Poetin geeft tegenstrijdige signalen af

Moskou zegt dat de militaire oefening is beëindigd. Maar ook dreigen maatregelen bij westerse sancties.

Een Oekraiënse soldaat spreekt met zijn dochter bij een omsingelde basis in Sevastopol op de Krim. Foto AFP

Rusland zaait verwarring over zijn intenties. Op een persconferentie vanmiddag zei president Vladimir Poetin dat Oekraïne „onze broederrepubliek was, is en zal blijven” en dat Rusland niet wil dat die in handen komt van „nazi’s, nationalisten en antisemieten”.

’s Ochtends, rond de opening van de financiële markten in Moskou en vlak voordat de Amerikaanse minister John Kerry van Buitenlandse Zaken in Kiev zou arriveren, liet hij echter wel de massale militaire oefening in Rusland beëindigen.

Terwijl meteen daarna de belangrijkste aandelen een drietal procent stegen ten opzichte van de gekelderde koersen van gisteren, waarschuwde de presidentiële adviseur Sergej Glazjev dat de zondag aangekondigde Amerikaanse sancties tegen Rusland kunnen uitdraaien op een totale breuk in de bilaterale handel. „Als Amerikanen onze bezittingen bevriezen, zullen wij dat ook doen. Dan zullen wij genoodzaakt zijn om uit te wijken naar andere valuta dan de dollar en ons eigen betalingssysteem op te zetten”, aldus Poetins adviseur. Glazjev is nauw betrokken bij het Oekraïnebeleid van het Kremlin en een van de geestelijke vaders van het idee het buurland via ‘federalisering’ onder Russische controle te houden.

De aankondiging van Poetin dat de circa 150.000 militairen, die afgelopen week hadden deelgenomen aan de legeroefening in het westelijke en centrale deel van Rusland, voor het eind van de week naar hun kazernes zouden terugkeren, wekt niettemin de indruk dat de president wat druk van de ketel wil halen en dat het Kremlin op dit moment niet van plan is ook elders in het ‘Russische’ Zuiden en Oosten van Oekraïne gewapend te interveniëren.

Militair analist en journalist Aleksandr Golts concludeerde bij de oppositionele Russische internettelevisiezender Dozjd (Regen) dat Poetin zijn oorlogsdoel wellicht heeft bereikt en dat dit doel kennelijk beperkt is tot de herovering van de Krim.

Volgens Golts zou de Russische krijgsmacht op het schiereiland niet al te veel problemen moeten hebben de kleine Oekraïense bases ter plaatse over te nemen. De Oekraïense krijgsmacht neemt volgens hem nog altijd een „neutrale” positie in. „De meeste Oekraïense officieren hebben sowieso weinig piëteit jegens de macht en al helemaal niet voor de Maidan” die de nieuwe revolutionaire regering in Kiev nu domineert, aldus Golts.

Het Oekraïense ministerie van Defensie op zijn beurt ontkent al dagen categorisch dat er sprake zou zou van defaitisme. Bij de vliegbasis Belbek op de Krim kwam het vannacht zelfs tot een confrontatie tussen gewapende soldaten op wacht en ongewapende Oekraïense militairen die te voet hun posities in Belbek kwamen opeisen. Vermoedelijk Russische militairen schoten in de lucht en dreigden op de benen te schieten als de Oekraïners en de journalisten in hun gevolg niet zouden vertrekken. Volgens een Oekraïense verslaggever in Belbek zouden de Oekraïners de luchtbasis na een „zeer gespannen nacht” toch weer onder controle hebben gekregen.

Die nacht was ook elders gespannen. Gistermiddag ontstond grote verwarring over een ultimatum dat commandant van de Russische troepen op de Krim zou hebben gesteld. De Oekraïense krijgsmacht moest zich voor vijf uur plaatselijke tijd vanmorgen hebben overgegeven. Zo niet, dan zouden hun bases worden bestormd. De regering in Moskou ontkende later dat van een ultimatum sprake was.

Later op de avond leek Rusland daarentegen weer met nieuwe dreigementen te komen. Bij een spoedzitting van de Veiligheidsraad in New York deelde de Russische ambassadeur Vitali Tsjoerkin mee dat de gevluchte president Viktor Janoekovitsj afgelopen zaterdag in een brief aan Poetin nadrukkelijk om een „militaire” interventie in Oekraïne had gevraagd om een „burgeroorlog” te voorkomen en er de „vrede, orde en stabiliteit te herstellen”. Vrijdag was hij daar nog „categorisch” tegen. Een dag later schreef Janoekovitsj: „Het leven, de veiligheid en de rechten van de mens worden bedreigd, vooral in het zuidoosten en op de Krim”. Hoewel Moskou hem niet actief lijkt te steunen, beschouwt het hem wel als het legitieme staatshoofd.

Met deze brief heeft het Kremlin nu twee officiële hulpverzoeken op zak. Vrijdag en zaterdag riep de nieuwe premier van de Krim, de pro-Russische politicus Sergej Aksjonov, ook al openlijk hulp in. Voor Moskou zijn zulke hulpvragen van groot belang als rechtvaardiging voor ingrijpen. De Russische buitenlandse politiek wordt gekenmerkt door een hoge mate van continuïteit. Tot nu toe heeft Rusland altijd eerst een officiële hulpkreet gevraagd, voordat Russische militairen tot actie overgingen.

    • Hubert Smeets