. Ook bevestigden ze, dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, dat aan de grenzen zoals die na de oorlog tot stand waren gekomen, niet meer getornd zou worden. De Sovjet-Unie zag dat als een overwinning: het Westen erkende nu de naoorlogse grenzen, de status quo en dus ook de Sovjet-dominantie in Oost-Europa.

Om dezelfde reden was er in het Westen kritiek op de akkoorden, onder meer van Amerikanen van Oost-Europese komaf. De afspraak over de onschendbaarheid van de naoorlogse grenzen, zeiden zij, leverde de landen achter het IJzeren Gordijn definitief uit aan Moskou, en sloot de Baltische staten voorgoed op in de Sovjet-Unie. Maar president Ford en zijn minister van Buitenlandse Zaken Kissinger zetten toch door.

In de jaren daarna zou blijken dat Brezjnev zich lelijk verkeken had op de betekenis van de overeenkomst. In ruil voor de bevestiging van de bestaande grenzen had hij ermee ingestemd dat ook een verklaring werd opgenomen over ‘respect voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden’. Dat aspect van de akkoorden kreeg steeds meer aandacht. Dissidenten en mensenrechtenactivisten in de Sovjet-Unie en andere communistische landen grepen de Helsinki-akkoorden aan om op te komen voor hun rechten en vrijheden – wat na het groeiend burgerverzet in 1989 uiteindelijk zou leiden tot de val van het communisme in Oost-Europa.

Maar de bevestiging van de territoriale integriteit bleef een belangrijke pijler van de stabiliteit op het Europese continent – ook al hebben de akkoorden niet de rechtskracht van een verdrag. Na de opheffing van de Sovjet-Unie in 1991 werden de grenzen van het onafhankelijk geworden Oekraïne in 1994 uitdrukkelijk gegarandeerd in een ander document: het zogeheten Boedapest Memorandum. In ruil voor het opgeven van de kernwapens van de Sovjet-Unie die het nog op zijn grondgebied had, garandeerden de VS, het Verenigd Koninkrijk en Rusland de politieke onafhankelijkheid, soevereiniteit en bestaande grenzen van Oekraïne (en ook die van Wit-Rusland en Kazachstan). Ook dat document blijkt nu minder waard dan Oekraïne had gedacht.

Zoals Rusland nu gekritiseerd wordt voor de inval op de Krim, zo hekelde Moskou in 1999 de militaire steun van het Westen aan de onafhankelijkheidsstrijd van Kosovo. Die vond – bij alle verschillen tussen beide situaties – ook plaats zonder instemming van de VN-Veiligheidsraad, en die schond ook de territoriale integriteit van een soeverein land in Europa (romprepubliek Joegoslavië). Voor Rusland was de onafhankelijkheid van Kosovo onacceptabel, ook al was ze onvermijdelijk. Inmiddels is het land door 110 landen erkend.

    • Juurd Eijsvoogel